Relatiemanagement: 3 vragen.
Consumentenpsychologie: 20 vragen, Hoofdstuk 1, 6 t/ m 13 en 17.
Psychologie:
Psychologie:
Psychologie is een wetenschap die zich richt op het bestuderen van de aard en de oorzaken van de
gevoelens, de opvattingen, de wensen en de gedragingen van mensen.
Onderzoek in de psychologie richt zich op het beschrijven, classificeren, verklaren en voorspellen van
menselijk gedrag. Tevens kan het onderzoek bedoeld zijn om het effect van ingrepen te achterhalen.
Stromingen binnen de psychologie:
- Biologische benadering
- Behaviorisme
- Cognitivisme
- Psychodynamica
- Humanisme
Biologische benadering:
- Fysiologische en genetische aspecten bepalen ons gedrag
- Gaat uitsluitend uit van lichaam als basis van onderzoek en conclusies
- Omgevingsfactoren worden erkend, maar als niet belangrijk bestempeld
Behaviorisme:
- Bestudeert de wisselwerking tussen mens & omgeving
- De aanname is dat menselijk gedrag gestuurd wordt door externe gebeurtenissen
- Skinner (grondlegger) betoogt dat gedragspatronen een resultaat zijn van straffen en
belonen
- Geïnspireerd door de hondenexperimenten van Pavlov
- Skinner
- Pavlov
- Freud
Cognitivisme:
- Bestuderen denkprocessen
- Gedrag wordt gestuurd door (denk)processen die plaatsvinden tussen een gebeurtenis
(stimulus) en de reactie van de mens erop (respons)
- Dus niet de omgeving bepaalt gedrag, maar hoe wij de omgeving waarnemen, bepaalt
gedrag
- Geïnspireerd door Gestalt Psychologen
,Gestaltpsychologie:
Nabijheid, overeenkomsten, continuïteit, symmetrie
De wet van nabijheid: Dingen die zich bij elkaar bevinden, worden als groepen gezien. Dingen die zich
ver van elkaar bevinden worden als onafhankelijk waargenomen. Volgens de wet van nabijheid is er
geen structuur(toch kunnen door wet van overeenkomstigheid verschillen worden onderscheiden).
De wet van overeenkomstigheid: Dingen die op elkaar lijken worden gegroepeerd. Dingen die veel
van elkaar verschillen worden als aparte elementen waargenomen. Wat overeenkomstig moet zijn is
niet zo belangrijk: het kan kleur, vorm, beweging of grootte zijn.
Psychodynamica:
Bestudeert psychologische (intra-persoonlijke) krachten die ten grondslag liggen aan gedrag.
- Grote nadruk op onbewuste: mensen zijn zich vaak niet bewust van hun eigen
psychologische krachten.
- Kopers worden grotendeels beïnvloed door driften en invloeden van binnenuit.
- Grondleggers zijn Freud & Jung
Sigmund Freud (1856-1948):
- Persoonlijkheids wordt gevormd door id/ego/superego
- Superego corrigeert Id (driften)
- Nadruk op seksuele aspect als uitgangspunt van psychische problematiek (Oedipus & Electra
complex).
Humanisme:
Twee uitgangspunten:
- De nadruk op subjectieve ervaringen (het fenomenologisch uitgangspunt)
- Het afwijzen van determinisme ten gunste van individuele keuzen
- Grondleggers zijn Maslow & Rogers
Nature-Nurture(opvoeding) debat: Het oneindige debat over: Wat is aangeboren en wat is
aangeleerd?
Vakgebieden binnen de Psychologie:
- Klinische psychologie
- Ontwikkelingspsychologie
- Sociale psychologie
- Arbeids & organisatiepsychologie
- Psychonomie/functieleer
Belangrijke onderzoeken:
, - Little Albert Experiment (1920)
- Hawthorne effect (1927)
- Surrogate mother experiment (1957)
- Milgram (1961)
- Stanford prison experiment (1973)
Consumentengedrag:
Al het gedrag dat een consument vertoont bij het zoeken naar, het kopen, het gebruiken, het
evalueren en het zich ontdoen van producten diensten en ideeen.
- Niet altijd bewust
- Niet altijd zichtbaar
Customer activity cycle(3 fasen):
Analyse consumentengedrag:
Beschrijven -> Verklaren -> Begrijpen -> Voorspellen -> Beïnvloeden
Consumentenbeslissingsproces:
Er zijn twee soorten beslissers:
1. Satisficers: geen zin in gedoe/ goed is goed genoeg.
2. Optimizers: alleen het beste is goed genoeg
-> Typering van de consument vindt plaats op basis van hoe zij het beslissingsproces doorlopen.
Andere bepalende factoren bij beslissingsproces:
- Betrokkenheid bij object
- Kennis/ervaring met het object