Thema 3 -> voeding
1. Vitaminen en mineralen
1.1 Functies vitamines
- Vitamine A ->
o Zorgt voor de vorming van epitheelweefsel (huid, hoornvlies, slijmvliezen)
o Zorgt voor de vorming van rodopsine (een lichtgevoelig eiwit dat noodzakelijk is om in de
schemering te kunnen zien).
o Belangrijk voor: de groei, de vorming van botweefsel en het goed functioneren van het
immuunsysteem
- Vitamine C ->
o Nodig voor de vorming van bot- en beenweefsels.
- Vitamine D ->
o Is nodig voor de botstofwisseling
o Regelt de resorptie
o Regelt de uitscheiding van calcium en fosfaat
o Belangrijk voor het immuunsysteem
o Belangrijk voor het in standhouden van spierkracht
- Vitamine E ->
o Antioxidantwerking
o Reguleren van de celdeling
- Vitamine K ->
o Nodig voor de bloedstolling
- Vitamine B ->
o Belangrijk voor de stofwisseling (zonder vitamine B zijn bepaalde chemische reacties niet
mogelijk)
Ook leren -> tabel 9.1 (bladzijde 203 t/m 208) met uitzondering van: kolom toxiciteit, rijen vitamines
B2, B3, B5, B6, biotine.
1.2 In vet oplosbare vitamines
- Vitamine A, D, E en K zijn oplosbaar in vet.
- Komen voor in dierlijke en plantaardige vetrijke producten
- Stabiele vitamines -> tijdens het bewaren het bereiden gaan weinig vet oplosbare vitamines verloren
- In het maag-darmkanaal worden ze gelijk met de vetten in het bloed opgenomen.
- Te veel aan vet oplosbare vitamines -> wordt opgeslagen in de lever en in vetweefsel.
- Grote voorraad aan vitamine A en E (voor één à twee jaar).
- Kleine voorraad aan vitamine D en K (gemiddeld 2 maanden).
, 1.3 In wateroplosbare vitamines
- Vitamine C en de B-vitamines zijn oplosbaar in water.
- Komen verspreid over veel voedingsmiddelen voor.
- Kunnen gemakkelijk verloren gaan als gevolg door een verkeerde behandeling van de
voedingsmiddelen.
- Kunnen in bepaalde weefsels in het lichaam worden opgeslagen.
- Voorraden niet stabiel omdat het gemakkelijk kan worden afgegeven aan het bloed en via de nieren
uitgescheiden.
- Voorraden vitamine C en B-vitaminen zijn beperkt tot één à twee maanden.
- Uitzondering: vitamine B12 -> drie à vijf jaar.
- Uitzondering: vitamine B1 -> één of twee weken
Onderscheid in water en vet oplosbare vitamines:
- Consequenties voor de voedselbronnen
- Voor het verlies dat optreedt tijdens het bewaren en het bereiden
- De wijze waarop het lichaam met de vitamines omgaat (resorptie, opslag en uitscheiding)
1.4 Vitaminedeficiënties
Oorzaken:
- Onvoldoende opname via de voeding
- Verminderde resorptie
- Verlaging van de werkzaamheid door een antagonist
- Abnormaal verlies
- Stoornis in de aanmaak van de (actieve) vitamine
Mensen met een verhoogde behoefte, zoals kinderen, zwangere en chronisch zieken, lopen sneller
kans op tekorten van gezonde volwassenen, omdat de behoefte verhoogd is.
Enkele negatieve trends in de voedselconsumptie die van invloed zijn op de inname van vitamines:
- Afname van het gebruik van groente, fruit en volkorenproducten
- Toename van het gebruik van snacks, frisdrank, snoep/koek en alcohol.
Vitamine C-deficiëntie:
Komt voor bij mensen die weinig of geen groente, fruit en aardappelen eten.
Een vitamine C-tekort is gemakkelijk te voorkomen door elke dag vers fruit of vruchtensap te
gebruiken. Ook is het belangrijk om het eten volgens de juiste wijze de bewaren en bereiden.
Vitamine B1-deficiëntie:
Bekend probleem bij mensen die te veel alcohol dringen.
Het tekort ontstaat door een vitamine B 1-arme voeding in combinatie met een verhoogde behoefte
door het alcoholgebruik.
Risicogroep -> kinderen die in de groei zijn. De verhoogde stofwisseling veroorzaakt een verhoogde
behoefte.
Symptomen -> geïrriteerdheid, moeheid, slaapproblemen en lusteloosheid.
Vitamine B12-deficiëntie:
Kan ontstaan bij een volkomen plantaardige voeding.
Vitamine B12 komt voor in dierlijke producten.
1. Vitaminen en mineralen
1.1 Functies vitamines
- Vitamine A ->
o Zorgt voor de vorming van epitheelweefsel (huid, hoornvlies, slijmvliezen)
o Zorgt voor de vorming van rodopsine (een lichtgevoelig eiwit dat noodzakelijk is om in de
schemering te kunnen zien).
o Belangrijk voor: de groei, de vorming van botweefsel en het goed functioneren van het
immuunsysteem
- Vitamine C ->
o Nodig voor de vorming van bot- en beenweefsels.
- Vitamine D ->
o Is nodig voor de botstofwisseling
o Regelt de resorptie
o Regelt de uitscheiding van calcium en fosfaat
o Belangrijk voor het immuunsysteem
o Belangrijk voor het in standhouden van spierkracht
- Vitamine E ->
o Antioxidantwerking
o Reguleren van de celdeling
- Vitamine K ->
o Nodig voor de bloedstolling
- Vitamine B ->
o Belangrijk voor de stofwisseling (zonder vitamine B zijn bepaalde chemische reacties niet
mogelijk)
Ook leren -> tabel 9.1 (bladzijde 203 t/m 208) met uitzondering van: kolom toxiciteit, rijen vitamines
B2, B3, B5, B6, biotine.
1.2 In vet oplosbare vitamines
- Vitamine A, D, E en K zijn oplosbaar in vet.
- Komen voor in dierlijke en plantaardige vetrijke producten
- Stabiele vitamines -> tijdens het bewaren het bereiden gaan weinig vet oplosbare vitamines verloren
- In het maag-darmkanaal worden ze gelijk met de vetten in het bloed opgenomen.
- Te veel aan vet oplosbare vitamines -> wordt opgeslagen in de lever en in vetweefsel.
- Grote voorraad aan vitamine A en E (voor één à twee jaar).
- Kleine voorraad aan vitamine D en K (gemiddeld 2 maanden).
, 1.3 In wateroplosbare vitamines
- Vitamine C en de B-vitamines zijn oplosbaar in water.
- Komen verspreid over veel voedingsmiddelen voor.
- Kunnen gemakkelijk verloren gaan als gevolg door een verkeerde behandeling van de
voedingsmiddelen.
- Kunnen in bepaalde weefsels in het lichaam worden opgeslagen.
- Voorraden niet stabiel omdat het gemakkelijk kan worden afgegeven aan het bloed en via de nieren
uitgescheiden.
- Voorraden vitamine C en B-vitaminen zijn beperkt tot één à twee maanden.
- Uitzondering: vitamine B12 -> drie à vijf jaar.
- Uitzondering: vitamine B1 -> één of twee weken
Onderscheid in water en vet oplosbare vitamines:
- Consequenties voor de voedselbronnen
- Voor het verlies dat optreedt tijdens het bewaren en het bereiden
- De wijze waarop het lichaam met de vitamines omgaat (resorptie, opslag en uitscheiding)
1.4 Vitaminedeficiënties
Oorzaken:
- Onvoldoende opname via de voeding
- Verminderde resorptie
- Verlaging van de werkzaamheid door een antagonist
- Abnormaal verlies
- Stoornis in de aanmaak van de (actieve) vitamine
Mensen met een verhoogde behoefte, zoals kinderen, zwangere en chronisch zieken, lopen sneller
kans op tekorten van gezonde volwassenen, omdat de behoefte verhoogd is.
Enkele negatieve trends in de voedselconsumptie die van invloed zijn op de inname van vitamines:
- Afname van het gebruik van groente, fruit en volkorenproducten
- Toename van het gebruik van snacks, frisdrank, snoep/koek en alcohol.
Vitamine C-deficiëntie:
Komt voor bij mensen die weinig of geen groente, fruit en aardappelen eten.
Een vitamine C-tekort is gemakkelijk te voorkomen door elke dag vers fruit of vruchtensap te
gebruiken. Ook is het belangrijk om het eten volgens de juiste wijze de bewaren en bereiden.
Vitamine B1-deficiëntie:
Bekend probleem bij mensen die te veel alcohol dringen.
Het tekort ontstaat door een vitamine B 1-arme voeding in combinatie met een verhoogde behoefte
door het alcoholgebruik.
Risicogroep -> kinderen die in de groei zijn. De verhoogde stofwisseling veroorzaakt een verhoogde
behoefte.
Symptomen -> geïrriteerdheid, moeheid, slaapproblemen en lusteloosheid.
Vitamine B12-deficiëntie:
Kan ontstaan bij een volkomen plantaardige voeding.
Vitamine B12 komt voor in dierlijke producten.