Jaar 2
CNA/RCA/ONCO
,Inhoud
2. CNA Inleiding Neuropathologie ........................................................................................................... 3
Functiestoornissen die frequent voor komen bij centraal neurologische aandoeningen: ............... 10
Stoornissen in sensibiliteit:............................................................................................................ 12
Stoornissen in de spiertonus: ........................................................................................................ 13
Stoornissen in de sturing van spieractiviteit: ................................................................................ 15
Stoornissen in de spierkracht: ....................................................................................................... 17
3. CNA onderzoek en behandeling ........................................................................................................ 20
5. CNA Neuropathologie en houdingsregulatie ..................................................................................... 26
8. CNA Neurorevalidatie ........................................................................................................................ 33
4. RCA Gaswisseling II ............................................................................................................................ 39
6. RCA Ademhaling en spierfysiologie ................................................................................................... 46
7. RCA Longziekten 1 (fysiologie van de luchtwegen, COPD) ................................................................. 52
15. RCA Longziekten 2 (Atma, ILD en zuur-base) .................................................................................. 63
9. RCA Perifere circulatie: ...................................................................................................................... 73
10. RCA perifeer arterieel vaatlijden (PAV) ............................................................................................ 80
10. ONCO Tumoren ............................................................................................................................... 89
13. ONCO Fysiotherapie bij kanker ....................................................................................................... 98
15. ONCO medicatie en beweging ...................................................................................................... 107
16. ONCO Lymfestelsel: ....................................................................................................................... 113
Kennisclips canvas ........................................................................................................................... 118
Wat is oedeem?........................................................................................................................... 118
Wat is oedeemtherapie? ............................................................................................................. 122
,2. CNA Inleiding Neuropathologie
Functionele anatomie hersenen:
Sulcus centralis → scheid motorische en sensorische schors, Alle taken van de cortex liggen op het
neo-niveau (bewuste taken).
Het uitvoerende deel is de primaire motorische cortex, die ontvangt informatie van voren en ligt
dichtbij de sulcus centralis → geef ook de informatie door aan het ruggenmerg.
Hoe meer zenuwcellen hoe beter de sturing is (zijn de delen in de homunculus ook veel groter)
Homunculus, primaire motorische en sensorische schors:
, Neurofysiologie van bewegen:
Sensomotorische kring (hersenschors)
Beïnvloed continu elkaar
- (M3) Punt waar je begint dus voorste deel van de schors → tertiaire motorische cortex (deze
is het meest complex, omdat hier de keuzes worden genomen).
- (M2) Word vervolgens stapje naar achteren naar secundaire motorische cortex, waar de
beweging wordt geprogrammeerd. Soms worden taken uitbesteed omdat het niet nodig is
om die bewust uit te voeren maar dat dat ook makkelijk onbewust kan. Het word dan
uitbesteed aan een lager niveau zoals de basale kernen.
- (M1) Uiteindelijk gaat het naar de primaire motorische cortex, waar de beweging word
uitgevoerd.
o Er gaat altijd ook nog wat informatie tussendoor naar het cerebellum zodat de
beweging ook vloeiend kan worden uitgevoerd. Dit signaal gaat dus nog over het
signaal heen zodat de beweging vloeiend uitgevoerd word
- (S1) Als de beweging word uitgevoerd komt er informatie binnen en dat leidt tot somato-
sensorische informatie en die gaat weer via de primaire sensorische schors je hersenen in.
- (S2) Dat moet weer worden geanalyseerd in de secundaire sensorische schors
- (S3) En word uiteindelijk in de tertiaire sensorische schors gekoppeld aan alle sensoriek die je
hebt. (er vind integratie plaats met alle sensoren (zicht, gehoor, reuk)
- (L) Je wilt weten of het een gevaarlijke situatie is of niet dus word het signaal via je limbisch
systeem (emotionele systeem) naar voren gestuurd. Het limbisch systeem gaat kijken of het
dan een signaal is waarbij ze alarm moeten slaan of is het een veilig signaal.
- Deze informatie word doorgestuurd naar de prefrontale cortex (dus de tertaire motorische
cortex) en die bepaalt wat je gaat doen en maak je weer een keuze in welke handeling je
gaat toepassen en zo gaat het maar door
Motivatie kan je krijgen door de bewuste keuze maar ook door bijvoorbeeld een tastprikkel (S1) ook
kan je motivatie krijgen door een lager niveau zoals het paleo-niveau: op een emotie/honger maak je
een keuze dit is dan in je limbisch systeem (L). En je hebt dan nog je prefrontale cortex (M3) voor als
je een bewuste keuze maakt.
Je kan ook verkorte routes maken zo kan je dat doen bij een voorwerp dat bekend is in je tast