Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting - Klinische Ontwikkelingspsychologie ()

Beoordeling
5.0
(1)
Verkocht
14
Pagina's
109
Geüpload op
17-08-2025
Geschreven in
2024/2025

Dit is een Nederlandse samenvatting van VAC 1 t/m VAC 12, de hoorcolleges die gebruikt worden bij het vak Klinische Ontwikkelingspsychologie (KLOP) van psychologie aan de universiteit Utrecht. In de samenvatting is de stof uit het boek CUSTOM Clinical Development Psychology (ISBN: 9781805030959) verwerkt. Met hulp van deze samenvatting heb ik boven de 8 gehaald voor beide deeltentamens. Dit is een uitgebreide samenvatting waarin alles wat in het boek staat terugkomt, maar in een begrijpelijke, verkorte vorm.

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

KLOP samenvatting leesmateriaal VAC 1 t/m VAC 12

Voorbereiding VAC 1: (Licht) verstandelijke beperking
1) Lees hoofdstuk 5, Intellectual Disability (Intellectual
Developmental Disorder), p.78-115 – vereist

2) Beantwoord de leesvragen voor jezelf om te kijken of je hier
antwoord op kan geven – optioneel

a. Behalve IQ is er een ander criterium om te spreken van een
intellectuele beperking: welke is dat en wat wordt daarmee bedoeld
(en uit welke onderdelen bestaat dat)?
(Licht) verstandelijke beperking – een neurologische ontwikkelingsstoornis die
opkomt tijdens de kindertijd (vóór 18 jaar oud), waarin intellectuele
tekortkomingen leiden tot beperkingen in sociaal, persoonlijk, academisch of
beroepsmatig functioneren. Deze stoornis gaat gepaard met beperkingen in
adaptief functioneren, waardoor kinderen niet de vaardigheden ontwikkelen die
nodig zijn voor het dagelijks leven.
 Er dient gekeken te worden naar iemands intellectueel functioneren binnen de
context waar die zich bevind en de culturele normen die gelden voor dat individu.
Meestal wordt het intellectueel functioneren geëvalueerd met de intelligentie
quotiënt (IQ) – M = 100, SD = 15. IQ tussen 70 – 130 = gemiddeld; IQ < 70 =
onder-gemiddeld intellectueel functioneren.
 De Wechsler Intelligence Scales for Children, 5th edition (WISC-V), de
Standford-Binet, 5th edition (SB5) en de Kaufman Assessment Battery for
Children, 2nd edition (KABC-II) zijn testen waarmee het IQ vastgesteld kan
worden. Deze testen omvatten verbale, visueel-spatiale en rekenvaardige testen.
Het andere criterium die besproken wordt, is het adaptief functioneren – hoe
effectief individuen, gegeven hun leeftijd en ontwikkelingsfase, om kunnen gaan
met dagelijkse levenseisen, en hoe capabel ze onafhankelijk kunnen leven en
maatschappelijke normen in acht kunnen nemen. Het adaptief functioneren
bestaat uit de volgende onderdelen:
o Conceptuele vaardigheden – receptief en expressief taalgebruik, lezen
en schrijven, concept van geld begrijpen en zelf-directie.
o Sociale vaardigheden – interpersoonlijke vaardigheden,
verantwoordelijkheid, zelfwaardering, goedgelovigheid (hoe snel je
gemanipuleerd of in de maling genomen wordt), naïviteit, regels volgen,
wetten handhaven en slachtofferschap vermijden.
o Praktische vaardigheden – eten, slapen, drinken, naar de wc gaan,
bewegen, medicijnen nemen, koken, telefoon gebruiken, geld managen,
zich kunnen vervoeren etc.
o Beroepsvaardigheden – het behouden van een veilige omgeving.

O.b.v. drie criteria wordt bepaald of een individu een (licht)
verstandelijke beperking heeft: IQ onder de 70, significante limieten in
adaptief functioneren en opkomst vóór de leeftijd van 18 jaar.

,Dit betekent dat mensen met een (licht) verstandelijke beperking alsnog in staat
zijn te leren en het leiden van een bevredigend leven, ongeacht of ze een laag IQ
(>70) hebben of niet.
b. Een IQ is geen stabiel gegeven; het kan veranderen. Welke factoren,
behalve aanleg van een kind, kunnen het IQ beïnvloeden (en ook
vaak verschillen tussen groepen mensen verklaren)?
Naast de aanleg van het kind, wordt het IQ ook beïnvloed door
ervaring/omgeving:
o Sociaaleconomische status (SES), familie-inkomen, familieconflict,
acculturatie (= cultuurelementen overnemen van de dominante cultuur)
– verklaren variaties in IQ-scores tussen raciale/etnische groepen op alle
leeftijden.
 COVID-19 heeft grote invloed gehad op families van kleur en in
armoede: die hadden nog minder toegang tot educatie en voeding voor
kinderen.
o Leerhistorie – kinderen die zijn opgegroeid in een omgeving waar
gezondheid gepromoot wordt, met verzorgers die de nodige ondersteuning
en geschikte niveaus van stimulatie kunnen bieden, met een mate van
stress in de omgeving, bereiken meestal hun volledige potentieel.

c. Er is ook variatie in ontwikkelingsverloop, zowel qua intelligentie als
in adaptieve functies. Hoe verloopt dat bijvoorbeeld vaak bij
kinderen met een Downsyndroom?
De DSM-5-TR onderscheidt drie kernprincipes die een (licht) verstandelijke
beperking beschrijven:
o Beperkingen in intellectueel functioneren, waaronder redeneren,
probleemoplossen, plannen, abstract denken, oordelen, academisch leren
en leren van ervaring.
 Dit wordt bepaald door intelligentietesten en klinische assessment.
Alhoewel de DSM geen IQ cutoff scores geeft, hebben kinderen met een
(licht) verstandelijke beperking meestal een IQ van 70 of lager.
o Beperkingen in adaptief functioneren, waarmee bedoeld wordt dat
ontwikkelings- en sociaal-culturele standaarden voor persoonlijke
onafhankelijkheid en sociale verantwoordelijkheid niet worden bereikt.
 Dit kernprincipe is essentieel, omdat het kan verklaren waarom
sommige kinderen prima functioneren in hun omgeving, maar toch een
lage IQ-score hebben. Een (licht) verstandelijke beperking kan pas gesteld
worden wanneer een kind ook beperkingen ervaart in diens adaptief
functioneren.
o De ervaren beperkingen in intellectueel en adaptief functioneren
zijn begonnen in de ontwikkelingsperiode (vóór 18 jaar oud),
waardoor personen uitgesloten worden die verstandelijke beperkingen
ervaren door een volwassen stoornis (Alzheimer etc.) en dit benadrukt dat
verstandelijke beperkingen meestal voorkomen in de kindertijd en
adolescentie.

,Het boek onderscheidt vier ernstniveaus in verstandelijke beperkingen (licht,
matig, ernstig en zwaar) op sociaal, conceptueel en praktisch domein. Het
onderscheiden van de ernstniveaus op deze manier heeft de volgende effecten:
o De focus wordt verlegd van IQ-scores naar de benodigde ondersteuning:
iemand met een licht verstandelijke beperking heeft andere bronnen en
strategieën nodig dan iemand met een ernstige verstandelijke beperking.
o De verschillende niveaus reflecteren de verschillende gradaties van
cognitieve beperking.
Zoals vraag c al duidelijk maakt, varieert het ontwikkelingsverloop van de
verstandelijke beperking, afhankelijk van het ernstniveau.
 Kinderen met het Downsyndroom functioneren meestal op het
matige niveau van een verstandelijke beperking. Het
ontwikkelingsverloop op het matige niveau ziet er als volgt uit:
o Herkenning van een verstandelijke beperking op het matige niveau
is meestal tijdens de voorschoolse jaren, wanneer ze vertragingen
laten zien in het bereiken van vroege ontwikkelingsmijlpalen.
o Basisschooljaren  communicatie vindt plaats met simpele woorden
of gebaren, zelfverzorgings- en motorische vaardigheden zijn op het
niveau van een 2/3-jarige. Omdat hun vaardigheden in sociaal
oordelen en beslissen zijn beperkt, hebben ze meestal dagelijkse
ondersteuning nodig.
o Middelbare schooljaren  rond de 12 jaar gebruiken ze praktische
communicatievaardigheden. Meestal hebben ze baat bij een
beroepsopleiding en training in sociale en beroepsvaardigheden,
echter is het onwaarschijnlijk dat ze verder dan het niveau van
groep 4 ontwikkelen in academische vakken. Adolescenten hebben
moeite met het herkennen van ‘ongeschreven regels’, zoals humor
of geschikte kleding, waardoor relaties met leeftijdsgenoten worden
verstoord.
o Volwassenheid  meestal passen ze zich goed aan door te leven in
een gemeenschap en kunnen ze ongeschoold of semigeschoold
werk goed uitvoeren (met toezicht).
 Het ontwikkelingsverloop op het ernstige en zware niveau verlopen
dus nog extremer, terwijl de ontwikkeling op het milde niveau minder
extreem verloopt.
Kinderen met een (licht) verstandelijke beperking kunnen uitdagingen ervaren in
de volgende gebieden:
o Motivatie – kinderen met een (licht) verstandelijke beperking worden
vaak minder uitgedaagd en gemotiveerd door volwassenen dan typisch-
ontwikkelende kinderen, waardoor ze van zichzelf ook lagere
verwachtingen creëren. Kinderen met een (licht) verstandelijke beperking
hebben baat bij een omgeving met geschikt onderwijs die beide
aanmoedigend en uitdagend is, met effectieve aanpassingen en
geïndividualiseerd is voor hun educatieve en sociale behoeften.
o Taal en sociaal gedrag – kinderen met een (licht) verstandelijke
beperking houden meestal hun leeftijdsgenoten niet bij en worden vaak
niet geaccepteerd door typisch-ontwikkelende leeftijdsgenoten. Toch kan

, het voordelig uitwerken als kinderen met een (licht) verstandelijke
beperking in ‘normale’ scholen worden geplaatst, omdat hierdoor sociale
vaardigheden beter ontwikkeld kunnen worden.
o Emotionele en gedragsmatige uitdagingen – kinderen met een (licht)
verstandelijke beperking ervaren meestal emotionele uitdagingen
vanwege hun beperking. Een comorbide stoornis is daarom ook veel
voorkomend. Impulscontrole, angst en stemmingsstoornissen zijn de meest
voorkomende stoornissen onder kinderen met een (licht) verstandelijke
beperking. Internaliserende symptomen, ADHD-symptomen en
zelfbeschadigingssymptomen kunnen voorkomen.
o Andere fysieke en gezondheidsbeperkingen – kinderen met een
(licht) verstandelijke beperking hebben meestal ook andere fysieke en
gezondheidsbeperkingen vanwege hun intellectuele beperking. Epilepsie,
Downsyndroom, autisme en angst komen veel voor onder kinderen met
(licht) verstandelijke beperking. Kinderen met het Downsyndroom hebben
tegenwoordig een levensverwachting van rond de 60 jaar, door verbeterde
medische zorg. Echter, de meeste individuen met het Downsyndroom die
ouder dan 40 worden, ervaren wel cognitieve achteruitgang (Alzheimer)
vanwege schade aan chromosomen.

d. Welke twee grote groepen worden onderscheiden qua oorzaken van
intellectuele beperkingen?
De twee groepen die worden onderscheiden qua oorzaken van intellectuele
beperkingen:
o Organische groep – heeft een duidelijke biologische basis die gewoonlijk
geassocieerd is met ernstige en zware verstandelijke beperkingen. 1/3-1/2
van de personen met een (licht) verstandelijke beperking heeft een
duidelijk organische oorzaak.
 De organische groep omvat genetische en constitutionele factoren,
zoals chromosoom abnormaliteiten, single-gen condities en
neurobiologische invloeden (alcohol, lood en andere toxische substanties,
cysten en tumoren, soa’s etc.).
o Culturele-familiale groep – heeft niet een duidelijke organische basis die
gewoonlijk geassocieerd is met lichte verstandelijke beperkingen. 1/2-2/3
van de personen met een (licht) verstandelijke beperking heeft een meer
abstracte, culturele-familiale oorzaak.
 De culturele-familiale groep omvat sociale, gedragsmatige en
educatieve factoren.
Zie tabel 5.5. voor voorbeelden van risicofactoren in elk domein.
Tabel 5.5.: risicofactoren voor een (licht) verstandelijke beperking

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
17 augustus 2025
Aantal pagina's
109
Geschreven in
2024/2025
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$10.76
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle reviews worden weergegeven
3 maanden geleden

5.0

1 beoordelingen

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
emmavandenakker Universiteit Utrecht
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
189
Lid sinds
3 jaar
Aantal volgers
35
Documenten
14
Laatst verkocht
6 uur geleden

4.5

17 beoordelingen

5
9
4
7
3
1
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen