Artikel: Dalton, Samen werken Samen leren
Dalton, Samen werken Samen leren
Wanneer Samen werken en Samen leren gecombineerd worden, ontstaat het begrip Samenwerken
Leren, oftewel Coöperatief Leren (CL). In Amerika is het ‘cooperative learning’ model voor het
onderwijs ontstaan door de Amerikanen Johnson & Johnson.
Waarom is Cl ‘in’?
De sociaal constructivistische leertheorie is de afgelopen jaren ‘in’ binnen het onderwijs. Het
constructivisme kent uitgangspunten die via CL in de praktijk tot uiting komen, namelijk:
1. Leren is een actief proces. Leerlingen leren door zelf te enken en te handelen.
2. Kennis wordt actief geconstrueerd en niet passief geabsorbeerd.
3. Kennis wordt uitgevonden en niet ontdekt. Alle menselijke kennis is subjectief, het is een
product van de menselijke geest.
4. Alle kennis is persoonlijk en sociaal geconstrueerd.
5. Leren is in essentie een proces van betekenisverlening. Leerlingen proberen nieuwe leerstof
te begrijpen vanuit datgene wat ze reeds weten of waar ze meer bekend zijn.
Betekenisverlening wordt makkelijker door het leren plezieriger en gemakkelijker te maken.
Veenman geeft voor de toegenomen belangstelling voor coöperatief leren, de volgende argumenten:
1. Het heeft een positieve invloed op de cognitieve en sociale ontwikkeling van de leerlingen
2. CL is een uitstekend middel voor de huidige voorkeur van actief leren
3. Via coöperatieve leergroepen kan beter worden omgegaan met de individuele verschillen
tussen de leerlingen in de klas
4. Leerlingen met leerachterstanden doen het op scholen met coöperatief ingerichte
leergroepen beter
Model van Johnson & Johnson
Het CL model concentreert zich rond vijf basiskenmerken. De leerkracht dient met deze
basiskenmerken rekening te houden, wil er sprake zijn van CL:
1. Positieve wederzijdse afhankelijkheid: is het belangrijkste basiskenmerk. De leerlingen
beseffen dat ze elkaar nodig hebben om de opdracht met succes af te ronden/
2. Individuele verantwoordelijkheid: het effect van Cl is het grootst als de leerlingen zich zowel
verantwoordelijk voelen voor hun eigen bijdragen aan de opdracht als voor het helpen van
de andere roepsleden bij het maken van de opdracht. Het doel van de samenwerking is dat
ieder groepslid er beter van wordt.
3. Directe interactie: leerlingen zitten zo dicht bij elkaar dat ze goed met elkaar kunnen
communiceren. Niet alleen de inrichting van de klas, maar ook de opdracht die gegeven
wordt, dient directe interactie te bevorderen.
4. Sociale vaardigheden: CL vereist niet alleen sociale vaardigheden, maar bevordert deze ook.
Van belang is dat de leerkracht nagaat welke sociale vaardigheden bij een bepaalde opdracht
belangrijk zijn en er hiervan één in de belangstelling zet.
5. Evaluatie van het groepsproces: bij Cl dienen zowel de cognitieve als de sociale doelen
geëvalueerd te worden.
1