Hoofdstuk 1. Media-explosie - een eerste verkenning
Crossmediale Communicatie - Verschillende mediatypen reageren op elkaar en vullen elkaar aan.
Zeven kenmerken van de Media Explosie
-Groei van mediamiddelen en aanbod
-toename van verscheidenheid aan mediaproducten
-Digitalisering van de media
-Convergentie
-Uitbreiding van de zintuiglijke ervaring
-Verdwijnen van de scheidslijn tussen interpersoonlijke en massacommunicatie
-Groei van communicatiebanen en beroepen
1. Groei van communicatiemiddelen en communicatieaanbod
Vroeger bestond alleen de drukpers, maar inmiddels zijn er heel wat ontwikkelingen gedaan naar
andere middelen. Fotografie, radio, televisie, geluidsband, videotape, compact disc, dvd en
smartphone etc.
2. Toename van de verscheidenheid aan de mediaproducten
De groei van het aanbod betekend tegelijk diversificatie van het aanbod. Diversificatie wordt ook wel
differentiatie genoemd. Ze verwijzen naar de toegenomen verscheidenheid van het aanbod op de
mediamarkt. Het aanbod aan middelen, producten en boodschappen valt uiteen in de meest
veelsoortige delen.
De levensduur wordt korter en er komen steeds meer keuzemogelijkheden. Door de toename
veranderen ook de aard en de kwaliteit van het aanbod.
Naast de groei van het media aanbod is ook de verscheidenheid van informatiesoorten,
informatiedragers, en communicatiekanalen gegroeid.
Informatiesoorten: dagbladen, tijdschriften, radio en televisieprogramma's, internet
Informatiedragers: Video, USB stick, papier, radio, televisie, computer, smartphone, dvd
Informatiekanalen: Via de post, De boekhandel, De telefoonlijn, De tv-kabel,, de ether en de satelliet
3. Digitalisering van de media
Digitalisering is het elektronisch verwerken van informatie. De motor van de informatiemaatschappij
is de informatie -en communicatietechnologie (ICT). De digitalisering zorgt voor grote gevolgen in op
de mediamarkt. Een nieuw massamedium zoals internet zorgt ervoor dat kranten, tijdschriften en
boeken bijvoorbeeld allemaal gedigitaliseerd worden. Met behulp van satelliet, glasvezelkabel en
compressietechniek verdwijnt de traditionele schaarste aan communicatiecapaciteit. De transporttijd
van de informatie is niet langer afhankelijk van de ruimtelijke afstand tussen zender en ontvangen. In
dit elektronische tijdperk zijn de toepassingen van ICT zo veelvoudig dat het beeld van een media-
explosie zich vanzelf opdringt.
4. Convergentie
Convergentie ontstaat als gevolg van de digitalisering. Convergentie is het ineenvloeien van
informatiedragers, informatiekanalen, en communicatiemedia.
de grenzen tussen informatiedragers en tussen communicatiekanalen vervagen. Bijv. Nog niet zo lang
geleden was het telefoneren afhankelijk van een vast telefoonnet. Nu is dat niet meer zo (denk aan
mobieltje). Communicatiemedia zoals radio en televisie waren sinds hun ontstaan gebonden aan
omroepzenders en kabeltelevisie zat vast aan het kabelnet. door digitalisering raken als deze
, communicatienetwerken aan elkaar gekoppeld. Toepassing van digitalisering levert standaardisering
van informatieverwerking op. De koppeling van netwerken maakt een snelle uitwisseling van
boodschappen mogelijk.
5. Uitbreiding van zintuiglijke ervaring
Mensen hebben zich geschoold in het lezen en schrijven van teksten en hebben geleerd om te gaan
met beelden. De relatie tussen tekst en vormgeving is veranderd. Het tekstbeeld heeft gezelschap
gekregen van geluid en visueel beeld. Bij het huidige beeld van multimedia worden al onze zintuigen
aangesproken. Technologische convergentie maakt een multimedia virtuele wereld mogelijk.
Virtuele wereld: In de informatica is iets virtueel als het niet bestaat, maar als het via software lijkt
alsof het wél bestaat: zo is er het bekende concept van virtuele realiteit.
In de virtuele ontmoeting worden meerder zintuigen tegelijk aangesproken.
6. Verdwijnen van de scheidslijn tussen interpersoonlijke communicatie en klassieke communicatie
Kenmerkend voor klassieke communicatie was dat de contacten tussen zender en ontvanger vrij
onpersoonlijke waren omdat de mediaboodschap niet op de individuele ontvanger was afgestemd.
Bij interpersoonlijke communicatie waren en zijn de ontvangers wel bekend en verlopen de
contacten veel persoonlijker en directer. Bij massacommunicatie is gedragsverandering van de
ontvanger moeilijk te realiseren. Bij interpersoonlijke communicatie is gedragsverandering veel
gemakkelijker te teweeg te brengen. Dit zijn de klassieke verschillen tussen massacommunicatie en
interpersoonlijke communicatie die steeds kleiner worden. Massacommunicatie krijgt meer trekken
van interpersoonlijke communicatie en interpersoonlijke communicatie gaat steeds meer gebruik
maken van interactieve mediamiddelen zoals mobiele telefoon en computers. Zo schuiven
interpersoonlijke communicatie en massacommunicatie steeds meer in een.
7. De groei van het aantal professionele communicatiebanen en communicatieberoepen
De mediaboodschappen en mediamiddelen zijn gegroeid maar ook de werkzaamheden zijn gegroeid.
Zo zijn er naast journalist meer nieuwe beroepen ontstaan zoals : voorlichters, columnisten,
mediaplanners, en mediamanagers, reclamemakers, pr functionarissen en webmasters. Ook het
aantal publicaties over de mediawereld en het communicatievak zijn gegroeid.
Hoofdstuk 2. Van actie naar interactie
Multidisciplinair = Als er verschillende mensen met verschillende beroepen bij betrokken zijn.
Communicatieleer is bij uitstek een multidisciplinair vak, waarin sociologen, economen, psychologen
en taalkundigen samenwerken.
Interdisciplinair = Als iets verschillende vakgebieden betreft.
Communicatiedeskundigen dragen een interdisciplinaire aanpak van het communicatieproces een
warm hart toe. Hun eigen vak is zonder de toevoer van andere disciplines niet denkbaar.
Er zijn honderden definities over communicatie in omloop. Hoe je precies communicatie definieert
hangt af van de 'ingrediënten' die je in de definitie wilt stoppen.
De volgende aandachtspunten zijn mogelijke basiselementen voor een definitie van communicatie:
1. Taal -en symboolgebruik: de verbale en visuele codering van de boodschap en de verschillende
interpretatiekaders, die in de boodschap aangereikt worden.
2. Intentie van de zender: De zender kan denken en doen van de ontvanger sturen door allerlei
prikkels/stimuli te geven, zoals bij het beïnvloeden van koopgedrag en stemgedrag gebeurt.