Hoofdstuk 11: Formeel Strafrecht - De Berechting II (het onderzoek ter
terechtzitting):
Samenvatting:
Het begin van het onderzoek ter terechtzitting:
Nadat de zaak is uitgeroepen door de bode gaat de voorzitter over tot
het vaststellen van identiteit van de verdachte. Dat wil zeggen het
vragen naar:
Voor- en achternaam;
Geboorteplaats;
Geboortedatum;
BRP-adres;
Feitelijke verblijfplaats.
Wanneer de verdachte niet verschijnt, kan de verstekregeling op hem
worden toegepast of kan zijn gemachtigde advocaat het voord voeren.
Nadat de identiteit is vastgesteld, maant de voorzitter de verdachte tot
oplettendheid. Daarna wordt de verdachte verteld dat hij niet tot
antwoorden verplicht is (cautie) (art. 273 lid 2 Sv).
Wanneer een verdachte op enige manier de order verstoort, kan de
voorzitter besluiten hem te waarschuwen, daarna kan de verdachte uit
de zaak worden verwijderd (art. 273 lid 3 Sv).
Wanneer de verdachte de Nederlandse taal niet machtig is of als hij
slechthorend of doof is, kan de bijstand van een tolk die de taal van de
verdachte machtig is, of een gebarentolk vereist zijn.
Wij spreken van een contradictoire behandeling van de strafzaak
wanneer de verdachte aanwezig is bij zijn strafzaak of wordt vermoed
aanwezig te zijn, omdat hij zijn advocaat heeft gemachtigd (art. 279
Sv).
Behandeling bij verstek:
Wanneer een strafzaak buiten de aanwezigheid van de verdachte wordt
behandeld.
Een rechter mag niet zomaar overgaan tot een behandeling bij verstek.
Daarvoor moet eerst een aantal voorwaarden worden getoetst, te
weten:
1) Is de dagvaarding geldig?
Correct uitgereikt?
Wanneer de voorzitter wil dat de verdachte toch verschijnt kan
hij:
Het bevel geven dat de verdachte in persoon zal verschijnen
(art. 258 lid 2 Sv);
Bij het bevel tot verschijning de medebrenging van de
verdachte bevelen (art. 278 lid 2). In dit geval zal de politie de
verdachte ‘ophalen’.
2) Is er sprake van een gemachtigde advocaat?
Het is niet mogelijk om een raadsman slechts te machtigen voor
bepaalde handelingen.
3) Is er een niet-gemachtigde advocaat die toch verweer mag voeren?
In zeer uitzonderlijke omstandigheden (Bouterse-exceptie).
, Verstekverlening (art. 280 Sv):
De rechter spreekt het verstek tegen de verdachte uit (bij afwezigheid
verdachte etc.)
De verstekverlening kan vervallen worden verklaard als de verdachte
en/of diens gemachtigde advocaat alsnog verschijnt (art. 280 lid 2 Sv).
Wanneer de verstekverlening alsnog vervalt, begint het hele onderzoek
ter terechtzitting opnieuw (art. 280 lid 3 Sv).
Preliminaire verweren; De verdachte of zijn raadsman is bevoegd een
preliminair verweer direct na de bevraging van de personalia van de
verdachte voor te dragen en toe te lichten (art. 273 Sv). Verweer dat
voor alle andere verweren gevoerd dient te worden. Bijv. een
ontvankelijkheidsverweer.
Onder het voordragen van de zaak wordt verstaan het oplezen van de
tenlastelegging of een samenvatting daarvan (art. 284 Sv).
Verhoor tijdens het onderzoek ter terechtzitting:
Tijdens de verhoren kunnen verschillende procespartijen hun verhaal
doen en kan de voorzitter (de rechter) vragen stellen om te achterhalen
wat er precies is gebeurd.
Het verhoor van de verdachte:
In beginsel het belangrijkste bewijsmiddel in een strafzaak.
Op grond van art. 286 Sv ondervraagt de voorzitter de verdachte
als eerste.
Overigens kunnen de procespartijen in de loop van het gehele
strafproces vragen blijven stellen aan de verdachte (art. 286 lid 4
Sv).
Wanneer er verschillende verdachten zijn, kan de voorzitter een
bepaalde volgorde van ondervraging bevelen.
Als het belang van het strafproces dat eist, kan de rechter
bepalen dat de verdachte buiten de aanwezigheid van de
getuige wordt verhoord (art. 286 lid 3 Sv).
Op grond van art. 293 Sv kan de rechter bepalen dat de
verdachte niet alle vragen hoeft te beantwoorden (‘onzinnige
vragen’).
De getuige:
Zonder getuigenverklaringen kan een strafzaak zaak niet worden
opgelost.
Een belangrijke voorvraag is wie allemaal als getuige kunnen
optreden.
Getuigen zijn de personen die iets omtrent een strafbaar feit kunnen
verklaren.
Een getuige heeft ingevolge het Wetboek van Strafvordering een
aantal verschillende rechten en plichten:
Een getuige kan over voorwaarden een verschoningsrecht
hebben.
Een getuige moet in beginsel ten overstaan van de rechter
verschijnen,
terechtzitting):
Samenvatting:
Het begin van het onderzoek ter terechtzitting:
Nadat de zaak is uitgeroepen door de bode gaat de voorzitter over tot
het vaststellen van identiteit van de verdachte. Dat wil zeggen het
vragen naar:
Voor- en achternaam;
Geboorteplaats;
Geboortedatum;
BRP-adres;
Feitelijke verblijfplaats.
Wanneer de verdachte niet verschijnt, kan de verstekregeling op hem
worden toegepast of kan zijn gemachtigde advocaat het voord voeren.
Nadat de identiteit is vastgesteld, maant de voorzitter de verdachte tot
oplettendheid. Daarna wordt de verdachte verteld dat hij niet tot
antwoorden verplicht is (cautie) (art. 273 lid 2 Sv).
Wanneer een verdachte op enige manier de order verstoort, kan de
voorzitter besluiten hem te waarschuwen, daarna kan de verdachte uit
de zaak worden verwijderd (art. 273 lid 3 Sv).
Wanneer de verdachte de Nederlandse taal niet machtig is of als hij
slechthorend of doof is, kan de bijstand van een tolk die de taal van de
verdachte machtig is, of een gebarentolk vereist zijn.
Wij spreken van een contradictoire behandeling van de strafzaak
wanneer de verdachte aanwezig is bij zijn strafzaak of wordt vermoed
aanwezig te zijn, omdat hij zijn advocaat heeft gemachtigd (art. 279
Sv).
Behandeling bij verstek:
Wanneer een strafzaak buiten de aanwezigheid van de verdachte wordt
behandeld.
Een rechter mag niet zomaar overgaan tot een behandeling bij verstek.
Daarvoor moet eerst een aantal voorwaarden worden getoetst, te
weten:
1) Is de dagvaarding geldig?
Correct uitgereikt?
Wanneer de voorzitter wil dat de verdachte toch verschijnt kan
hij:
Het bevel geven dat de verdachte in persoon zal verschijnen
(art. 258 lid 2 Sv);
Bij het bevel tot verschijning de medebrenging van de
verdachte bevelen (art. 278 lid 2). In dit geval zal de politie de
verdachte ‘ophalen’.
2) Is er sprake van een gemachtigde advocaat?
Het is niet mogelijk om een raadsman slechts te machtigen voor
bepaalde handelingen.
3) Is er een niet-gemachtigde advocaat die toch verweer mag voeren?
In zeer uitzonderlijke omstandigheden (Bouterse-exceptie).
, Verstekverlening (art. 280 Sv):
De rechter spreekt het verstek tegen de verdachte uit (bij afwezigheid
verdachte etc.)
De verstekverlening kan vervallen worden verklaard als de verdachte
en/of diens gemachtigde advocaat alsnog verschijnt (art. 280 lid 2 Sv).
Wanneer de verstekverlening alsnog vervalt, begint het hele onderzoek
ter terechtzitting opnieuw (art. 280 lid 3 Sv).
Preliminaire verweren; De verdachte of zijn raadsman is bevoegd een
preliminair verweer direct na de bevraging van de personalia van de
verdachte voor te dragen en toe te lichten (art. 273 Sv). Verweer dat
voor alle andere verweren gevoerd dient te worden. Bijv. een
ontvankelijkheidsverweer.
Onder het voordragen van de zaak wordt verstaan het oplezen van de
tenlastelegging of een samenvatting daarvan (art. 284 Sv).
Verhoor tijdens het onderzoek ter terechtzitting:
Tijdens de verhoren kunnen verschillende procespartijen hun verhaal
doen en kan de voorzitter (de rechter) vragen stellen om te achterhalen
wat er precies is gebeurd.
Het verhoor van de verdachte:
In beginsel het belangrijkste bewijsmiddel in een strafzaak.
Op grond van art. 286 Sv ondervraagt de voorzitter de verdachte
als eerste.
Overigens kunnen de procespartijen in de loop van het gehele
strafproces vragen blijven stellen aan de verdachte (art. 286 lid 4
Sv).
Wanneer er verschillende verdachten zijn, kan de voorzitter een
bepaalde volgorde van ondervraging bevelen.
Als het belang van het strafproces dat eist, kan de rechter
bepalen dat de verdachte buiten de aanwezigheid van de
getuige wordt verhoord (art. 286 lid 3 Sv).
Op grond van art. 293 Sv kan de rechter bepalen dat de
verdachte niet alle vragen hoeft te beantwoorden (‘onzinnige
vragen’).
De getuige:
Zonder getuigenverklaringen kan een strafzaak zaak niet worden
opgelost.
Een belangrijke voorvraag is wie allemaal als getuige kunnen
optreden.
Getuigen zijn de personen die iets omtrent een strafbaar feit kunnen
verklaren.
Een getuige heeft ingevolge het Wetboek van Strafvordering een
aantal verschillende rechten en plichten:
Een getuige kan over voorwaarden een verschoningsrecht
hebben.
Een getuige moet in beginsel ten overstaan van de rechter
verschijnen,