jeugdigen – Jakop Rigter en Malou van Hintum
Hoofdstuk 1, 2, 3, 7, 8, 10, 11, 12, 13, 14, 15 en 16.
Begrippen bij hoofdstuk 1:
- Antropologie = Antropologie is een wetenschap die de mens in al zijn aspecten,
zowel fysiek als cultureel, bestudeert. (Culturele normen en waarden).
- Beschermende factor = kunnen tegenwicht bieden aan risico’s waaraan mensen
worden blootgesteld.
- Cultuur = het geheel van gewoonten en (gedrags-)regels dat bij een volk of stam
horen.
- Dsm-5 = hierin worden de kenmerken van psychische stoornissen beschreven. Dit is
een classificatieboek.
- Epidemiologie = het voorkomen van ziekten en stoornissen onder de bevolking.
- Ontwikkelingsleeftijd = zegt iets over het verstandelijke niveau van functioneren. Het
niveau van verstandelijk functioneren wordt vergeleken met wat een normaal
begaafd kind op een bepaalde leeftijd kan.
- Ontwikkelingsopgaven = leeftijdsgebonden opgaven zoals een veilige gehechtheid
met de ouders en het leren omgaan met leeftijdgenoten.
- Ontwikkelingspsychologie
- Ontwikkelingspsychopathologie = de wetenschappelijke discipline die onderzoekt
hoe psychische stoornissen ontstaan en zich ontwikkelen.
- Pedagogie = de opvoeding.
- Psychiatrie = een medische discipline die zich bezighoudt met onderzoek, diagnose
en behandeling van psychische stoornissen.
- Psychologie (klinische) = de afwijkende opvoeding.
- Psychopathologie = de leer van de psychische ziekten.
- Risicofactor = heeft een negatieve invloed op de (normale) ontwikkeling van een kind
en vergroot de kans op een stoornis.
- Sociologie = maatschappelijke processen.
Begrippen bij hoofdstuk 2:
- Anamnese = de voorgeschiedenis van de problemen worden in kaart gebracht op
grond van informatie die wordt verkregen van ouders en kind en eventueel andere
betrokkenen.
- Betrouwbaarheid = als bijvoorbeeld drie mensen met een verschillende achtergrond
tot dezelfde conclusie komen.
- Categorieën = verschillende groepen
- CBCL (Child Behavior Checklist) = een dimensionale vragenlijst (de mate van de ernst
wordt gemeten).
- Classificatie = een persoon (of een voorwerp of situatie) herkennen, er een naam aan
geven en indelen in een categorie.
- Comorbiditeit = meer stoornissen tegelijk.