Biomechanica – Tentamen
( antwoordsleutel zie onderaan)
Thema’s week 1: Assen, vlakken, lichaamszwaartepunt, steunvlak, LZP,
afstand-snelheid-versnelling
1. Maak de volgende zin af… Vanuit de anatomische houding wordt de extensie van de knie
uitgevoerd:
a. in het sagittale vlak en om de transversale as
b. in het transversale vlak en om de sagittale as
c. in het transversale vlak en om de transversale as
2. Maak de volgende zin af… Tijdens ringzwaaien kan er net voor het hoogste punt een halve draai
worden ingezet. De beweging vindt plaats:
a. in het sagittale vlak en om de transversale as
b. in het transversale vlak en om de longitudinale as
c. in het frontale vlak en om de longitudinale as
..
3. Stelling: De anatomische vlakken lopen altijd door het LZP.
a. juist
b. onjuist
c. alleen in de anatomische rusthouding
..
4. Welke van onderstaande stellingen zijn juist:
a. de projectie van het LZP op het steunvlak veranderd wanneer iemand vanuit anatomische
rusthouding de armen recht boven het hoofd houdt
b. de projectie van het LZP op het steunvlak veranderd wanneer iemand vanuit anatomische
rusthouding op zijn tenen gaan staan
c. zodra de protectie van het LZP buiten het steunvlak valt in beweging, zal je vallen
..
5. Zie figuur. Wanneer een sprinter uit de startblokken komt, zal zijn LZP verder buiten het steunvlak
vallen dan aan het einde van zijn race. Wat is hierbij een onjuiste beredenering?
a. de oorzaak is dat de sprinter steeds meer rechtop gaat lopen
b. omdat de versnelling aan het begin van de race hoger is dan aan het eind, kan het LZP in het begin
van de race verder buiten het steunvlak liggen dan aan het einde van de race
Pagina 1 van 13