H0 Inleiding
Wat is sociale psychologie?
H1 Methodes van sociaalpsychologisch onderzoek
1.1 Observatie
1.2 Zelfbeschrijving
1.3 Correlationeel onderzoek
1.4 Het experiment
1.5 De empirische cirkel
H2 Altruïstisch gedrag
2.1 De definitie van altruïstisch gedrag
2.2 Methodologie van onderzoek over altruïsme
2.3 De ‘altruïstische intentie’ en de beoordeling van gedrag
2.4 Waarom helpen mensen?
H3 Sociale invloed
3.1 Impliciete sociale invloed: meerderheidsinvloed
3.2 Impliciete sociale invloed: minderheidsinvloed
3.3 Expliciete sociale invloed: het inwilligen van verzoeken
3.4 Impliciete en expliciete invloed: fundamenteel verschillend?
H4 Stereotypes
4.1 Wat zijn stereotypes?
4.2 Hoe zijn stereotypes te meten?
4.3 Waar komen stereotypes vandaan?
4.4 Stereotypes en de verwerking van informatie over personen
4.4 Stereotypes houden zichzelf in stand
4.6 Hoe kunnen stereotypes veranderen
H5 Attitudes
5.1 Wat zijn attitudes?
5.2 De (voorspellende waarde van) metingen van attitudes
5.3 De vorming van attitudes
5.4 Attitudeveranderingen via gedragsveranderingen
H6 Agressief gedrag
6.1 De definitie van agressief gedrag
6.2 De oorzaken van agressief gedrag
6.3 De frustratie-agressie hypothese
6.4 Provocatie en agressie
6.5 Agressie, macht en onmacht
6.6 Het ‘General Aggression Model’ en computerspellen
,H0: Inleiding
Boek: p. 11-23
Wat is sociale psychologie?
Negativity bias / negativiteitsdenkfout = makkelijker aandacht richten
op, denken, zien wat fout kan gaan ipv goed
evolutie: veilig, voorzorgen nemen tegen gevaar voor overleving,
voortplanting
media: vertekening vd werkelijkheid (bv vliegtuigcrash)
Aangeleerde hulpeloosheid = niets wat je doet kan je in betere
omstandigheden helpen leert dat ongeacht de pogingen, moeite, niets
uitmaakt (olifant aan paaltje)
Mens heeft anderen nodig om veilig en gezond te kunnen functioneren
sociaal netwerk als belangrijkste voor welzijn, hersenontwikkeling
Sociale deprivatie (social isolation) = tekort aan sociale prikkels voor
levensstandaard te behalen
Sociale paradox = sociaal contact nodig maar mensen houden zich
afzijdig van andere mensen (trein, wachtzaal)
Sociale bubbels: neurologisch / cultureel bepaald
Sociale psychologie = wetenschappelijke studie van de manier waarop
de gedachten, gevoelens en handelingen van mensen beïnvloed worden
door de feitelijke, voorgestelde of geïmpliceerde aanwezigheid van
anderen mensen (Allport)
Wetenschappelijke studie: tegenover intuïtie, alledaagse kennis
o Systematisch ↔ selectief
o Objectief ↔ subjectief
o Gecontroleerd ↔ onderhevig
Gedachten, gevoelens, handelingen:
o Overt gedrag = uiterlijk, waarneembaar gedrag: handelingen
o Covert gedrag = niet waarneembaar gedrag: gedachtes,
motivaties
Aanwezigheid
o Feitelijke / fysieke: toerist met rugzak is eng, kan bom
inzitten…
, o Voorgestelde: “wat vinden mijn ouders van deze trui die ik wil
kopen”
o Impliciet / onrechtstreeks: indeling supermarkt,
verkeersdrempel, pijlen
Uitgangspunten:
Situationele determinanten (↔ persoonlijke determinanten)
Situationisme = gedrag verklaren adhv situationele kenmerken
o ↔ dispositionisme = gedrag verklaren adhv
persoonlijkheidskenmerken
Interactionisme: zowel karakter als sociale factoren verklaren
gedrag
Methoden: experimenteel onderzoek, dieronderzoek? kennisopbouw
beschrijven, uitleggen, verklaren, begrijpen
, H1: Methodes van
sociaalpsychologisch onderzoek
Boek: p. 25-58
1.1 Observatie
= beschrijvende methode
Hoge ecologische validiteit = mate waarin het onderzoek conclusies
toelaat over het natuurlijk voorkomende gedrag van mensen in situaties
die ze in het echte leven ook tegenkomen
Nadelen: lang voordat je iets observeert (bv reddersgedrag bij verdrinken),
geen oorzaak-gevolg conclusies
1.2 Zelfbeschrijving
= beschrijvende methode
Vooral covert gedrag, zeldzame overte gedragingen (bv reddersgedrag)
Beperkingen:
Niet kunnen beschrijven: verschil tussen attitude en gedrag
bewust en onbewust gedrag
Geen gelegenheid (bepaalde vragen niet gesteld)
Niet willen beschrijven (moeilijk om eerlijk te zijn)
Aanwezigheid van sociale norm (ongeschreven regel, wat we
normaal vinden) sociaal wenselijk antwoorden
Doel:
Inspiratie (verder onderzoek)
Aanwezigheid van sociale norm methoden om sociale
wenselijkheid te ondermijnen:
o event sampling: vragenlijst op willekeurige momenten in
leven v respondent (via app) juister: specifiek op dat
moment
o day reconstruction method: hele dag beschrijven, minder
tijdrovend dan event sampling juister: specifieke activiteiten
1.3 Correlationeel onderzoek
Correlatie ≠ causatie: samenhang, geen oorzaak-gevolg, variabele Z?