REIKWIJDTE BELASTINGVERDRAGEN ........................................................................................................... 2
PERSONELE REIKWIJDTE .............................................................................................................................................. 2
Anti-treaty shopping bepalingen naar aanleiding van het BEPS-project ....................................................... 2
LOB-test ........................................................................................................................................................... 3
PPT-test ........................................................................................................................................................... 3
Brief Staatssecretaris van Financiën Snel – 6 november 2018........................................................................ 3
Heffingsbeperking door verdrag met ander land ........................................................................................... 4
Subjectief vrijgesteld ....................................................................................................................................... 5
Verdragsinwoner van beide staten ................................................................................................................. 5
TERRITORIALE REIKWIJDTE .......................................................................................................................................... 6
MATERIËLE REIKWIJDTE .............................................................................................................................................. 6
INTERPRETATIE VAN VERDRAGSBEGRIPPEN ..................................................................................................................... 7
Verdrag van Wenen ........................................................................................................................................ 7
Art. 3 lid 2 OESO Modelverdrag ...................................................................................................................... 7
DOORWERKING VAN FICTIES IN VERDRAGEN ................................................................................................................... 8
VERDRAGSSYSTEMATIEK ............................................................................................................................................. 8
VOORKOMINGSMETHODEN........................................................................................................................ 9
Terminologie verdelingswijze .......................................................................................................................... 9
Vier basismethoden......................................................................................................................................... 9
,Reikwijdte belastingverdragen
Personele reikwijdte
Anti-treaty shopping bepalingen naar aanleiding van het BEPS-project
Tie-breakerbepaling
Het kan zijn dat een lichaam voor Nederlandse fiscale doeleinden inwoner is van Nederland, maar
tegelijkertijd ook voor een ander land, zoals een BV met de feitelijke leiding in Luxemburg. Er is nu
sprake van een ‘dual resident’. Op grond van art. 4 lid 1 OESO Modelverdrag is deze BV onbeperkt
binnenlands belastingplichtig in Nederland vanwege de oprichtingsfictie en in Luxemburg vanwege de
feitelijke leiding. Voor verdragsdoeleinden kan de BV niet voor beide landen inwoner zijn. De tie-
breakerbepaling van art. 4 lid 3 OESO Modelverdrag bepaalt van welk land dit lichaam inwoner is.
Hierbij was tot 2017 doorslaggevend waar de feitelijke leiding van het lichaam zich bevindt. Dit is niet
langer het geval. Nu zullen beide landen moeten overleggen. Het lichaam kan pas aanspraak maken
op verdragsvoordelen als hij, na het overleg, is aangemerkt als inwoner van een van beide landen.
Verminderingstarief van bronbelasting voor deelnemingsdividenden
In art. 10 lid 2 sub a OESO staat dat je alleen in aanmerking kunt komen voor 0% of 5% als je ten minste
365 dagen over de aandelen beschikt. Deze bezitseis is in het leven geroepen op dividendstripping te
voorkomen.
Limitations On Benefits en Principe Purpose Test
Een andere methode om treaty shopping tegen te gaan is de Limitations On Benefits-bepaling (LOB-
test) art. 29 lid 1 t/m 7 OESO Modelverdrag. Nederland heeft dit in een aantal verdragen toegepast
waarvan de twee belangrijkste de verdragen met Verenigde Staten en Japan zijn.
Nog een andere methode voor het tegengaan van treaty shopping is de Principle Purpose Test (PPT-
test) art. 29 lid 9 OESO Modelverdrag. Er kan gekozen worden tussen de LOB-test en de PPT-test,
maar ze kunnen ook samen worden toegepast. De PPT-test lijkt erg op fraus legis.
Tegengaan laagbelaste vaste inrichtingstructuren
Art. 29 lid 9 OESO Modelverdrag probeert iets te doen aan de toerekening van inkomsten aan een
laagbelaste vaste inrichting. Stel Nederland is bronstaat. De moeder is gevestigd in de Verenigde
Staten. Zij rekent aandelen toe aan haar vaste inrichting in Luxemburg. Luxemburg ziet zelf de vaste
inrichting niet en betrekt daarom de vaste inrichtingswinsten niet in de heffing, maar de deelneming
in die Nederlandse BV wordt daaraan toegerekend voor Amerikaanse doeleinden. Als dit tot een lage
heffing leidt, hoeft Nederland niet te voorzien in een verlaging van het tarief onder het verdrag
Nederland-Verenigde Staten.
In de preambule van het OESO Modelverdrag staat dat het verdrag niet geschreven is voor treaty
shopping.
2
, LOB-test
Uit art. 29 lid 1 OESO Modelverdrag volgt dat, ondanks dat je persoon en inwoner bent, je alleen
aanspraak kunt maken op verdragsvoordelen als je een kwalificerend persoon bent. In lid 2 staat wie
kwalificeert:
• Natuurlijk persoon hieraan worden geen nadere eisen gesteld
• Verdragsstaat
• Beursgenoteerde vennootschap er worden nadere eisen gesteld aan de beursnotering, de
plek van de beursnotering en de verhandelbaarheid van de aandelen.
• Dochteronderneming van een beursgenoteerde vennootschap
• Pensioenfondsen en andere vrijgestelde lichamen zonder winstoogmerk
• Andere entiteiten die voldoen aan bepaalde eisen inzake eigendom en die niet functioneren
als doorstromer.
Art. 29 lid 3 OESO Modelverdrag bepaalt dat je alsnog aanspraak kunt maken op verdragsvoordelen
ondanks dat je geen kwalificerend persoon bent, als je actief genoeg bent in het eigen land en daarmee
actiever in je eigen land dan in het andere land. Onder bijzondere voorwaarden mogen
aandeelhouders ook ergens anders woonachtig zijn dan in een van de verdragsstaten (art. 29 lid 4
OESO Modelverdrag). Het zijn allemaal harde normen: je kwalificeert of je kwalificeert niet. Het is dus
een duidelijke bepaling. Ondanks dat je kwalificeert, kun je je nog steeds schuldig maken aan treaty
shopping.
PPT-test
De PPT-test probeert treaty shopping te vermijden als alternatief voor de LOB-bepaling. Art. 29 lid 9
OESO Modelverdrag kijkt naar de intenties, maar doordat het een open norm is, leidt het tot
rechtsonzekerheid.
Uit art. 29 lid 9 OESO Modelverdrag volgt dat een verdragsvoordeel niet wordt toegekend als uit de
feiten en omstandigheden blijkt dat een van de hoofddoelen van de transactie het verkrijgen van het
voordeel was. Het is aan de belastingdienst om dit aan te tonen. Daarna mag je zelf tegenbewijs
leveren en daarmee aantonen dat de transactie niet in strijd was met doel en strekking van de wet.
Brief Staatssecretaris van Financiën Snel – 6 november 2018
Ten opzichte van andere landen heb je gemakkelijk toegang tot het Nederlandse verdragennetwerk.
Verder heeft Nederland zelf geen bronheffingen. Daarnaast kent Nederland de deelnemingsvrijstelling
en je kunt in overleg gaan met de belastingdienst om zekerheid vooraf te verkrijgen. Dit alles maakt
dat Nederland aantrekkelijk is als vestigingsplaats voor buitenlandse multinationals om in Nederland
te investeren en via Nederland elders te investeren. Nederland wil iets doen aan deze reputatie. Dit
doen we mede aan de hand van de Wet Bronbelasting 2021 en de conditionele bronbelasting op
dividenden. Ook heeft de staatssecretaris aangegeven minder makkelijk zekerheid vooraf te geven
besluit 19 juni 2019. Hij wil dit in ieder geval niet meer doen als het primaire doel is belasting te
ontwijken en in het geval van betalingen naar laagbelastende jurisdicties.
3