Kenmerkende aspecten / tijdvakken
Tijdvak 1: De tijd van jagers en boeren (prehistorie - 50 v.Chr.)
1. De levenswijze van jagers en verzamelaars
Bronnen:
- Ongeschreven
→ Prehistorie: voorgeschiedenis, schrift is nog niet uitgevonden.
- Primair:
a. uit de tijd zelf.
b. uit de ‘eerste hand’
Middel van bestaan: jagen en verzamelen (manier waarop mensen in leven blijven).
Samenlevingstype: samenleving van jager-verzamelaars.
De geschiedenis/samenleving kun je vanuit verschillende invalshoeken bestuderen:
- Politiek: Hoe wordt de samenleving bestuurd?
- Economie: Wat zijn de middelen van bestaan?
- Sociaal: Wat zijn de verhouding in de bevolking?
- Cultuur: Wat denken en voelen mensen en hoe uiten zij dit?
Samenleving van jager-verzamelaars:
- Economie: Jagen en verzamelen.
- Politiek: Kleine nomadische groepen, dus geen georganiseerd bestuur.
- Sociaal: Weinig sociale verschillen. Strikte rolverdeling tussen man en vrouw.
- Cultuur: Magische jacht- en vruchtbaarheidsrituelen en grafgiften.
2. Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen
Ongeveer 11.000 v. Chr.: Begin neolithische (nieuwe steentijd) revolutie in de vruchtbare
halve maan (mesopotamië).
Landbouw (agrarisch):
- Akkerbouw.
- Veeteelt.
Ontwikkeling van de middelen van bestaan in de vruchtbare halve maan:
- Jagen en verzamelen (tot 9.000 v. Chr.)
- Landbouw (vanaf 10.000 v. Chr.)
Landbouwsamenleving / agrarische samenleving:
- Economie: Landbouw: akkerbouw en veeteelt.
- Politiek: Dorpen worden ws. bestuurd door dorpsoudsten en priesters.
, - Sociaal: Sedentaire revolutie = Vaste woonplaats. Toename van sociale verschillen.
Strikte rolverdeling tussen man en vrouw.
- Cultuur: Magische rituelen. Veel uitvindingen.
Verspreiding van de landbouw: op veel plekken tegelijk opgekomen.
3. Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen.
Vanaf 10.000 v. Chr. begint de Neolithische revolutie in de vruchtbare halve maan.
- Zelf planten van zaden (akkerbouw).
- Houden van vee (veeteelt).
- Nieuwe uitvindingen.
→ Verhoging voedselproductie, ontstaan ambachten.
→ Groei van dorpen + ontstaan van handel.
→ Ontstaan van steden.
Ontwikkeling van de middelen van bestaan in de vruchtbare halve maan:
- Jagen en verzamelen.
- Landbouw.
- Ambacht
- Handel.
Stedelijke beschaving in Mesopotamië:
- Economie:
a. Landbouw: akkerbouw en veeteelt.
b. Ambachten.
c. Handel.
- Politiek:
a. Steden werden bestuurd door koning en priesters.
b. Steden groeiden uit tot rijken (stadstaten).
- Sociaal:
a. Grote groepen (gem. 10.000 mensen).
b. Sociale verschillen: hiërarchische opbouw van de samenleving in sociale
klassen.
- Cultuur:
a. Polytheïstische godsdiensten.
b. Magische rituelen in tempels.
c. Veel uitvindingen.
Stedelijke beschaving in Egypte:
- Economie:
a. Landbouw: akkerbouw en veeteelt.
b. Ambachten.
c. Handel.
, - Politiek:
a. Steden worden bestuurd door koning en priesters.
b. Boven- en beneden-Egypte vormen een natiestaat met farao als leider.
- Sociaal:
a. Grote groepen (gem. 10.000 mensen).
b. Sociale verschillen: hiërarchische opbouw van de samenleving in sociale
klassen.
- Cultuur:
a. Polytheïstische godsdienst (monotheïstische godsdienst van 1353-1336 v.
Chr).
b. Magische rituelen in tempels.
c. Veel uitvindingen.
Tijdvak 2: De tijd van de Grieken en Romeinen (3000 v. Chr. - 500 na Chr.)
4. De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en
politiek in de Griekse stadstaat
Vanaf 850 v. Chr.: opkomst van Griekse stadstaten.
Staat = gebied met vaste grenzen en eigen bestuur.
Stadstaat (polis):
- ‘Stad’ met omringend platteland.
- Klein in oppervlakte en inwonersaantal.
- Autarkisch = zelfvoorzienend.
- Autonoom = eigen bestuur en regels.
Iedere polis had een eigen staatsvorm:
- Monarchie: Staatsvorm waarbij de macht legitiem bij 1 persoon ligt.
- Tyrannie: Staatsvorm waarbij de macht niet legitiem bij 1 persoon ligt.
- Aristocratie: Regering van de adel (aristocraten).
- Oligarchie: Regering van een kleine groep mensen die niet per se van adel zijn.
- Democratie: Regering door de bevolking met burgerrecht.
→ Burgerschap = Het feit dat je burger bent met alle politieke en maatschappelijke
rechten die daarbij horen (alleen mannen afkomstig uit Athene).
Filosofen: Proberen de wereld te verklaren op een rationele manier.
→ Begin van wetenschap: Opdoen van kennis/theorie op basis van experimenten,
waarneming en gebruik van het verstand.
- Natuurwetenschappen.
- Wiskunde.
- Geneeskunde.
- Politiek
Tijdvak 1: De tijd van jagers en boeren (prehistorie - 50 v.Chr.)
1. De levenswijze van jagers en verzamelaars
Bronnen:
- Ongeschreven
→ Prehistorie: voorgeschiedenis, schrift is nog niet uitgevonden.
- Primair:
a. uit de tijd zelf.
b. uit de ‘eerste hand’
Middel van bestaan: jagen en verzamelen (manier waarop mensen in leven blijven).
Samenlevingstype: samenleving van jager-verzamelaars.
De geschiedenis/samenleving kun je vanuit verschillende invalshoeken bestuderen:
- Politiek: Hoe wordt de samenleving bestuurd?
- Economie: Wat zijn de middelen van bestaan?
- Sociaal: Wat zijn de verhouding in de bevolking?
- Cultuur: Wat denken en voelen mensen en hoe uiten zij dit?
Samenleving van jager-verzamelaars:
- Economie: Jagen en verzamelen.
- Politiek: Kleine nomadische groepen, dus geen georganiseerd bestuur.
- Sociaal: Weinig sociale verschillen. Strikte rolverdeling tussen man en vrouw.
- Cultuur: Magische jacht- en vruchtbaarheidsrituelen en grafgiften.
2. Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen
Ongeveer 11.000 v. Chr.: Begin neolithische (nieuwe steentijd) revolutie in de vruchtbare
halve maan (mesopotamië).
Landbouw (agrarisch):
- Akkerbouw.
- Veeteelt.
Ontwikkeling van de middelen van bestaan in de vruchtbare halve maan:
- Jagen en verzamelen (tot 9.000 v. Chr.)
- Landbouw (vanaf 10.000 v. Chr.)
Landbouwsamenleving / agrarische samenleving:
- Economie: Landbouw: akkerbouw en veeteelt.
- Politiek: Dorpen worden ws. bestuurd door dorpsoudsten en priesters.
, - Sociaal: Sedentaire revolutie = Vaste woonplaats. Toename van sociale verschillen.
Strikte rolverdeling tussen man en vrouw.
- Cultuur: Magische rituelen. Veel uitvindingen.
Verspreiding van de landbouw: op veel plekken tegelijk opgekomen.
3. Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen.
Vanaf 10.000 v. Chr. begint de Neolithische revolutie in de vruchtbare halve maan.
- Zelf planten van zaden (akkerbouw).
- Houden van vee (veeteelt).
- Nieuwe uitvindingen.
→ Verhoging voedselproductie, ontstaan ambachten.
→ Groei van dorpen + ontstaan van handel.
→ Ontstaan van steden.
Ontwikkeling van de middelen van bestaan in de vruchtbare halve maan:
- Jagen en verzamelen.
- Landbouw.
- Ambacht
- Handel.
Stedelijke beschaving in Mesopotamië:
- Economie:
a. Landbouw: akkerbouw en veeteelt.
b. Ambachten.
c. Handel.
- Politiek:
a. Steden werden bestuurd door koning en priesters.
b. Steden groeiden uit tot rijken (stadstaten).
- Sociaal:
a. Grote groepen (gem. 10.000 mensen).
b. Sociale verschillen: hiërarchische opbouw van de samenleving in sociale
klassen.
- Cultuur:
a. Polytheïstische godsdiensten.
b. Magische rituelen in tempels.
c. Veel uitvindingen.
Stedelijke beschaving in Egypte:
- Economie:
a. Landbouw: akkerbouw en veeteelt.
b. Ambachten.
c. Handel.
, - Politiek:
a. Steden worden bestuurd door koning en priesters.
b. Boven- en beneden-Egypte vormen een natiestaat met farao als leider.
- Sociaal:
a. Grote groepen (gem. 10.000 mensen).
b. Sociale verschillen: hiërarchische opbouw van de samenleving in sociale
klassen.
- Cultuur:
a. Polytheïstische godsdienst (monotheïstische godsdienst van 1353-1336 v.
Chr).
b. Magische rituelen in tempels.
c. Veel uitvindingen.
Tijdvak 2: De tijd van de Grieken en Romeinen (3000 v. Chr. - 500 na Chr.)
4. De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en
politiek in de Griekse stadstaat
Vanaf 850 v. Chr.: opkomst van Griekse stadstaten.
Staat = gebied met vaste grenzen en eigen bestuur.
Stadstaat (polis):
- ‘Stad’ met omringend platteland.
- Klein in oppervlakte en inwonersaantal.
- Autarkisch = zelfvoorzienend.
- Autonoom = eigen bestuur en regels.
Iedere polis had een eigen staatsvorm:
- Monarchie: Staatsvorm waarbij de macht legitiem bij 1 persoon ligt.
- Tyrannie: Staatsvorm waarbij de macht niet legitiem bij 1 persoon ligt.
- Aristocratie: Regering van de adel (aristocraten).
- Oligarchie: Regering van een kleine groep mensen die niet per se van adel zijn.
- Democratie: Regering door de bevolking met burgerrecht.
→ Burgerschap = Het feit dat je burger bent met alle politieke en maatschappelijke
rechten die daarbij horen (alleen mannen afkomstig uit Athene).
Filosofen: Proberen de wereld te verklaren op een rationele manier.
→ Begin van wetenschap: Opdoen van kennis/theorie op basis van experimenten,
waarneming en gebruik van het verstand.
- Natuurwetenschappen.
- Wiskunde.
- Geneeskunde.
- Politiek