Persoonlijke visie over goed positioneel en non-positioneel leiderschap
Leadership for educational change
Universiteit van Amsterdam
naam (studentnummer)
Master Onderwijswetenschappen
Docent: naam
Aantal woorden: 950
Datum: X
, Persoonlijk visiestuk
Visie op de rol van leiderschap tijdens veranderprocessen
Bij veranderprocessen in een school spelen allerlei factoren die met elkaar interacteren,
variërend van organisatorische zaken tot individuele zaken. Ook de manier van leiderschap heeft grote
invloed op veranderprocessen. In deze visie onderbouw ik wat naar mijn idee goed leiderschap is. Ik
maak onderscheid tussen positioneel en non-positioneel leiderschap en betrek hierbij twee
verschillende veranderprocessen op twee scholen, namelijk de verandering van het inspectieoordeel
‘zeer zwak’ naar basiskwaliteit (school 1), en de verandering van traditioneel onderwijs naar een
vernieuwd innovatief onderwijsconcept (school 2).
Positioneel leiderschap
Positionele leiders, degenen met de functie ‘directeur’, onderscheiden zich van andere
werknemers in een school omdat ze verantwoordelijkheid dragen voor het richten en inrichten van de
organisatie van het onderwijs [ CITATION Her11 \l 1043 ]. De belangrijkheid van de positionele
leider mag naar mijn mening in beide veranderprocessen niet onderschat worden en ook onderzoek
bevestigt dat de rol van de schoolleider cruciaal is[ CITATION Mär18 \l 1043 ]. De concrete
invulling van deze rol kan per veranderproces verschillen, maar er zijn ook overeenkomsten.
Hieronder licht ik twee stellingen toe die antwoord geven op de vraag wat een goede positionele leider
naar mijn mening doet.
1. Een goede positionele leider geeft leiding vanuit een doel, visie en/of wens, maar de invulling
hiervan en het niveau waarop de nadruk wordt gelegd (meso of micro) is afhankelijk van de
context en het proces waarin de school zich bevindt.
De positionele leider op de onderpresterende school (school 1) stelde concrete leerdoelen op, gericht
op verbetering van de onderwijskwaliteit. Een praktisch argument hiervoor is dat iemand de koers
moet uitzetten, vooral bij urgentie. Het feit dat de school onder de maat presteerde, maakte
actiegerichtheid van de leider noodzakelijk. Het positionele leiderschap op de onderpresterende school
had kenmerken van instructional leadership want de leiderschapspraktijken hielden rechtstreeks
verband met het onderwijzen en leren [ CITATION Mar031 \l 1043 ]. De directrice gaf veel
richting en beïnvloedde de dagelijkse activiteiten op klasniveau (microniveau). Het positionele
leiderschap op de innoverende school, school 2, was daarentegen meer gericht op mesoniveau: de
school. Het is te typeren als een vorm van transformational leadership omdat er veel waarde werd
gehecht aan het opstellen van een fundamentele visie op onderwijs met innoverende ideeën. Wat
overeenkomt in beide contexten is dat de leider een doel/visie heeft voor de school. Dit blijkt
essentieel te zijn in vernieuwingsprocessen [ CITATION Lei08 \l 1043 ] en vind ik ook een
belangrijk kenmerk van goed positioneel leiderschap.