BASISKENNIS TAALONDERWIJS Huizenga & Robbe (2018)
Hoofdstuk 11 spelling
Er worden in dit hoofdstuk verschillende technische termen besproken zoals:
Samenstelling;
Vast stukje; voor- en achtervoegsels
Klankspoor;
Regelspoor; Bepaalde werkwijze (spellingstrategieën)
Weetspoor.
Spellingcategorieën
11.1 schriftsystemen
De mens heeft door de eeuwen heen op verschillende manieren taal vastgelegd.
Pictografisch schriftsysteem: (tekens en afbeeldingen)
- De oudste manier om woorden te weergeven noemen we het pictografisch schriftsysteem.
- De mens geeft woorden weer door middel van tekens en afbeeldingen.
- Gebruikt bij het weergeven van concrete dingen
- Tegenwoordig zie je dit bijvoorbeeld terug in verkeersborden, symbolen (wc).
Of de picto’s bij kleuters!
Logografisch schriftsysteem: (afbeelding staat voor één woord)
- Elke afbeelding correspondeert met één bepaald woord.
- Taal wordt op een systematische manier weergeven: de woorden, maar ook voor- en achtervoegsels
krijgen aparte symbolen.
- Een voorbeeld is het Chinese schrift.
Alfabetisch schriftsysteem: (spraakklanken)
- Schriftsysteem waarbij taal wordt weergegeven door de afzonderlijke spraakklanken van een woord te
noteren.
- In het schriftsysteem geven we alleen de fonemen weer, dus de spraakklanken die
betekenisverschil tussen woorden teweegbrengen.
Grafemen: tekens waarmee we fonemen weergeven noemen we grafemen.
- We maken gebruik van het Latijns alfabet (26 letters) niet genoeg om alle fonemen apart weer te
geven.
11.2 spellingprincipes van het Nederlands
Het fonologisch principe
- Wil zeggen dat: elk foneem door een apart grafeem wordt weergeven.
Dit noemen we ook het beginsel van de standaard uitspraak.
- Klankzuiver: woorden die alleen volgens het fonologisch principe worden gespeld noemen we
klankzuiver.
- Fonologisch principe is het basisprincipe van het Nederlands als kinderen leren spellen moeten ze
eerst het fonologisch principe onder de knie krijgen (lezen en schrijven met klankzuivere woorden).
*er zijn enkele uitzonderingen die te maken hebben met andere regels van de Nederlandse spellen. Denk
bijvoorbeeld aan de /oo/, deze kan als o of oo weergeven worden.
, BASISKENNIS TAALONDERWIJS Huizenga & Robbe (2018)
Het morfologisch principe
- Als we bij de spelling van een woord niet uitgaan van de klank, maar de vorm van woorden.
Ook wel het beginsel van de vormovereenkomst
- De rol van de vorm van woorden in onze spelling gebeurt op twee manieren.
Het is opgesplitst in twee regels;
1. De regel van gelijkvormigheid:
Een morfeem (woord of voor- of achtervoegsel) steeds op dezelfde manier schrijven.
o Je gaat dus altijd na hoe een bepaald morfeem in anderen woorden klinkt. Je moet een
vergelijking maken, waarbij je nagaat hoe hetzelfde morfeem in langere woorden geschreven
wordt. *Vb. in het woord opbod horen we de P niet, maar schrijven het wel omdat het om het
voorvoegsel op- gaat.
2. De regel van overeenkomst:
Houdt in dat ook de opbouw van een woord in de spelling duidelijk wordt.
o ‘hij vindt’ schrijven we met een -t, omdat dat bij ‘hij werkt’ ook het geval is.
o Geeft vaak aan dat een woord op dezelfde manier is opgebouwd.
o Komt enig grammaticaal inzicht bij te pas.
Het etymologisch principe
- Houdt in dat de herkomst bepalend is voor de schrijfwijze van een woord of spraakklank.
- Door vroeger Nederlands hebben we twee schrijfwijzen voor bijvoorbeeld de /ij/ of /ou/.
- Leenwoorden vallen hier ook onder. In deze gevallen is de spelling uit de taal van herkomst
gewoon overgenomen.
- Kwestie van onthouden!
- Bij woorden die je op twee manieren kunt schrijven moet je letten op de betekenis.
Bijvoorbeeld, rauwe groenten of rouwen (verdriet).
Het syllabisch principe
- Het syllabisch principe heeft betrekking op de spelling van syllaben in een woord.
- Syllabe = een klankgroep, gedeelte van een woord. (bijv. /loo/ + /pun/)
In het woord lopen komen dus 2 syllaben voor.
- Een syllabe is anders dan een lettergreep!
- Een klankstuk dat op een lange klank eindigt wordt anders geschreven dan een korte klank. Er gelden
hiervoor twee regels:
1. Verenkelingsregel:
o Als een lange klank eindigt op een lange klank, dan schrijven we maar één letter.
o Ramen: klankstuk /raa/ volgens de regel schrijven we maar één keer de letter
a.
2. Verdubbelingsregel:
o Als een klankstuk eindigt op een korte klank /a/ /u/ etc. dan wordt de
medeklinker die daarop volgt verdubbeld.
o Koffer: /ko/ verdubbeling van de letter F.
Hoofdstuk 11 spelling
Er worden in dit hoofdstuk verschillende technische termen besproken zoals:
Samenstelling;
Vast stukje; voor- en achtervoegsels
Klankspoor;
Regelspoor; Bepaalde werkwijze (spellingstrategieën)
Weetspoor.
Spellingcategorieën
11.1 schriftsystemen
De mens heeft door de eeuwen heen op verschillende manieren taal vastgelegd.
Pictografisch schriftsysteem: (tekens en afbeeldingen)
- De oudste manier om woorden te weergeven noemen we het pictografisch schriftsysteem.
- De mens geeft woorden weer door middel van tekens en afbeeldingen.
- Gebruikt bij het weergeven van concrete dingen
- Tegenwoordig zie je dit bijvoorbeeld terug in verkeersborden, symbolen (wc).
Of de picto’s bij kleuters!
Logografisch schriftsysteem: (afbeelding staat voor één woord)
- Elke afbeelding correspondeert met één bepaald woord.
- Taal wordt op een systematische manier weergeven: de woorden, maar ook voor- en achtervoegsels
krijgen aparte symbolen.
- Een voorbeeld is het Chinese schrift.
Alfabetisch schriftsysteem: (spraakklanken)
- Schriftsysteem waarbij taal wordt weergegeven door de afzonderlijke spraakklanken van een woord te
noteren.
- In het schriftsysteem geven we alleen de fonemen weer, dus de spraakklanken die
betekenisverschil tussen woorden teweegbrengen.
Grafemen: tekens waarmee we fonemen weergeven noemen we grafemen.
- We maken gebruik van het Latijns alfabet (26 letters) niet genoeg om alle fonemen apart weer te
geven.
11.2 spellingprincipes van het Nederlands
Het fonologisch principe
- Wil zeggen dat: elk foneem door een apart grafeem wordt weergeven.
Dit noemen we ook het beginsel van de standaard uitspraak.
- Klankzuiver: woorden die alleen volgens het fonologisch principe worden gespeld noemen we
klankzuiver.
- Fonologisch principe is het basisprincipe van het Nederlands als kinderen leren spellen moeten ze
eerst het fonologisch principe onder de knie krijgen (lezen en schrijven met klankzuivere woorden).
*er zijn enkele uitzonderingen die te maken hebben met andere regels van de Nederlandse spellen. Denk
bijvoorbeeld aan de /oo/, deze kan als o of oo weergeven worden.
, BASISKENNIS TAALONDERWIJS Huizenga & Robbe (2018)
Het morfologisch principe
- Als we bij de spelling van een woord niet uitgaan van de klank, maar de vorm van woorden.
Ook wel het beginsel van de vormovereenkomst
- De rol van de vorm van woorden in onze spelling gebeurt op twee manieren.
Het is opgesplitst in twee regels;
1. De regel van gelijkvormigheid:
Een morfeem (woord of voor- of achtervoegsel) steeds op dezelfde manier schrijven.
o Je gaat dus altijd na hoe een bepaald morfeem in anderen woorden klinkt. Je moet een
vergelijking maken, waarbij je nagaat hoe hetzelfde morfeem in langere woorden geschreven
wordt. *Vb. in het woord opbod horen we de P niet, maar schrijven het wel omdat het om het
voorvoegsel op- gaat.
2. De regel van overeenkomst:
Houdt in dat ook de opbouw van een woord in de spelling duidelijk wordt.
o ‘hij vindt’ schrijven we met een -t, omdat dat bij ‘hij werkt’ ook het geval is.
o Geeft vaak aan dat een woord op dezelfde manier is opgebouwd.
o Komt enig grammaticaal inzicht bij te pas.
Het etymologisch principe
- Houdt in dat de herkomst bepalend is voor de schrijfwijze van een woord of spraakklank.
- Door vroeger Nederlands hebben we twee schrijfwijzen voor bijvoorbeeld de /ij/ of /ou/.
- Leenwoorden vallen hier ook onder. In deze gevallen is de spelling uit de taal van herkomst
gewoon overgenomen.
- Kwestie van onthouden!
- Bij woorden die je op twee manieren kunt schrijven moet je letten op de betekenis.
Bijvoorbeeld, rauwe groenten of rouwen (verdriet).
Het syllabisch principe
- Het syllabisch principe heeft betrekking op de spelling van syllaben in een woord.
- Syllabe = een klankgroep, gedeelte van een woord. (bijv. /loo/ + /pun/)
In het woord lopen komen dus 2 syllaben voor.
- Een syllabe is anders dan een lettergreep!
- Een klankstuk dat op een lange klank eindigt wordt anders geschreven dan een korte klank. Er gelden
hiervoor twee regels:
1. Verenkelingsregel:
o Als een lange klank eindigt op een lange klank, dan schrijven we maar één letter.
o Ramen: klankstuk /raa/ volgens de regel schrijven we maar één keer de letter
a.
2. Verdubbelingsregel:
o Als een klankstuk eindigt op een korte klank /a/ /u/ etc. dan wordt de
medeklinker die daarop volgt verdubbeld.
o Koffer: /ko/ verdubbeling van de letter F.