Week 41
Flitscollege: Cellen en organellen
Een cel bestaat uit een plasmamembraan waarin verschillende organellen zitten. Dit zijn kleine
orgaantjes met allemaal een eigen functie. We hebben organellen zoals de celkern ( ook wel
nucleus), mitochondriën, ribosomen, lysosomen, het endoplasmatisch reticulum, en het golgi
apparaat.
De cel is gevuld met een vloeistof die cytoplasma heet. Een plasmamembraan bestaat uit twee lagen
met fosfolipiden, dat is een vettige stof en zorgt zo voor een waterafstotend membraan. Verder
steken er eiwitten door het membraan heen, waarvan heel veel verschillende soorten bestaan, maar
veelal hebben ze de functies: aangeven dat de cel lichaamseigen is ( immunologische identiteit) dat
belangrijk is voor het afweersysteem, verder hebben we nog receptoren die berichtjes kunnen
herkennen, enzymen die een chemische reactie kan versnellen, en transporteiwitten die stoffen door
het membraan kunnen vervoeren.
Organellen hebben allemaal hun eigen functie. De celkern
is waar het genetisch materiaal ligt opgeslagen in de vorm
van DNA. Mitochondriën zijn de energiefabriekjes van de
cel. Hier wordt namelijk het stofje ATP gemaakt, de
benzine van het lichaam.
, Ribosoom
Ribosomen maken eiwitten. Een kopie van
het DNA ( genaamd RNA) gebruiken ze als
recept om losse aminozuren aan elkaar te
knopen tot een eiwit. Eiwitten die
gebruikt worden binnen de cel worden
gemaakt door ribosomen net buiten de
celkern. Eiwitten voor gebruik buiten de
cel ergens in de rest van het lichaam
worden gemaakt door ribosomen aan Endoplasmatisch Reticulum
het ruw
Endoplasmatisch reticulum .
Het edoplasmatisch reticulum bestaat
uit 2 delen: het glad endoplasmatisch
reticulum en het ruw endoplasmatisch
reticulum . Het glad endoplasmatisch
reticulum maakt lipiden, onder andere
fosfolipiden voor het plasmamembraan
en steroïdhormonen zoals testosteron
en cortisol. Het ruw endoplasmatisch
reticulum staat dus in het teken van
eiwitten die bestemd zijn voor buiten
de cel . Alles wordt verzameld en
richting het Golgi apparaat gestuurd. Het golgi apparaat krijgt pakketjes met eiwitten van het ruw
endoplasmatisch reticulum. Hier worden ze verpakt in blaasjes ( de secretoire granula ) . Ze worden
in de voorraadkast gezet en wanneer het nodig is smelten de blaasjes samen met het celmembraan
en komt de inhoud vrij buiten de cel.
Dan hebben we nog lysosomen, dat is
een type secretoire granula waarin
eiwitten zitten die grote moleculen
opbreken. Lysosomen zien we dan ook
veel in onze afweercellen , zodat de
eiwitten de bacteriën kapot kunnen
maken.
Dan hebben we nog het cytoskelet, dat is een netwerk van kleine vezels die zorgen voor de vorm van
een cel, het bewegen van de cel, en het bewegen van de organellen binnen de cel.