Huiswerk week 1:
Kennisvragen
1. Geef aan wat het verschil is tussen een supranationale en een intergouvernementele
organisatie met betrekking tot de soevereiniteitsoverdracht.
Wanneer organisaties ervoor kiezen om geen soevereiniteit af te staan, wordt de
organisatie een intergouvernementele organisatie. Bij een supranationale organisatie
gebeurt dit wel.
2. Leg uit wat de doelstelling genoemd in artikel 3 lid 1 VEU betekent voor de EU.
De EU heeft als doel vrede, haar waarden en het welzijn van haar volkeren te
bevorderen. Er zijn dus gelijke regels voor de lidstaten om te zorgen dat de vrede
tussen de lidstaten, de waarden van de lidstaten en het welzijn van de mensen in de
lidstaten bevordert wordt.
3. Leg in eigen woorden het begrip interne markt uit en betrek daarbij de verschillende
onderdelen waaruit de interne markt bestaat
Handelsvrijheid tussen lidstaten:
- Vrij verkeer;
- Staatssteun
- Mededinging
4. Een Nederlandse regeling verbiedt Spaanse werknemers om in Nederland te wonen
en werken. Geef aan met welk beginsel deze regeling in strijd is. Geef daarbij aan
wat de rechtsbasis is van dit beginsel.
Dit is in strijd met het gelijkheidsbeginsel. De Nederlandse staat mag andere
werknemers van een andere afkomst niet anders behandelen -> art 18 VwEU
5. Stel dat het HvJ EU een prejudiciële vraag van een Bulgaarse rechter in een
Bulgaarse zaak heeft beantwoord.
a. Leg uit wat het gevolg is van het antwoord van het HvJ EU voor de zaak van de
Bulgaarse rechter.
Bulgaarse rechter moet zich houden aan uitspraak HvJ -> zaak stilleggen tot uitspraak
en daarna eraan houden.
b. Leg uit wat het gevolg is van het antwoord van het HvJ EU voor de overige EU-
lidstaten.
Alles wordt gepubliceerd, dus andere EU-lidstaten dienen zich hier ook aan te houden.
Casusvragen
Casus 1
Werk aan de hand van het RTC-model uit of de volgende artikelen directe werking hebben:
, o artikel 34 VwEU
o artikel 169 lid 1 VwEU
Directe werking indien (Gend & Loos):
- Geschikt: Het artikel is bedoeld om rechten en plichten in het leven te roepen
- Voldoende duidelijk en onvoorwaardelijke verplichting
(Indien deze een duidelijk en onvoorwaardelijk verbod bevat (i.c. om maatregelen te nemen
die de export benadelen) en
Zij geen voorbehoud bevat van een nog te nemen andere maatregelen
Het verbod naar zijn aard voorts geschikt is om rechtstreeks te werken in de relatie lidstaat-
burger)
2. R: Artikel 34 Vweu
verbod
invoerbeperkingen
3. T:
4. Kwantitatieve
invoerbeperking
5. Of
6. Maatregelen van
gelijke werking’
7. Lidstaten> het moet
buiten de grens zijn,
belgische boterd Moet
tussen lidstaten spelend
8. Rg: verbonden’
, 9. R: Artikel 34 Vweu
verbod
invoerbeperkingen
10.T:
11.Kwantitatieve
invoerbeperking
12.Of
13.Maatregelen van
gelijke werking’
14.Lidstaten> het moet
buiten de grens zijn,
belgische boterd Moet
tussen lidstaten spelend
15.Rg: verbonden’
16.R: Artikel 34 Vweu
verbod
invoerbeperkingen
17.T:
Kennisvragen
1. Geef aan wat het verschil is tussen een supranationale en een intergouvernementele
organisatie met betrekking tot de soevereiniteitsoverdracht.
Wanneer organisaties ervoor kiezen om geen soevereiniteit af te staan, wordt de
organisatie een intergouvernementele organisatie. Bij een supranationale organisatie
gebeurt dit wel.
2. Leg uit wat de doelstelling genoemd in artikel 3 lid 1 VEU betekent voor de EU.
De EU heeft als doel vrede, haar waarden en het welzijn van haar volkeren te
bevorderen. Er zijn dus gelijke regels voor de lidstaten om te zorgen dat de vrede
tussen de lidstaten, de waarden van de lidstaten en het welzijn van de mensen in de
lidstaten bevordert wordt.
3. Leg in eigen woorden het begrip interne markt uit en betrek daarbij de verschillende
onderdelen waaruit de interne markt bestaat
Handelsvrijheid tussen lidstaten:
- Vrij verkeer;
- Staatssteun
- Mededinging
4. Een Nederlandse regeling verbiedt Spaanse werknemers om in Nederland te wonen
en werken. Geef aan met welk beginsel deze regeling in strijd is. Geef daarbij aan
wat de rechtsbasis is van dit beginsel.
Dit is in strijd met het gelijkheidsbeginsel. De Nederlandse staat mag andere
werknemers van een andere afkomst niet anders behandelen -> art 18 VwEU
5. Stel dat het HvJ EU een prejudiciële vraag van een Bulgaarse rechter in een
Bulgaarse zaak heeft beantwoord.
a. Leg uit wat het gevolg is van het antwoord van het HvJ EU voor de zaak van de
Bulgaarse rechter.
Bulgaarse rechter moet zich houden aan uitspraak HvJ -> zaak stilleggen tot uitspraak
en daarna eraan houden.
b. Leg uit wat het gevolg is van het antwoord van het HvJ EU voor de overige EU-
lidstaten.
Alles wordt gepubliceerd, dus andere EU-lidstaten dienen zich hier ook aan te houden.
Casusvragen
Casus 1
Werk aan de hand van het RTC-model uit of de volgende artikelen directe werking hebben:
, o artikel 34 VwEU
o artikel 169 lid 1 VwEU
Directe werking indien (Gend & Loos):
- Geschikt: Het artikel is bedoeld om rechten en plichten in het leven te roepen
- Voldoende duidelijk en onvoorwaardelijke verplichting
(Indien deze een duidelijk en onvoorwaardelijk verbod bevat (i.c. om maatregelen te nemen
die de export benadelen) en
Zij geen voorbehoud bevat van een nog te nemen andere maatregelen
Het verbod naar zijn aard voorts geschikt is om rechtstreeks te werken in de relatie lidstaat-
burger)
2. R: Artikel 34 Vweu
verbod
invoerbeperkingen
3. T:
4. Kwantitatieve
invoerbeperking
5. Of
6. Maatregelen van
gelijke werking’
7. Lidstaten> het moet
buiten de grens zijn,
belgische boterd Moet
tussen lidstaten spelend
8. Rg: verbonden’
, 9. R: Artikel 34 Vweu
verbod
invoerbeperkingen
10.T:
11.Kwantitatieve
invoerbeperking
12.Of
13.Maatregelen van
gelijke werking’
14.Lidstaten> het moet
buiten de grens zijn,
belgische boterd Moet
tussen lidstaten spelend
15.Rg: verbonden’
16.R: Artikel 34 Vweu
verbod
invoerbeperkingen
17.T: