AARDE
HOOFDSTUK 2 AFBRAAK EN OPBOUW
VAN HET LANDSCHAP
§1 SYSTEEM AARDE
Systeem Aarde
De aarde is opgebouwd uit atmosfeer (lucht), lithosfeer (vaste
gesteente), hydrosfeer (water) en biosfeer (leven). Deze 4 kunnen niet
zonder elkaar.
Kringlopen
Er zijn 3 belangrijke kringlopen.
Kringloop van gesteenten
Gesteentecyclus (Proces waarbij een gesteente steeds opnieuw de
fasen doorloopt van verwering, erosie, sedimentatie en nieuw
gesteentevorming). Gesteenten (Alle vaste stoffen die in de aardkorst
en in het bovenste gedeelte van de aardmantel voorkomen). Dus
bijvoorbeeld zand en klei. Deze gesteenten worden door geologische
processen telkens afgebroken en omgevormd.
Hier zijn 3 soorten gesteenten:
o Stollingsgesteenten (Gesteente dat is ontstaan door afkoeling van
heet, vloeibaar materiaal). Vb zijn graniet en
basalt.
o Sedimentgesteenten
(Afzettingsgesteente). Dit ontstaat door
lucht water en ijs.
Voorbeelden hiervan zijn Kalksteen
(gesteente waarvan de chemische
samenstelling wordt uitgedrukt door de
formule CaCO³) en ook Zandsteen
(Sedimentgesteente dat voornamelijk
bestaat uit zandkorrels).
o Metamorfe gesteenten (gesteente dat onder hoge
druk en/of bij hoge temp andere eigenschappen heeft
gekregen) worden gevormd doordat stollings-of sedimentgesteenten
o.i.v. druk/verhoogde temp een gedaanteverwisseling ondergaan.
, Voorbeelden hiervan zijn Marmer (Metamorf gesteente dat o.i.v. hoge
druk en temp is ontstaan uit kalksteen), Gneiss (metamorf gesteente
dat (vaak) ontstaat als zandsteen of graniet onder hoge druk of temp
veranderen)
en Leisteen (Grijs of zwart metamorf gesteente dat o.i.v. druk is
ontstaan uit schalie (verharde klei)
Hydrologische kringloop (proces waarbij water bij de oppervlakte van
de aarde een nooit eindigende kringloop van verdamping, transport,
condensatie en neerslag doorloopt).
Neerslag valt en het
Verdampt, sprake van
Evaporatie (Verdamping van
open water, water op en in een
onbegroeide bodem en dauw)
of van Transpiratie
(verdamping vanuit de
huidmondjes van planten)
Evapotranspiratie (Verdamping
van open water, water op en in
een onbegroeide bodem en
dauw en verdamping vanuit de huidmondjes van planten).
Maar de neerslag kan ook infiltreren in grond of het stroomt af. Deze
verschillen worden veroorzaakt door het klimaat.
Koolstofkringloop (de verhouding en overgangssituaties tussen de
hoeveelheden koolstof in de atmosfeer, biosfeer, lithosfeer en
hydrosfeer). Koolstof kan in vaste, vloeibare en gasvormige toestand
voorkomen.