Vraag 1:
a) De staat is een organisatie die met voorrang boven andere organisaties effectief gezag uitoefent over
een gemeenschap van mensen op een bepaald grondgebied:
- Gemeenschap van mensen
- Rechtsgemeenschap
- territoriale grenzen
STAAT: grondgebied, gemeenschap, effectief gezag
= souvereiniteit
b) Rusland is wel een staat omdat er een gemeenschap is van mensen, grondgebied en effectief gezag(=
leefregels worden door dwang gehandhaafd→ voorrang boven anderen de leefregels met dwang
handhaven. ( (Ook rechtsgemeenschap, soevereiniteit (=met voorrang mensen te dwingen om aan
jouw regels te houden) en (erkenning)).
Gemeenschap van personen die in een bepaald grondgebied wonen waarin de overheid met een
effectief gezag opereert= rechtsgemeenschap.
Effectief gezag+souvereiniteit=rechtsgemeenschap
De EU niet omdat die deze aspecten niet heeft. Alle lidstaten in de EU zijn soeverein De EU kan ons
niet zomaar een boete opleggen. De EU heeft dus geen staat omdat de soevereiniteit bij de lidstaten
ligt.
Palestina (geen staat): er is een grondgebied, er is een gemeenschap maar er is geen effectief gezag.
Taiwan (wel staat): wel grondgebied, er is een gemeenschap en een effectief gezag.
Kosovo (wel staat): grondgebied, gemeenschap en een effectief gezag
Turkse Republiek Noord Cyprus (wel staat): grondgebied, gemeenschap en effectief gezag
Vraag 2
a) Effectief gezag → zij hebben door middel van dwang rechtsregels gehandhaafd.
b) Art. 9 (blz 2935) Art. 7 is vrijheids van meningsuiting maar art. 9 is wat specifieker.
Organieke wet kleurt de grondwet in→ als er in de grondwet staat de wet maakt regels
c) Welke bronnen van het staatsrecht komen langs in deze vraag? De grondwet, het Statuut, EVRM,
Organieke wet (=wetten ter uitvoering van een grondwettelijke opdracht om een materie bij de wet te
regelen), ongeschreven staatsrecht en reglementen van Orde en jurisprudentie.
1) EVRM
2) Grondwet
3) Organiek
Statuut staat normaal gesproken boven de grondwet en onder EVRM
Vraag 3:
a) Doodstraf→ HS6: art. 114
b) Het onderwijs→ HS1: art. 23. Klassieke grondrecht: afdwingbaar bij de rechter en sociaal grondrecht:
niet afdwingbaar bij de rechter.
c) De burgemeester: HS7: art. 131, art. 125
d) Verkiezingen: HS3: art. 54
e) De Europese Unie: er staat geen artikel in de grondwet hierover
f) Hoe je de Grondwet kan wijzigen: heel HS
a) De staat is een organisatie die met voorrang boven andere organisaties effectief gezag uitoefent over
een gemeenschap van mensen op een bepaald grondgebied:
- Gemeenschap van mensen
- Rechtsgemeenschap
- territoriale grenzen
STAAT: grondgebied, gemeenschap, effectief gezag
= souvereiniteit
b) Rusland is wel een staat omdat er een gemeenschap is van mensen, grondgebied en effectief gezag(=
leefregels worden door dwang gehandhaafd→ voorrang boven anderen de leefregels met dwang
handhaven. ( (Ook rechtsgemeenschap, soevereiniteit (=met voorrang mensen te dwingen om aan
jouw regels te houden) en (erkenning)).
Gemeenschap van personen die in een bepaald grondgebied wonen waarin de overheid met een
effectief gezag opereert= rechtsgemeenschap.
Effectief gezag+souvereiniteit=rechtsgemeenschap
De EU niet omdat die deze aspecten niet heeft. Alle lidstaten in de EU zijn soeverein De EU kan ons
niet zomaar een boete opleggen. De EU heeft dus geen staat omdat de soevereiniteit bij de lidstaten
ligt.
Palestina (geen staat): er is een grondgebied, er is een gemeenschap maar er is geen effectief gezag.
Taiwan (wel staat): wel grondgebied, er is een gemeenschap en een effectief gezag.
Kosovo (wel staat): grondgebied, gemeenschap en een effectief gezag
Turkse Republiek Noord Cyprus (wel staat): grondgebied, gemeenschap en effectief gezag
Vraag 2
a) Effectief gezag → zij hebben door middel van dwang rechtsregels gehandhaafd.
b) Art. 9 (blz 2935) Art. 7 is vrijheids van meningsuiting maar art. 9 is wat specifieker.
Organieke wet kleurt de grondwet in→ als er in de grondwet staat de wet maakt regels
c) Welke bronnen van het staatsrecht komen langs in deze vraag? De grondwet, het Statuut, EVRM,
Organieke wet (=wetten ter uitvoering van een grondwettelijke opdracht om een materie bij de wet te
regelen), ongeschreven staatsrecht en reglementen van Orde en jurisprudentie.
1) EVRM
2) Grondwet
3) Organiek
Statuut staat normaal gesproken boven de grondwet en onder EVRM
Vraag 3:
a) Doodstraf→ HS6: art. 114
b) Het onderwijs→ HS1: art. 23. Klassieke grondrecht: afdwingbaar bij de rechter en sociaal grondrecht:
niet afdwingbaar bij de rechter.
c) De burgemeester: HS7: art. 131, art. 125
d) Verkiezingen: HS3: art. 54
e) De Europese Unie: er staat geen artikel in de grondwet hierover
f) Hoe je de Grondwet kan wijzigen: heel HS