Samenvatting
Media en Ethiek - Dick Verhofstadt
, I De basis van de moraal
Moraal zou niet alleen kunnen bestaan op basis van een bovennatuurlijke macht. Veel
godsdiensten stellen dat bepalingen over goed en kwaad hun basis vinden en
neergeschreven staan in heilige teksten. Er zijn verschillende voorbeelden dat morele
normen voor de opkomst van deze geloven bestonden.
- Codex Hammurabi: Het oudste bekende wetboek van de wereld
- Egyptische dodenboek: zonder moraal samenleving onmogelijk (controle farao)
- het oude Athene: morele normen die los stonden van goddelijke bepalingen. Er werd
door Kleisthenès een reeks bepalingen gevormd die de basis vormden voor de
eerste democratie onder Pericles.
- De Romeinen kenden een uitgebreid rechtssysteem (Twaalfstafelenwet). Ook kregen
normen een dynamisch karakter omdat ze mee evolueerden met de
maatschappelijke ontwikkelingen.
Geschiedenis
- Keerpunt: Concilie van Constantinopel (381): christendom werd staatsgodsdienst
- 1075: Paus Gregorius verleende de paus het hoogste gezag in maatschappij en kerk
- Moraal gebaseerd op ‘heilige teksten’ leidde tot immorele handelingen -> kritiek op
Rome -> Reformatie: de grootste scheuring in christendom
- Cruciale omwenteling: Franse Revolutie (1789): religieuze bepalingen moesten
plaats maken voor Verklaring van de Rechten van de Mens en Burger
- 1948: de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, deze bevatten
waarden en normen in de vormen van wettelijke bepalingen ter bescherming van de
mensenrechten.
Morele normen zijn dus het product van mensen die samenhorigheid van de groep wilden
beschermen en versterken. Moraliteit gebaseerd op goddelijk voorschrift is problematisch
omwille van de intrinsieke dwang die ervan uitgaat. Het is een voorschrift van morele
overwegingen van duizenden jaren geleden, geen gevolg van eigen morele overtuiging.
Moraal is dan ook onaantastbaar. Naarmate de interdependentie tussen mensen en diverse
groepen groter werd, moesten morele normen dan ook worden aangepast. Ethiek is een
dynamisch proces waarin het begrip ‘naaste’ gedurende de tijd werd verbreed.
De gedachte dat mensen over zelfbeschikkingsrecht beschikken is relatief nieuw. Eerst
dacht men dat de mens geen greep had op zijn eigen lot. Dit recht is naast rechtvaardigheid
een van de belangrijkste ethische principes. We denken en geloven wat we zelf willen en
veronderstellen. Echter laat de Verklaring uit 1948 zien dat bepaalde normen ook universele
geldigheid geniet. Zo is er ook een universeel verzet tegen onvrijwillig ondergaan van pijn.
Uit deze weerstand kunnen we alle morele bepalingen afleiden die verbieden dat men
iemand onderdrukt of als mens niet gelijkwaardig acht. Deze vaststelling bevestigt het
bestaan en de waarde van de autonome moraal. Vertrekkend vanuit een autonome moraal
kunnen we ook een reeks algemene ethische principes opstellen met betrekking tot de
media. Het gaat niet om ‘westerse’ waarden, maar om zaken die universele geldingskracht
hebben. Deze wordt sterker naarmate media minder gebonden zijn aan landsgrenzen.
Media en Ethiek - Dick Verhofstadt
, I De basis van de moraal
Moraal zou niet alleen kunnen bestaan op basis van een bovennatuurlijke macht. Veel
godsdiensten stellen dat bepalingen over goed en kwaad hun basis vinden en
neergeschreven staan in heilige teksten. Er zijn verschillende voorbeelden dat morele
normen voor de opkomst van deze geloven bestonden.
- Codex Hammurabi: Het oudste bekende wetboek van de wereld
- Egyptische dodenboek: zonder moraal samenleving onmogelijk (controle farao)
- het oude Athene: morele normen die los stonden van goddelijke bepalingen. Er werd
door Kleisthenès een reeks bepalingen gevormd die de basis vormden voor de
eerste democratie onder Pericles.
- De Romeinen kenden een uitgebreid rechtssysteem (Twaalfstafelenwet). Ook kregen
normen een dynamisch karakter omdat ze mee evolueerden met de
maatschappelijke ontwikkelingen.
Geschiedenis
- Keerpunt: Concilie van Constantinopel (381): christendom werd staatsgodsdienst
- 1075: Paus Gregorius verleende de paus het hoogste gezag in maatschappij en kerk
- Moraal gebaseerd op ‘heilige teksten’ leidde tot immorele handelingen -> kritiek op
Rome -> Reformatie: de grootste scheuring in christendom
- Cruciale omwenteling: Franse Revolutie (1789): religieuze bepalingen moesten
plaats maken voor Verklaring van de Rechten van de Mens en Burger
- 1948: de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, deze bevatten
waarden en normen in de vormen van wettelijke bepalingen ter bescherming van de
mensenrechten.
Morele normen zijn dus het product van mensen die samenhorigheid van de groep wilden
beschermen en versterken. Moraliteit gebaseerd op goddelijk voorschrift is problematisch
omwille van de intrinsieke dwang die ervan uitgaat. Het is een voorschrift van morele
overwegingen van duizenden jaren geleden, geen gevolg van eigen morele overtuiging.
Moraal is dan ook onaantastbaar. Naarmate de interdependentie tussen mensen en diverse
groepen groter werd, moesten morele normen dan ook worden aangepast. Ethiek is een
dynamisch proces waarin het begrip ‘naaste’ gedurende de tijd werd verbreed.
De gedachte dat mensen over zelfbeschikkingsrecht beschikken is relatief nieuw. Eerst
dacht men dat de mens geen greep had op zijn eigen lot. Dit recht is naast rechtvaardigheid
een van de belangrijkste ethische principes. We denken en geloven wat we zelf willen en
veronderstellen. Echter laat de Verklaring uit 1948 zien dat bepaalde normen ook universele
geldigheid geniet. Zo is er ook een universeel verzet tegen onvrijwillig ondergaan van pijn.
Uit deze weerstand kunnen we alle morele bepalingen afleiden die verbieden dat men
iemand onderdrukt of als mens niet gelijkwaardig acht. Deze vaststelling bevestigt het
bestaan en de waarde van de autonome moraal. Vertrekkend vanuit een autonome moraal
kunnen we ook een reeks algemene ethische principes opstellen met betrekking tot de
media. Het gaat niet om ‘westerse’ waarden, maar om zaken die universele geldingskracht
hebben. Deze wordt sterker naarmate media minder gebonden zijn aan landsgrenzen.