even iets op te zoeken. Alles bij mekaar.
,
, Hoofdstuk 1 – De baby (0-1 jaar)
In het eerste levensjaar maakt een baby veel groei door: van gemiddeld 3,5 kg en 50 cm bij de
geboorte tot ongeveer 10 kg en 75 cm op zijn eerste verjaardag. In deze fase ontwikkelt het kind
zich op motorisch, cognitief, sociaal en emotioneel gebied. Hierdoor wordt het mogelijk om de
wereld stukje bij beetje zelf te ontdekken.
Motorische ontwikkeling stadia tentamen!
Reflexen
Pasgeborenen reageren automatisch op bepaalde prikkels. Deze reflexen zijn aangeboren reacties
die vanzelf verdwijnen of blijven.
Reflex Omschrijving Functie Verdwijnt / blijft
Babinski-
Tenen spreiden bij voetstreling Onbekend Rond 1 jaar
reflex
Grijpreflex Hand sluit bij aanraking handpalm Vastpakken Rond 3 maanden
Knipperreflex Ogen sluiten bij fel licht Bescherming Blijvend
Voorkomen van
Kokhalsreflex Hoesten bij aanraking keel Blijvend
verstikking
Moro-reflex Armen spreiden bij schrik Zelfbescherming Rond 5 maanden
Slikreflex Slikken bij voedsel in mond Voedselinname Blijvend
Loopbeweging bij aanraking
Stapreflex Voorbereiding op lopen Rond 3 maanden
grond
Hoofd draait naar prikkel bij
Zoekreflex Voedselinname Rond 4 maanden
aanraking wang
Wordt vrijwillig rond 2
Zuigreflex Zuigen bij aanraking lippen Voedselinname
maanden
Huilen
Huilen is in het begin een reflex bij ongemak, zoals honger of pijn. Na een paar maanden wordt het
doelgericht: de baby begrijpt dat huilen reactie uitlokt van verzorgers (Perry et al., 2023).
1.1 Ontwikkelingslijnen
De baby ontwikkelt zijn zintuigen snel: het zicht verbetert en het gehoor werkt al vanaf de geboorte
goed. Ook herkent hij geur van de moeder al vroeg.
Er zijn twee motorische ontwikkelingslijnen:
1. Cefalocaudaal – Spieren ontwikkelen van hoofd naar voeten.
2. Proximodistaal – Spiercontrole begint dicht bij de romp en breidt zich uit naar handen en
vingers.
1.2 Vier motorische stadia
1. Kijkstadium (0-3 maanden) – Oog- en halsspieren worden beter gecontroleerd.
2. Grijpstadium (3-6 maanden) – De baby leert naar objecten te reiken en pakt ze vast, vaak
met de mond als extra ‘zintuig’.
3. Zitstadium (6-9 maanden) – De baby rolt, draait en zit zelfstandig vanaf ongeveer 8
maanden.
4. Kruip- en optrekstadium (9-12 maanden) – Hij leert kruipen, optrekken en staan. Ook
ontwikkelt zich de pincetgreep: iets oppakken tussen duim en wijsvinger. Dit ondersteunt
zelfstandigheid (Zachry et al., 2023).