1. In what different ways is utility expressed by the two utility models, namely the
Taylor-Russell model and the Brogden-Cronbach-Gleser model?
- Taylor-Russell utility in proportie Succes ratio (dus de hoeveelheid mensen die je
aanneemt die ook daarwerkelijk goed zullen presteren)
o Validiteit coefficient
o Selectie ratio
o Base rate
- BCG-Model In dit model wordt de bruikbaarheid van een test uitgedrukt in geld
(euro’s/dollars). Hoeveel zal een test opleveren t.o.v. de kosten, maar ook hoeveel meer
winst zal een bepaalde test opleveren ten opzichte van een andere test.
Cascio (1987) tayloy-russell lage validiteit is prima bij lage selectie ratio, waarom?
Omdat je dan met een hoge cutoff score nogsteeds de beste mensen kan selecteren.
OKE IS PHI NOU SR OF VALIDITEIT? DE OWG ZEGT DAT PHI SR IS.
,Als je bij BCG random selecteert dan zijn je kosten 0, want je gebruikt geen test dus dan is
de validiteit gelijk aan de BR
Mean-Ys = Gemiddelde test score op de criterion
rxy = Predictieve validiteit
i = Selectie ratio (Phi)
Labda = i = ordinate van de cutoff score (hoogte van de normaalverdeling bij de
cutoffscore = het percentage mensen dat zit bij de cutoff score)
U = marginale utility?? = verschil in utility
C = kosten voor het testen van een kandidaat
CxN/i = kosten per kandidaat die je selecteert
Ns = geselecteerde kandidaten (formule op dat blad)
, 2. Describe the pro's and con's of the two models of utility analysis.
- Taylor-Russell
o Pro’s:
Geeft info over hoe goed de test is in het selecteren van de juiste
kandidaten en het onterecht afwijzen van de juiste kandidaten etc.
SU is de meest waardevolle info voor de organisatie.
o Con’s:
SU Het zegt eigenlijk alleen of je succesvol bent of niet, het zegt niets
over individuele scores.
Het is arbitrair wanneer zien we iets als succesvol en wanneer niet, waar
ligt de grens
Sommige tests zullen in praktijk wel beter meten, maar te duur zijn voor
wat ze opleveren. DAAROM:
- BCG-model
o Pro’s
Maakt het voor managers inzichtelijk wat de kosten en baten van een test
zal zijn. En je kunt managers hiermee overtuigen dat het slimmer is om
een andere test te geven, wanneer deze er accurater voor zorgt dat het de
juiste mensen selecteert en waardoor de winst zal stijgen t.o.v. de kosten
van de test.
Het is dus praktisch
o Con’s
De Standaard Deviatie (Sd) is een schatting van de werkelijkheid het
geeft aan hoeveel een persoon meer opleverd wanneer deze een
presteert in een standaard boven het gemiddelde dus stel je wil de top
5% werknemers selecteren, dan bepaald de grote van de Sd hoeveel meer
een persoon uit deze top 5 zal opleveren voor de organisatie. (NIET
HELEMAAL DE JUISTE UITLEG, MAAR ZELF VERZONNEN DUS CHAPEAU)
Maar doordat het een schatting is van de werkelijkheid kun je dus
heel lastig onderbouwen dat de uitgerekende utility in euro’s ook
daadwerkelijk de winst zal zijn in de praktijk.
BCG gaat ervan uit dat performance ratings continue variabelen zijn,
maar zijn vaker categorische variabelen (i.e. op een 1-5 schaal) (Cabrera
& Raju, 2001)
Wel leuk die BCG maar houdt geen rekening mee dat mensen het aanbod
ook vaak afwijzen. (Cascio)
Een aantal Economische factoren missen (e.g. risico, discount, tax)
Taylor-Russell model and the Brogden-Cronbach-Gleser model?
- Taylor-Russell utility in proportie Succes ratio (dus de hoeveelheid mensen die je
aanneemt die ook daarwerkelijk goed zullen presteren)
o Validiteit coefficient
o Selectie ratio
o Base rate
- BCG-Model In dit model wordt de bruikbaarheid van een test uitgedrukt in geld
(euro’s/dollars). Hoeveel zal een test opleveren t.o.v. de kosten, maar ook hoeveel meer
winst zal een bepaalde test opleveren ten opzichte van een andere test.
Cascio (1987) tayloy-russell lage validiteit is prima bij lage selectie ratio, waarom?
Omdat je dan met een hoge cutoff score nogsteeds de beste mensen kan selecteren.
OKE IS PHI NOU SR OF VALIDITEIT? DE OWG ZEGT DAT PHI SR IS.
,Als je bij BCG random selecteert dan zijn je kosten 0, want je gebruikt geen test dus dan is
de validiteit gelijk aan de BR
Mean-Ys = Gemiddelde test score op de criterion
rxy = Predictieve validiteit
i = Selectie ratio (Phi)
Labda = i = ordinate van de cutoff score (hoogte van de normaalverdeling bij de
cutoffscore = het percentage mensen dat zit bij de cutoff score)
U = marginale utility?? = verschil in utility
C = kosten voor het testen van een kandidaat
CxN/i = kosten per kandidaat die je selecteert
Ns = geselecteerde kandidaten (formule op dat blad)
, 2. Describe the pro's and con's of the two models of utility analysis.
- Taylor-Russell
o Pro’s:
Geeft info over hoe goed de test is in het selecteren van de juiste
kandidaten en het onterecht afwijzen van de juiste kandidaten etc.
SU is de meest waardevolle info voor de organisatie.
o Con’s:
SU Het zegt eigenlijk alleen of je succesvol bent of niet, het zegt niets
over individuele scores.
Het is arbitrair wanneer zien we iets als succesvol en wanneer niet, waar
ligt de grens
Sommige tests zullen in praktijk wel beter meten, maar te duur zijn voor
wat ze opleveren. DAAROM:
- BCG-model
o Pro’s
Maakt het voor managers inzichtelijk wat de kosten en baten van een test
zal zijn. En je kunt managers hiermee overtuigen dat het slimmer is om
een andere test te geven, wanneer deze er accurater voor zorgt dat het de
juiste mensen selecteert en waardoor de winst zal stijgen t.o.v. de kosten
van de test.
Het is dus praktisch
o Con’s
De Standaard Deviatie (Sd) is een schatting van de werkelijkheid het
geeft aan hoeveel een persoon meer opleverd wanneer deze een
presteert in een standaard boven het gemiddelde dus stel je wil de top
5% werknemers selecteren, dan bepaald de grote van de Sd hoeveel meer
een persoon uit deze top 5 zal opleveren voor de organisatie. (NIET
HELEMAAL DE JUISTE UITLEG, MAAR ZELF VERZONNEN DUS CHAPEAU)
Maar doordat het een schatting is van de werkelijkheid kun je dus
heel lastig onderbouwen dat de uitgerekende utility in euro’s ook
daadwerkelijk de winst zal zijn in de praktijk.
BCG gaat ervan uit dat performance ratings continue variabelen zijn,
maar zijn vaker categorische variabelen (i.e. op een 1-5 schaal) (Cabrera
& Raju, 2001)
Wel leuk die BCG maar houdt geen rekening mee dat mensen het aanbod
ook vaak afwijzen. (Cascio)
Een aantal Economische factoren missen (e.g. risico, discount, tax)