Hoofdstuk 3 gedragsdeterminanten op basis van
gedragsveranderingstheorieën en -modellen
Gedragsdeterminanten: de factoren die gedrag bepalen
Self-determination theory (SDT)/zelfdeterminatietheorie
- Gedragsveranderingstheorie waarin de motivatie op basis waarvan
gedrag vertoond wordt centraal staat
Intrinsieke motivatie: gemotiveerd vanuit jezelf, ‘omdat je het leuk vindt’
Extrinsieke motivatie: gemotiveerd vanuit de omgeving, ‘omdat het moet’
Autonomie: het gevoel hebben zelf aan het roer te staan en zelf te kunnen
beslissen; een van de drie basisbehoeften in de zelfdeterminatietheorie
Competentie: het vertrouwen in het eigen kunnen; een van de drie
basisbehoeften in de zelfdeterminatietheorie
Interpersoonlijk contact (behoefte aan relaties): een gevoel van
verbondenheid; een van de drie basisbehoeften in de
zelfdeterminatietheorie
Geïntegreerde regulatie: gedrag dat eerst bewust gereguleerd moet
worden (er is extrinsieke motivatie voor nodig om te beginnen), maar op
een gegeven moment geïntegreerd is en intrinsiek gemotiveerd wordt
Regulatie op basis van persoonlijke identificatie: gedrag dat vertoond
wordt omdat het belangrijk wordt gevonden, niet omdat het leuk
gevonden wordt
Geïnternaliseerde regulatie: gedrag dat vertoond wordt omdat het niet
uitvoeren ervan negatieve consequenties zal hebben
Externe regulatie: gedrag dat volledig van buitenaf aangestuurd
(gemotiveerd) wordt
A-motivatie: gedrag dat vertoond wordt zonder dat daar een goede reden
voor is
, Behoefte Behoefte aan Behoefte
aan competentie aan relaties
autonomie
Bevrediging van psychologische
basisbehoeften
Intrinsiek Geïntegreerd Regulatie op basis Geïnternaliseer Externe A-
e e van je identificeren de regulatie motivati
regulati
met de bezigheid e
motivati regulatie e
Volledige intrinsieke motivatie volledige intrinsieke
motivatie
Hoge intrinsieke motivatie geen motivatie
Samenvatting SDT