Hoofdstuk 1: psychische aandoeningen
Vroegere definitie van gezondheid -> een toestand van compleet fysiek, mentaal en sociaal
welbevinden, niet slechts de afwezigheid van ziekte of gebrek.
In 2010 een nieuwe definitie -> gezondheid is het vermogen zich aan te passen en eigen regie te
voeren, in het licht van sociale, fysieke en emotionele uitdagingen van het leven.
-> ziekte staat hierin niet centraal, gaat erom wat je wel kunt. -> positieve gezondheid
Positieve gezondheid is wel bekritiseerd -> het concept is theoretisch zwak onderbouwd, de 6
pijlers overlappen elkaar en gezondheid/gedrag worden niet onderscheidt.
Huber (positieve gezondheid) -> gezondheid is geen toestand, maar een vermogen om zich aan
te passen en regie te voeren.
Positieve gezondheid -> bruikbare benadering (werkmodel) in de tegenwoordige hulpverlening
1.2 psychische klachten
psychische klachten -> inhoud weten we niet precies, ons begrip ervan is beperkt.
Gaat voornamelijk over problemen in het psychisch functioneren van mensen. -> problemen in
de hantering van stressvolle situaties, problemen met zelfbeeld, problematische, niet-
functionele opvattingen, overtuigingen of gedachtegangen, etc.
Problematisch -> functioneren van mensen wordt belemmerd of het gedrag bij henzelf of
naasten wordt in moeilijkheden gebracht. Bijv. depressieve gevoelens, angsten, paniek, heftige
woede, etc.
Veel psychische klachten zijn algemeen en komen vaak voor -> slecht slapen, veel piekeren, etc.
Belangrijk aspect bij psychische aandoeningen -> heeft invloed op alle terreinen van het leven.
Psychische aandoeningen beïnvloeden familie en andere sociale relaties. Hulpverleners moeten
daar ook aandacht aan besteden.
KOPP kinderen hebben minstens 3x grotere kans om op volwassene leeftijd psychische
problemen te ontwikkelen dan kinderen die opgroeien bij psychisch gezonde ouders.
1.3 Medische benadering
GGZ -> klassieke medische benadering is nog dominant aanwezig -> benadering van psychische
problemen als (hersen)ziekten of ziekteverschijnselen. Op basis van die verschijnselen wordt
een diagnose gesteld. -> uitgangspunt voor een passende behandeling, waarin medicijnen
worden ingezet.
Stoornissen en problemen staan hierin centraal. Wanneer daar de focus op ligt, verdwijnen
meestal andere aspecten van iemands verhaal uit beeld.
Psychische klachten in het dagelijks leven en voor naasten krijgt hierdoor niet vaak genoeg
aandacht en er is te weinig oog voor het levensverhaal.
Symptoomnetwerken
Klassieke medische benadering -> symptomen zijn een uiting van een ziekte.
Concept -> symptomen hangen met elkaar samen en versterken elkaar. Ze vormen een netwerk,
een zichzelf onderhouden systeem.
,Comorbiditeit: tegelijk voorkomen van verschillende ziektebeelden
Brugsymptomen: wanneer mensen 2 of meer diagnoses krijgen en sommige symptomen in de
lijstjes van verschillende diagnoses voorkomen.
Psychische aandoening volgens de netwerktheorie ->
- Fase 1: Evenwichtstoestand, diegene is ‘gezond’. Symptoomnetwerk, bijv. depressie is inactief
- Fase 2: Externe factor veroorzaakt de verstoring van de evenwichtstoestand, bijv. somberheid
symptoom wordt geactiveerd -> activeert een ander symptoom bijv. verminderde eetlust.
- Fase 3: activatie van symptomen breidt zich ver door het netwerk uit.
- Fase 4: er is een nieuw (maar minder gezonde) evenwichtstoestand ontstaan. Het systeem
houdt zich in deze fase zichzelf tot stand.
Transdiagnostische factoren
Overeenkomende kenmerken onder hulpvragers ongeacht de diagnose.
Gemeenschappelijke factoren bij verschillende psychische aandoeningen:
- Overeenkomende biologische factoren -> genetische factoren spelen een rol
- Overeenkomende psychologische kenmerken -> laag zelfbeeld, onzekerheid,
faalangstigheid en perfectionisme
- Overeenkomende gedragingen en symptomen -> vermijdingsgedrag, verslaving, dwangmatig
gedrag, sombere/ angstige gevoelens, slaapklachten, zelfbeschadiging
- Traumatische ervaringen in het verleden -> geweld, agressie, mishandeling, pesten en
seksueel misbruik
- Dezelfde therapieën zijn werkzaam -> dezelfde handelingen zijn effectief bij verschillende
aandoeningen
1.4 Biopsychosociaal model
Om een ziekte goed te kunnen begrijpen en behandelen, is het nodig om niet alleen lichamelijk
en biologisch te kijken, maar ook naar de psychische en sociale factoren.
Het is meer een denkmodel dan een werkmodel.
De drie aspecten beïnvloeden elkaar en hangen met elkaar samen.
- Biologische invalshoek: erfelijke factoren, de rol van stress, hormonen en andere lichamelijke
functies
-> Psychofarmaca (medicijnen die ingezet worden bij de behandeling van psychiatrische
aandoeningen en psychologische problemen)
- Psychische invalshoek: persoonlijkheidskenmerken, psychische klachten zoals gebrek aan
zelfvertrouwen en gebrek aan zelfwaardering. Aanbieden van therapieën
-> psychotherapie, traumaverwerking
- Sociale invalshoek (leefomgeving): levensomstandigheden, groepsdruk, rol van ouders
-> schuldhulpverlening, dagbesteding, etc.
Spirituele dimensie (zingeving) staat niet benoemd in het model, zal wel nuttig zijn volgens
mensen met psychische aandoeningen.
Het model van positieve gezondheid lijkt op het biopsychosociale model, waardoor het
vervangen kan worden.
,1.5 Sociaalpsychiatrische benadering
Onderscheidt zich van de klinische, medisch georiënteerde psychiatrie omdat ze gedragingen
niet opvatten als symptomen van een ziekte, maar als reactie op wat zij in hun leven hebben
meegemaakt en hoe zij dat hebben ervaren.
Hoogleraar Arie Querido -> psychiatrische zorg werd ambulante zorg vanuit een
gemeenschappelijke dienst. Zorg moest dichtbij huis worden gegeven.
Sociale psychologie volgens Koekkoek -> onderscheid maken tussen sociale oorzaken
(armoede, sociale ongelijkheid), sociale gevolgen (overlast, stigma) en sociale interventies
(rehabilitatie, versterken van sociale netwerk).
1.6 Culturele aspecten
Culturele factoren spelen een rol in de manier waarop die worden beleefd en geuit. Een
hulpverlener moet daarbij kunnen aansluiten.
In de westerse cultuur -> empirisch onderzoek en wetenschappelijk bewijs
, Hoofdstuk 2: Herstelgerichte benadering
De herstelgerichte benadering in de psychische gezondheidszorg is van recente datum.
-> Het gaat niet over de aard en het ontstaan van klachten en aandoeningen. Het gaat over wat
mensen nog wel kunnen en wat zij zouden willen ontwikkelen en bereiken.
Definitie vanuit het boek:
Herstel is het persoonlijke proces waarbij iemand een min of meer ontwrichtende levenservaring
zodanig te boven komt, dat hij het leven weer vanuit eigen wensen en mogelijkheden vorm kan
geven, met of zonder blijvende gevolgen van die ervaring.
Ontwrichtende levenservaring -> het gaat niet om het herstellen van een griepje of kleine
tegenslag maar over psychische aandoeningen die diep in het leven grijpen waardoor het een
moeizaam proces is om de gevolgen te boven komen.
2.2 Herstel is een persoonlijk en uniek proces
Herstel -> voortdurend proces en niet per se het resultaat van dat proces.
Mensen die hersteld zijn van psychische aandoeningen zien hun leven nooit als ‘voltooid’. Er
komen altijd nieuwe dingen op je pad waar je aan kan werken.
Persoonlijk proces -> verloopt bij elke herstellende anders. Doordat processen persoonlijk en
uniek zijn, maakt dat de herstelprocessen ‘eigendom’ zijn van de herstellende zelf.
2.3 Herstel verloopt min of meer in fasen
Overgangen tussen fases zijn niet af te bakenen. De fasen gaan geleidelijk in elkaar over en soms
gaat een herstellende ook weer een fase terug.
1. Overweldigd zijn door de aandoening
De aandoening lijkt het leven helemaal te bepalen. Het gedrag wordt geheel daardoor bepaald
en het alledaagse functioneren kan worden geblokkeerd. Iemand ervaart geen verbinding meer
met zijn vertrouwde zelf, anderen en omgeving. Er is hierin geen sprake van herstel.
2. Worstelen met de aandoening
Er zijn veel vragen. Iemands zelfvertrouwen kan een flinke deuk oplopen. Schaamte en angst
voor herhaling kunnen sterk aanwezig zijn. Voorzichtig en onzeker begint iemand de draad weer
op te pakken.
3. Leven met de aandoening
Langzaam zal vertrouwen worden opgebouwd als de herstellende merkt dat als hij zijn dag niet
heeft, dat dit niet gelijk betekent dat de aandoening terug is. Hij leert zijn mogelijkheden en
beperkingen kennen. De verbinding met zichzelf en anderen is hersteld.
4. Leven voorbij de aandoening
De aandoening raakt steeds meer op de achtergrond. Het bepaalt niet langer meer iemands
leven en hoe hij het leven ervaart. Hij is weer stevig verbonden met vroegere of nieuwe rollen in
het leven.
Psychische kwetsbaarheid is blijvend. Mensen maken de fasen verschillende keren opnieuw
door. Er kunnen voorzorgsmaatregelen treffen om fase 1 te voorkomenden. Herstel is sneller bij
een terugval in fase 1.