Samenvatting bedrijfseconomie blok 4
Hoofdstuk 11
Kosten worden veroorzaakt door het verbruiken van productiemiddelen. Er zijn een tweetal
hoofdgroepen:
Constante/vaste kosten: veranderen niet als de productie toe- of afneemt. Ook wel
capaciteitskosten (veroorzaakt door aanwezige productiecapaciteit). Op lange termijn
kunnen ze wel blijvend veranderen. Kosten ook afhankelijk van het relevante productie-
interval.
Variabele kosten: veranderen wanneer de productie varieert.
- Proportioneel variabele kosten: kosten per eenheid product gelijk, stijgen of dalen
recht evenredig met de omvang.
- Degressief variabele kosten: kosten nemen minder sterk toe dan de productie. (bijv.
kwantumkortingen of betere efficiency).
- Progressief variabele kosten: kosten nemen sterker toe dan productie (bijv. overwerk
in de avonduren of dure uitzendkrachten).
- Trapsgewijs variabele kosten: beperkt deelbare producten. Kosten in een beperkt
interval constant en stijgen dan naar een nieuw niveau(variabel).
Totale kosten: vaste en variabele kosten samen.
Gemengde kosten: sommige kosten hebben zowel een vast als variabel karakter (bijv.
energiekosten).
Break-even-punt/ kritisch punt: waarop de afzet of omzet zo groot is dat alle kosten worden gedekt.
Break-evenanalyse: onderzoek naar de relatie van omzet, kosten en winst met de
productieomvang/afzet en het bepalen van het break-even-punt.
Dekkingsbijdrage/ contribution margin: verschil tussen variabele kosten en verkoopprijs per product.
Winstgraad: mate waarin er na het break-even-punt winst ontstaat. (hoek tussen omzet en totale
kosten lijn).
Winstgrafiek: winst afgebeeld als functie van de productieomvang/afzet.
Veiligheidsmmarge: percentage waarmee de omzet of afzet maximaal mag afnemen om niet onder
break-even niveau te komen.
= begrote omzet – break evenomzet x 100%
Begrote omzet
Hefboomwerking van de kostenstructuur:
Indifferentiepunt: het productievolume waarbij het uit kostenoverwegingen niet uitmaakt welke
productiemiddelen/methode wordt gebruikt.
Hoofdstuk 12
Integrale kostprijsberekening: alle kosten opgenomen in de kostprijs (absorption costing).
De kostprijs kan pas berekend worden als de hoeveelheid geproduceerde eenheden bekend is.
Vaak wordt de kostprijs al vooraf berekend, dat is de voorcalculatie. Deze wordt berekend op basis
van de normale bedrijfsdrukte of normale bezetting.
Normale bezetting: gemiddelde benutting van de capaciteit die voor de eerstkomende jaren wordt
verwacht, gebaseerd op de geschatte afzet in deze jaren.
Hoofdstuk 11
Kosten worden veroorzaakt door het verbruiken van productiemiddelen. Er zijn een tweetal
hoofdgroepen:
Constante/vaste kosten: veranderen niet als de productie toe- of afneemt. Ook wel
capaciteitskosten (veroorzaakt door aanwezige productiecapaciteit). Op lange termijn
kunnen ze wel blijvend veranderen. Kosten ook afhankelijk van het relevante productie-
interval.
Variabele kosten: veranderen wanneer de productie varieert.
- Proportioneel variabele kosten: kosten per eenheid product gelijk, stijgen of dalen
recht evenredig met de omvang.
- Degressief variabele kosten: kosten nemen minder sterk toe dan de productie. (bijv.
kwantumkortingen of betere efficiency).
- Progressief variabele kosten: kosten nemen sterker toe dan productie (bijv. overwerk
in de avonduren of dure uitzendkrachten).
- Trapsgewijs variabele kosten: beperkt deelbare producten. Kosten in een beperkt
interval constant en stijgen dan naar een nieuw niveau(variabel).
Totale kosten: vaste en variabele kosten samen.
Gemengde kosten: sommige kosten hebben zowel een vast als variabel karakter (bijv.
energiekosten).
Break-even-punt/ kritisch punt: waarop de afzet of omzet zo groot is dat alle kosten worden gedekt.
Break-evenanalyse: onderzoek naar de relatie van omzet, kosten en winst met de
productieomvang/afzet en het bepalen van het break-even-punt.
Dekkingsbijdrage/ contribution margin: verschil tussen variabele kosten en verkoopprijs per product.
Winstgraad: mate waarin er na het break-even-punt winst ontstaat. (hoek tussen omzet en totale
kosten lijn).
Winstgrafiek: winst afgebeeld als functie van de productieomvang/afzet.
Veiligheidsmmarge: percentage waarmee de omzet of afzet maximaal mag afnemen om niet onder
break-even niveau te komen.
= begrote omzet – break evenomzet x 100%
Begrote omzet
Hefboomwerking van de kostenstructuur:
Indifferentiepunt: het productievolume waarbij het uit kostenoverwegingen niet uitmaakt welke
productiemiddelen/methode wordt gebruikt.
Hoofdstuk 12
Integrale kostprijsberekening: alle kosten opgenomen in de kostprijs (absorption costing).
De kostprijs kan pas berekend worden als de hoeveelheid geproduceerde eenheden bekend is.
Vaak wordt de kostprijs al vooraf berekend, dat is de voorcalculatie. Deze wordt berekend op basis
van de normale bedrijfsdrukte of normale bezetting.
Normale bezetting: gemiddelde benutting van de capaciteit die voor de eerstkomende jaren wordt
verwacht, gebaseerd op de geschatte afzet in deze jaren.