BASISKENNIS TAALONDERWIJS Huizenga & Robbe (2018)
Hoofdstuk 3 Mondelinge taalvaardigheid
3.1.1 Theorieën over taalverwerving
In de loop der jaren zijn er verschillende theorieën geweest over hoe kinderen hun taal
verwerven.
Behaviorisme
Creatieve constructietheorie
Interactionale benadering
Behaviorisme
Het behaviorisme gaat ervan uit dat een kind de taal leert door imitatie. De meest frequente
woorden worden hierbij het eerste geleerd. Kinderen blijken zinnen te kunnen produceren
die ze nog nooit eerder gehoord hebben. De meest frequente woorden worden niet als
eerste geleerd (de, ik en die) Maar de concrete zelfstandige naamwoorden en werkwoorden
die verwijzen naar dingen, acties uit directe omgeving worden het eerste geleerd. Het
voorbeeld van de ouders is noodzakelijk om de taal te leren.
Creatieve constructietheorie
Binnen deze theorie gaat men ervan uit dat kinderen de taal niet imiteren, maar dat ze
beschikken over een aangeboren taalvermogen. Met dit taalvermogen is een kind in staat
om zelf structuur te ontdekken en kan het zinnen vormen die hij/zij nog nooit eerder
gehoord heeft. De nadruk wordt gelegd op de creatieve manier waarop een kind met behulp
van taalvermogen zelf de taal construeert.
Interactionele benadering
Binnen deze theorie onderschrijft men het belang van het aangeboren taalleervermogen,
maar wordt er benadrukt dat het taalaanbod van de omgeving en de interactie tussen een
kind en andere moedertaalsprekers belangrijk is bij het leren van een taal.
3.1.2 Eerstetaalverwerving
De taalontwikkeling van kinderen begint op ‘fonologisch niveau’ met het vormen van
spraakklanken. Kinderen ontwikkelen zich ook het ‘morfologisch niveau’ waarbij het gaat om
de manier waarop worden gevormd worden. Bij het ‘semantisch niveau’ gaat het om de
betekenis van woorden. Op het ‘syntactisch niveau’ leren kinderen de regels die er zijn voor
het combineren van woorden.
Het is handig om op de verschillende niveaus te letten, maar uiteindelijk is het leren van een
taal een ‘taalproces’ waarbij een kind op alle verschillende niveaus tegelijk mee bezig is.
In het taalverwervingsproces worden er twee perioden onderscheiden.
De prelinguale periode ( van 0 tot 1 jaar)
De linguale periode die onder te verdelen valt in;
- De vroeglinguale periode (van 1 tot 2 ½ jaar)
- De differentiatiefase (van 2 ½ tot 5 jaar)
- De voltooingsfase (van 5 tot 9 jaar)
Hoofdstuk 3 Mondelinge taalvaardigheid
3.1.1 Theorieën over taalverwerving
In de loop der jaren zijn er verschillende theorieën geweest over hoe kinderen hun taal
verwerven.
Behaviorisme
Creatieve constructietheorie
Interactionale benadering
Behaviorisme
Het behaviorisme gaat ervan uit dat een kind de taal leert door imitatie. De meest frequente
woorden worden hierbij het eerste geleerd. Kinderen blijken zinnen te kunnen produceren
die ze nog nooit eerder gehoord hebben. De meest frequente woorden worden niet als
eerste geleerd (de, ik en die) Maar de concrete zelfstandige naamwoorden en werkwoorden
die verwijzen naar dingen, acties uit directe omgeving worden het eerste geleerd. Het
voorbeeld van de ouders is noodzakelijk om de taal te leren.
Creatieve constructietheorie
Binnen deze theorie gaat men ervan uit dat kinderen de taal niet imiteren, maar dat ze
beschikken over een aangeboren taalvermogen. Met dit taalvermogen is een kind in staat
om zelf structuur te ontdekken en kan het zinnen vormen die hij/zij nog nooit eerder
gehoord heeft. De nadruk wordt gelegd op de creatieve manier waarop een kind met behulp
van taalvermogen zelf de taal construeert.
Interactionele benadering
Binnen deze theorie onderschrijft men het belang van het aangeboren taalleervermogen,
maar wordt er benadrukt dat het taalaanbod van de omgeving en de interactie tussen een
kind en andere moedertaalsprekers belangrijk is bij het leren van een taal.
3.1.2 Eerstetaalverwerving
De taalontwikkeling van kinderen begint op ‘fonologisch niveau’ met het vormen van
spraakklanken. Kinderen ontwikkelen zich ook het ‘morfologisch niveau’ waarbij het gaat om
de manier waarop worden gevormd worden. Bij het ‘semantisch niveau’ gaat het om de
betekenis van woorden. Op het ‘syntactisch niveau’ leren kinderen de regels die er zijn voor
het combineren van woorden.
Het is handig om op de verschillende niveaus te letten, maar uiteindelijk is het leren van een
taal een ‘taalproces’ waarbij een kind op alle verschillende niveaus tegelijk mee bezig is.
In het taalverwervingsproces worden er twee perioden onderscheiden.
De prelinguale periode ( van 0 tot 1 jaar)
De linguale periode die onder te verdelen valt in;
- De vroeglinguale periode (van 1 tot 2 ½ jaar)
- De differentiatiefase (van 2 ½ tot 5 jaar)
- De voltooingsfase (van 5 tot 9 jaar)