Bevat hoorcolleges 2-30
Weefsels
Samenvatting
Biomedische Wetenschappen
,HC 3+4 Inleiding pathologie, adaptatie-mechanismen en celschade
Wat is pathologie: ziekteleer
Morfologie
o Microscopisch
Lichtmicroscopie: verschillende kleuringen
HE
Immunohistochemische kleuringen met antilichamen voor te
specifiek onderdeel met bruine marker
Fluorescentie microscopie
Elektronenmicroscopie
Voorkennis: histologie
o Macroscopisch: voorkennis: anatomie
Fixatie in formaline stugger
Immunologisch onderzoek
Moleculair onderzoek
Relevant voor patiënt; onderzoek
Diagnose
Prognose
Behandeling
Follow up
Adaptatiemechanismen van een cel: hoe reageren cellen op kwaadaardige prikkels?
Robbins
Vanuit adaptatie is ook weer schade mogelijk
Hypertrofie (grotere cellen)
o Toename grootte van orgaan door toename grootte
cellen
o In organen waarbij cellen niet goed/weinig kunnen
delen (hart/spieren)
o In andere organen altijd in combinatie met
hyperplasie
o Toename in cytoplasma en/of cytoplasmatische
structuren (celorganellen)
o Geen toename van aantal cellen
o Hart, skeletspier of gladde spier van uterus
Fysiologisch b.v. sport, zwangerschap
Pahtologisch b.v. hoge bloeddruk
Dik hart bloedtoevoer niet meer goed, cellen maximale grootte gaan
dood
Hyperplasie (meerdere cellen)
o Toename orgaanvolume door meer cellen door proliferatie van uitgerijpte cellen of
stamcellen
o Bijna alle gevallen in combinatie met hypertrofie
o Fysiologisch
Hormonaal (toename functie)
1
, Compensatoir (toename na schade of resectie)
o Pathologisch
Teveel aan hormonen of groeifactoren
V.b. reactie op virale infecties
Nog wel gereguleerde toename maar goede voedingsbodem voor
ontwikkeling van tumoren
Vergrootte kans op maligniteit
Humaan papillomavirus groeiprikkels toename huid
Atrofie (kleinere en minder cellen)
o Kleiner worden van orgaan door vermindering van cel grootte en cel aantal
Fysiologische atrofie normaal tijdens (embryonale) ontwikkeling
Pathologische atrofie afhankelijk van de onderliggende ooraak
o Verminderde belasting, minder arbeid
o Verlies van innervatie (skeletspier)
o Verminderde bloedtoevoer (hersenen)
o Te weinig voeding
o Verlies van hormale stimuli
o Druk/compressie
Metaplasie (andere cellen)
o Reversibele verandering van een volledig gedifferentieerd celtype in een ander
verwant celtype
o Dus bij ontbreken prikkel kan het terugkeren naar oorspronkelijke staat
o Adaptatie op differentiatieniveau: stamcellen
Voordeel: epitheel/ nieuw weefsel beter bestand tegen
prikkel
Nadeel: functieverlies
o Bronchus: cilindrisch epitheel wordt plaveiselepitheel onder
invloed van nicotine-prikkel. Slijm wordt niet goed verwerkt omdat
trilharen verdwijnen
o Distale oesophagus: plaveiselepitheel wordt cilindrisch epitheel
onder invloed van maagzuur t.g.v. reflux. Kan beter tegen zuur
maar wel verhoogde kans op maligniteit
o Transformatiezone in cervix uteri: endocervicaal cilindrisch epitheel wordt
plaveiselepitheel.
Fungeert adaptatie niet goed letsel. Geen herstel meer mogelijk? celdood.
Celschade: stress groter dan adaptatievermogen
Reversibele cel schade gekenmerkt door verminderde energievorming door de cel
o Cel zwelling
2
Weefsels
Samenvatting
Biomedische Wetenschappen
,HC 3+4 Inleiding pathologie, adaptatie-mechanismen en celschade
Wat is pathologie: ziekteleer
Morfologie
o Microscopisch
Lichtmicroscopie: verschillende kleuringen
HE
Immunohistochemische kleuringen met antilichamen voor te
specifiek onderdeel met bruine marker
Fluorescentie microscopie
Elektronenmicroscopie
Voorkennis: histologie
o Macroscopisch: voorkennis: anatomie
Fixatie in formaline stugger
Immunologisch onderzoek
Moleculair onderzoek
Relevant voor patiënt; onderzoek
Diagnose
Prognose
Behandeling
Follow up
Adaptatiemechanismen van een cel: hoe reageren cellen op kwaadaardige prikkels?
Robbins
Vanuit adaptatie is ook weer schade mogelijk
Hypertrofie (grotere cellen)
o Toename grootte van orgaan door toename grootte
cellen
o In organen waarbij cellen niet goed/weinig kunnen
delen (hart/spieren)
o In andere organen altijd in combinatie met
hyperplasie
o Toename in cytoplasma en/of cytoplasmatische
structuren (celorganellen)
o Geen toename van aantal cellen
o Hart, skeletspier of gladde spier van uterus
Fysiologisch b.v. sport, zwangerschap
Pahtologisch b.v. hoge bloeddruk
Dik hart bloedtoevoer niet meer goed, cellen maximale grootte gaan
dood
Hyperplasie (meerdere cellen)
o Toename orgaanvolume door meer cellen door proliferatie van uitgerijpte cellen of
stamcellen
o Bijna alle gevallen in combinatie met hypertrofie
o Fysiologisch
Hormonaal (toename functie)
1
, Compensatoir (toename na schade of resectie)
o Pathologisch
Teveel aan hormonen of groeifactoren
V.b. reactie op virale infecties
Nog wel gereguleerde toename maar goede voedingsbodem voor
ontwikkeling van tumoren
Vergrootte kans op maligniteit
Humaan papillomavirus groeiprikkels toename huid
Atrofie (kleinere en minder cellen)
o Kleiner worden van orgaan door vermindering van cel grootte en cel aantal
Fysiologische atrofie normaal tijdens (embryonale) ontwikkeling
Pathologische atrofie afhankelijk van de onderliggende ooraak
o Verminderde belasting, minder arbeid
o Verlies van innervatie (skeletspier)
o Verminderde bloedtoevoer (hersenen)
o Te weinig voeding
o Verlies van hormale stimuli
o Druk/compressie
Metaplasie (andere cellen)
o Reversibele verandering van een volledig gedifferentieerd celtype in een ander
verwant celtype
o Dus bij ontbreken prikkel kan het terugkeren naar oorspronkelijke staat
o Adaptatie op differentiatieniveau: stamcellen
Voordeel: epitheel/ nieuw weefsel beter bestand tegen
prikkel
Nadeel: functieverlies
o Bronchus: cilindrisch epitheel wordt plaveiselepitheel onder
invloed van nicotine-prikkel. Slijm wordt niet goed verwerkt omdat
trilharen verdwijnen
o Distale oesophagus: plaveiselepitheel wordt cilindrisch epitheel
onder invloed van maagzuur t.g.v. reflux. Kan beter tegen zuur
maar wel verhoogde kans op maligniteit
o Transformatiezone in cervix uteri: endocervicaal cilindrisch epitheel wordt
plaveiselepitheel.
Fungeert adaptatie niet goed letsel. Geen herstel meer mogelijk? celdood.
Celschade: stress groter dan adaptatievermogen
Reversibele cel schade gekenmerkt door verminderde energievorming door de cel
o Cel zwelling
2