H7.3.1 Functioneringsgesprekken
Functioneringsgesprek à Een methode om een beeld te krijgen van de prestaties,
het functioneren en de ontwikkeling van de medewerkers
Functioneringsgesprekken = mid term reviews of ‘vinger aan de pols-gesprekken’
à Het functioneren van de medewerker en wat hij of zij daarbij zoal tegenkomt. In
tegenstelling tot het beoordelingsgesrpek is hier sprake van een dialoog tussen
medewerker en leidinggevende.
Nuttig, omdat…
- Erg belangrijk dat medewerkers betrokken en gemotiveerd blijven;
- Door functioneringsgesprekken wordt duidelijk hoe zij vinden dat hun werk
gaat, waar de problemen zitten en hoe het beter zou kunnen;
- Maakt deel uit van cyclus: beoordelingsgesprekken en eventueel
ontwikkelingsgesprekken
Factoren die functioneren beïnvloeden:
- AMO-factoren:
o Abilities (kennis, vaardigheden en capaciteiten);
o Motivation (motivatie);
o Opportunities (de mogelijkheden die er zijn om het werk te doen).
Opportunities:
- Sturing;
- Kwaliteit van het bedrijfsproces en van de functie;
- Middelen;
- Ondersteuning.
Om goed te functioneren heeft een medewerker sturing nodig
è Niet:
o Wanneer leidinggevende strategische doelen (van organisatie) niet
naar persoonlijke doelen voor medewerker kan vertalen;
o Leidinggevende niet genoeg feedback geeft over zijn/haar werk.
Om goed te functioneren heeft een medewerker een kwalitatief goed bedrijfsproces
nodig
è Niet:
o Samenwerking tussen afdelingen slecht;
o Functies niet uitdagend genoeg.
Om goed te functioneren heeft een medewerker de juiste middelen en ondersteuning
nodig
è Niet:
, o Niet genoeg middelen om zijn werk (op tijd) af te krijgen bij bijvoorbeeld
slechte software of verouderde systemen/gegevens.
Analyse van functioneren medewerker moet goed gebeuren door af te vragen:
- Beschikt de medewerker over de juiste kennis en vaardigheden?
- Beschikt de medewerker over de juiste middelen om zijn werk uit te voeren?
- Is hij voldoende gemotiveerd?
- Ontvangt hij de juiste sturing en ondersteuning?
- Is de kwaliteit van het bedrijfsproces en van de functie in orde?
Stappen in functioneringsgesprek:
1. Een gezamenlijke agenda vaststellen (Wat gaan we bespreken?)
2. Ervaringen uitwisselen (Hoe gaat het?)
3. De waarnemingen interpreteren (Wat vinden we ervan?)
4. Verbeter- en ontwikkelafspraken maken (Wat kan er beter en hoe?)
5. Evalueren (Hoe vond je het en hoe gaan we nu verder?)
1. Gezamenlijke agenda:
- Waar willen we het over hebben (onderwerpen)
- Hoe lang gaat het duren (tijdsduur)
- Hoe gaan we het vastleggen (verslaglegging)
- Belangrijk: openheid en vertrouwen
2. Ervaringen uitwisselen:
- Wat is gedaan en hoe ging het (feitelijk)
- Hoe verlopen de werkzaamheden (goed, stroef, slecht etc.)
- Werkrelatie tussen leidinggevende en medewerker
- Samenwerking met collega’s
3. Waarnemingen interpreteren
- Meningen over wat er gebeurd is (twee kanten)
- Verschillen en overeenkomsten naaste elkaar à overeenstemming proberen
te bereiken
4. Verbeter- en ontwikkelafspraken
- Verbeterafspraken (omstandigheden):
o Manier van leidinggeven
o Nog af te spreken doelstellingen
o Beschikbare middelen
o Ondersteuning
o Gedrag medewerker (bijv. beter administratie bijhouden)
- Ontwikkelafspraken:
o Wat kan je verder ontwikkelen (medewerker)
5. Evaluatie:
- Belangrijkste gesprekspunten en afspraken samengevat
- Eventueel: afspraak voor nóg een gesprek wanneer niet alles besproken is
Het resultaat van functioneringsgesprek moet zijn: