Inzendopgave 099Z1
Casus 3 Eenzaamheid bij ouderen
Ik heb voor deze casus gekozen omdat eenzaamheid bij ouderen een steeds groter en
belangrijker onderwerp en probleem is in Nederland. Ouderen zijn een risico groep!
Stappenplan:
1: Beschrijf in uw eigen woorden de casus:
Mevrouw W is 76 jaar en woont al bijna 50 jaar in Breda in haar huidige woning. Zij is
gepensioneerd. Haar man waarmee ze al 48 jaar getrouwd was, is drie jaar geleden
overleden. Zij heeft één zoon, maar deze woont in Australië samen met zijn familie en
kinderen. Haar twee beste vriendinnen zijn ook overleden, en ze heeft verder weinig
contact met haar familie. Af en toe maakt ze een praatje met haar buren.
Mevrouw W heeft behoefte aan sociale contacten en aan dag invulling. Zij voelt zich
regelmatig eenzaam. Voor mevrouw W is het van belang dat zij dagbesteding krijgt zodat
zij onder de mensen kan zijn en dat zij zelfstandig kan blijven wonen. Voor haar en haar
omgeving zou het fijn zijn als zij haar netwerk kan vergroten en dat zij activiteiten kan
ondernemen met andere leeftijdsgenoten. Haar bevorderende factoren zijn dat mevrouw
W gezond is en mobiel. Zij houdt van fietsen en van het buiten zijn. Ook heeft zij
verschillende hobby’s zoals breien, scrapbooken en koken. Haar belemmerende factoren
zijn dat er weinig voorzieningen in de buurt zijn waar zijn terecht kan voor dagbesteding of
hobby’s, en dat zij een heel klein netwerk heeft.
Haar informele netwerk bestaat uit haar zoon, die in Australië woont. Deze band is warm
en fijn, zij bellen elkaar regelmatig. Maar hij kan niet snel op en neer naar Nederland
komen, hij heeft zijn eigen leven en werkt in Australië. Mevrouw W heeft een paar buren
waar mee ze af en toe een praatje maakt, maar deze hebben ook niet altijd tijd om elke
dag met haar af te spreken. Zij heeft weinig contact met haar andere familie leden, en
deze komen ook niet zo snel naar Breda toe. Verder ging ze een tijdje geleden in de wijk
naar een breiclubje, maar deze is uiteindelijk opgehouden. Mevrouw W wilt heel graag
weer mee doen met een hobby club. Maar vind het moeilijk om er een te vinden waar zij
zich prettig bij voelt. Zij voelt zich te oud en in de buurt/wijk is er weinig te vinden.
, 2: Analyseer de casus:
Kernelementen van deze casus:
- Mevrouw W wilt meer contact met andere mensen.
- Mevrouw W wilt meedoen met een hobbyclub zodat zij daginvulling krijgt.
Als je kijkt naar wie de client is, let je vooral op behoeften, belangen, kansen en risico’s.
Dit doe je op eerst op microniveau. Ik zou ten eerste het bio-psyscho-sociaal model willen
inzetten als onderzoeksmethode. Dit model gaat uit van de wisselwerking tussen drie
belangrijke aspecten in het menselijk functioneren. Biologisch: welke lichamelijke klachten
zijn er? Psychologisch: Welke geestelijke klachten zijn er? Sociaal: Welke sociale klachten
zijn er?
En hoe hangen deze klachten samen? Als je deze aspecten samen bekijkt, kun je tot een
breder beeld komen van de cliënt en wat de eenzaamheid met haar doet op zowel
biologisch, psychologisch en sociaal vlak.
Ten tweede zou ik het balansmodel willen inzetten. Hier draait het om draagkracht en
draaglast van de cliënt. Wat je aankunt, en wat je aan moet kunnen. Wat de oorzaak ervan
is kun je vaststellen aan de hand van het balans model. Je kijkt dan wat de factoren zijn
die ervoor zorgen dat iemand een situatie niet meer goed aankan.
Ik zou ook het netwerkmodel willen inzetten om te kijken naar de relaties die in de
leefwereld van de cliënt centraal staan. Kijken naar het formele netwerk en het informele
netwerk. Met behulp van het netwerk model kom je ook uit op het ecologisch model. Hierin
is het belangrijk om niet alleen te kijken naar de kwantiteit, maar ook naar de kwaliteit van
deze relaties. Door te kijken naar de aard van de relaties en de kwaliteit, kan er beter
worden ingeschat in hoeverre de relaties ondersteunend dan wel niet-bevorderend zijn.
Tot slot het sociaal-ecologisch model (Bronfenbrenner). Dit model laat je in een overzicht
zien dat de client zich bevindt in een geheel waarin het microniveau, mesoniveu en
macroniveau met elkaar verbonden zijn en invloed op elkaar uitoefenen.
Verder zou meer zicht op de situatie van de client willen krijgen, door mij in te lezen in
literatuur over eenzaamheid. Oftewel literatuuronderzoek doen, het lezen van literatuur
over de problematiek die vastgesteld of vermoed word. Zo word mijn plan van aanpak
meer evidence based. Oftewel gebaseerd op wetenschappelijke feiten.
En nog een andere manier om aan meer informatie te komen is het uitvoeren van een
interview met de cliënt en anderen in de omgeving van de cliënt. Deze kan zowel
informeel als formeel worden gedaan met behulp van een vragenlijst.
Casus 3 Eenzaamheid bij ouderen
Ik heb voor deze casus gekozen omdat eenzaamheid bij ouderen een steeds groter en
belangrijker onderwerp en probleem is in Nederland. Ouderen zijn een risico groep!
Stappenplan:
1: Beschrijf in uw eigen woorden de casus:
Mevrouw W is 76 jaar en woont al bijna 50 jaar in Breda in haar huidige woning. Zij is
gepensioneerd. Haar man waarmee ze al 48 jaar getrouwd was, is drie jaar geleden
overleden. Zij heeft één zoon, maar deze woont in Australië samen met zijn familie en
kinderen. Haar twee beste vriendinnen zijn ook overleden, en ze heeft verder weinig
contact met haar familie. Af en toe maakt ze een praatje met haar buren.
Mevrouw W heeft behoefte aan sociale contacten en aan dag invulling. Zij voelt zich
regelmatig eenzaam. Voor mevrouw W is het van belang dat zij dagbesteding krijgt zodat
zij onder de mensen kan zijn en dat zij zelfstandig kan blijven wonen. Voor haar en haar
omgeving zou het fijn zijn als zij haar netwerk kan vergroten en dat zij activiteiten kan
ondernemen met andere leeftijdsgenoten. Haar bevorderende factoren zijn dat mevrouw
W gezond is en mobiel. Zij houdt van fietsen en van het buiten zijn. Ook heeft zij
verschillende hobby’s zoals breien, scrapbooken en koken. Haar belemmerende factoren
zijn dat er weinig voorzieningen in de buurt zijn waar zijn terecht kan voor dagbesteding of
hobby’s, en dat zij een heel klein netwerk heeft.
Haar informele netwerk bestaat uit haar zoon, die in Australië woont. Deze band is warm
en fijn, zij bellen elkaar regelmatig. Maar hij kan niet snel op en neer naar Nederland
komen, hij heeft zijn eigen leven en werkt in Australië. Mevrouw W heeft een paar buren
waar mee ze af en toe een praatje maakt, maar deze hebben ook niet altijd tijd om elke
dag met haar af te spreken. Zij heeft weinig contact met haar andere familie leden, en
deze komen ook niet zo snel naar Breda toe. Verder ging ze een tijdje geleden in de wijk
naar een breiclubje, maar deze is uiteindelijk opgehouden. Mevrouw W wilt heel graag
weer mee doen met een hobby club. Maar vind het moeilijk om er een te vinden waar zij
zich prettig bij voelt. Zij voelt zich te oud en in de buurt/wijk is er weinig te vinden.
, 2: Analyseer de casus:
Kernelementen van deze casus:
- Mevrouw W wilt meer contact met andere mensen.
- Mevrouw W wilt meedoen met een hobbyclub zodat zij daginvulling krijgt.
Als je kijkt naar wie de client is, let je vooral op behoeften, belangen, kansen en risico’s.
Dit doe je op eerst op microniveau. Ik zou ten eerste het bio-psyscho-sociaal model willen
inzetten als onderzoeksmethode. Dit model gaat uit van de wisselwerking tussen drie
belangrijke aspecten in het menselijk functioneren. Biologisch: welke lichamelijke klachten
zijn er? Psychologisch: Welke geestelijke klachten zijn er? Sociaal: Welke sociale klachten
zijn er?
En hoe hangen deze klachten samen? Als je deze aspecten samen bekijkt, kun je tot een
breder beeld komen van de cliënt en wat de eenzaamheid met haar doet op zowel
biologisch, psychologisch en sociaal vlak.
Ten tweede zou ik het balansmodel willen inzetten. Hier draait het om draagkracht en
draaglast van de cliënt. Wat je aankunt, en wat je aan moet kunnen. Wat de oorzaak ervan
is kun je vaststellen aan de hand van het balans model. Je kijkt dan wat de factoren zijn
die ervoor zorgen dat iemand een situatie niet meer goed aankan.
Ik zou ook het netwerkmodel willen inzetten om te kijken naar de relaties die in de
leefwereld van de cliënt centraal staan. Kijken naar het formele netwerk en het informele
netwerk. Met behulp van het netwerk model kom je ook uit op het ecologisch model. Hierin
is het belangrijk om niet alleen te kijken naar de kwantiteit, maar ook naar de kwaliteit van
deze relaties. Door te kijken naar de aard van de relaties en de kwaliteit, kan er beter
worden ingeschat in hoeverre de relaties ondersteunend dan wel niet-bevorderend zijn.
Tot slot het sociaal-ecologisch model (Bronfenbrenner). Dit model laat je in een overzicht
zien dat de client zich bevindt in een geheel waarin het microniveau, mesoniveu en
macroniveau met elkaar verbonden zijn en invloed op elkaar uitoefenen.
Verder zou meer zicht op de situatie van de client willen krijgen, door mij in te lezen in
literatuur over eenzaamheid. Oftewel literatuuronderzoek doen, het lezen van literatuur
over de problematiek die vastgesteld of vermoed word. Zo word mijn plan van aanpak
meer evidence based. Oftewel gebaseerd op wetenschappelijke feiten.
En nog een andere manier om aan meer informatie te komen is het uitvoeren van een
interview met de cliënt en anderen in de omgeving van de cliënt. Deze kan zowel
informeel als formeel worden gedaan met behulp van een vragenlijst.