Week 1 hoofdstuk 1 t/m 4
Hoofdstuk 1: terreinverkenning
Anatomie: ontleedkunde, wetenschap die zich bezig houd met de bouw van het lichaam
(cellen, weefsels etc.)
Fysiologie: wetenschap die zich bezig houd met de mechanismen van het functioneren ven
levende wezens
Functionele anatomie: behandelt de bouw van het menselijk lichaam in directe relatie met de
lichaamsfuncties
Onderzoeksmethoden
Inspectie: observeer je systematisch de buitenkant van het lichaam
Palpatie: tast met je handen en vingers het lichaamsoppervlak op zo’n manier dat je iets te
weten komt over dieper liggende structuren
Percussie: klop je aan de buitenkant op een deel van het lichaam om uit de hoogte van de
toon een indruk te krijgen van een toestand van onderliggend weefsel
Auscultatie: luister met stethoscoop naar geluiden die door het lichaam gemaakt worden.
Laboratoriumonderzoek: weefsels, vloeistoffen zoals bloed en urine onderzocht
Röntgenstraling: opname maken van het bot (te zien door het kalk in botten)
Computertomografie CT: wordt ook röntgenstraling toegepast, hierbij ook zachtere weefsels
te zien
Angiografie: afwijkingen in het hartholten en bloedvaten opsporen
Magnetic resonance imaging MRI: door gemagnetiseerde waterstofatomen worden
signaaltjes afgegeven als ze mee trillen met de radiogolven, zo kan er beeld gegeven worden
aan weefsels en structuren
Echografie of echoscopie: beeldvormend onderzoek door middel van geluidsgolven
Doppleronderzoek: gebruik gemaakt van hoge frequentie geluidgolven, stroomrichting en
stroomsnelheid van bloed in bloedbaan registreren
Endoscopie: wordt gebruik gemaakt van een optische sonde. Flexibele staaf met camera.
ECG: hartactiviteit gemeten
EEG: hersenactiviteit gemeten
EMG: spieractiviteit gemeten
,Afkortingen
- a. = arteria (slagader)
- v. = vena (ader)
- n. = nervus (zenuw)
- m. = musculus (spier)
, Hoofdstuk 2: cellen
Metabolisme
Metabolisme: alle biochemische reacties die in cellen kunnen plaatsvinden
Anabole reacties: kleine moleculen worden samengevoegd tot grotere moleculen deze
reacties kosten energie
Katabole reacties: omzettingen waarbij grotere moleculen worden afgebroken tot kleinere
moleculen, leveren energie
Verbranding
Aerobe dissimilatie: voor vrij maken van energie, zodat de cel kan werken. Met zuurstof
Verbranding bij glucose:
Glucose + zuurstof energie + water + koolstofdioxide
Verbranding bij vetten:
Vetten + zuurstof energie + water + koolstofdioxide + afvalstoffen
Anaerobe dissimilatie: vrij maken energie zonder zuurstof
Glucose energie + water + melkzuur
Energie
De energie die vrijkomt bij verbranding word eerst opgeslagen
Opslaan energie gebeurt door:
ADP + P +energie ATP
De derde fosfaatbinding is dan een energierijke binding
Vrijmaken van de opgenomen energie:
ATP ADP + P + energie
Enzymen
Alle biochemische reacties verlopen met behulp van enzymen(reactieversnellers)
Enzymen:
- zijn altijd eiwitten
- worden door het lichaam gemaakt
- katalyseren biochemische reacties
- zijn reactiespecifiek