Conservatieve behandeling bij
een 55-jarige man met een
meniscuslaesie en co-morbide
obesitas
Naam student: Studentnummer:
Toetsmoment: 1 Toetsdatum: 31-01-2025
Examinator 1: Examinator 2:
Hogeschool Utrecht - opleiding Fysiotherapie
Cursuscode: GIBS-BP2FT.VT-19
Afstudeerproduct: Case Report
Titel verslag: Conservatieve behandeling bij een 55-jarige man met een meniscuslaesie en obesitas.
Aantal woorden verslag (max. 5000): 4892 Aantal woorden samenvatting NL (max. 400): 400
Aantal woorden tabellen/figueren (max. 2000): 1982 Aantal woorden abstract EN (max. 400): 398
,Samenvatting
Inleiding: Meniscuslaesies zijn de meest voorkomende knieblessures in de bevolking. Dit
kan een grote ziektelast veroorzaken, wat kan leiden tot functionele beperkingen.
Conservatieve behandeling richt zich op het verbeteren van de kniefunctie en
pijnvermindering door oefeningen voor kracht en mobiliteit. Een belangrijk aspect dat nog
onvoldoende bekend is, is de invloed van co-morbide obesitas op het herstel hiervan tijdens
een conservatieve behandeling. Het is belangrijk om de rol van co-morbide obesitas beter te
begrijpen, omdat deze factor te modificeren is. De onderzoeksvraag van dit case report is:
Hoe verandert de mate van beperking tijdens het lopen, traplopen en werken bij een 55-
jarige man met een meniscuslaesie in combinatie met co-morbide obesitas gedurende acht
weken conservatieve behandeling?
Methode: Dit case report beschrijft een 55-jarige man met een meniscuslaesie, wat
resulteerde in beperkingen tijdens wandelen, traplopen en werken als uitvoerder in de bouw.
De patiënt had daarnaast co-morbide obesitas. De conservatieve behandeling, bestaande uit
oefentherapie en functionele training werd gedurende acht weken drie keer per week
toegepast. Voor de co-morbide obesitas was Motivational Interviewing (MI) ingezet en kreeg
de patiënt het advies een diëtist te consulteren. De ervaren beperkingen werden gemeten
met behulp van de Patiënt Specifieke Klachten (PSK) en de Knee Injury and Osteoarthritis
Outcome Score (KOOS). Om vast te stellen of de patiënt co-morbide obesitas had, werd de
Body Mass Index (BMI) berekend.
Resultaten: De resultaten toonden een klinisch relevante afname in beperkingen tijdens het
lopen (PSK -70), traplopen (PSK -80) en werken (PSK -60), evenals een afname in
functionele beperkingen (KOOS-ADL +48). Deze veranderingen waren onwaarschijnlijk
alleen het gevolg van een meetfout. Daarnaast werkte de patiënt verder onder begeleiding
van de diëtist aan gewichtsreductie en vervolgde zijn training bij de sportschool naast de
fysiotherapiepraktijk, zodat het traject van spierkracht, fysieke functie en leefstijlverandering
kon worden voortgezet. Een controleafspraak werd over drie maanden ingepland om de
voortgang te evalueren.
Conclusie: Er zijn klinisch relevante afnames te zien in de ervaren beperkingen bij een 55-
jarige man met een meniscuslaesie gedurende acht weken conservatieve behandeling. De
conservatieve aanpak bestaat uit een combinatie van oefentherapie, functionele training, MI
en diëtiek. Wegens het design van dit onderzoek is het onduidelijk of de co-morbide obesitas
geen invloed heeft gehad op de revalidatie, of dat deze mogelijke invloed succesvol is
behandeld. Vervolgonderzoek bij patiënten met co-morbide obesitas, waarbij de invloed van
interventies gericht op gewichtsreductie wordt getoetst is aanbevolen.
Sleutelwoorden: Meniscuslaesie, fysiotherapie, co-morbide obesitas, conservatieve
behandeling
,Abstract
Introduction: Meniscal tears are the most common knee injuries in the population. These
injuries can result in a significant disease burden, leading to functional limitations.
Conservative treatment focuses on improving knee function and reducing pain through
strength and mobility exercises. An important aspect that remains insufficiently understood is
the influence of comorbid obesity on the recovery of meniscal tears during conservative
treatment. Understanding the role of obesity is important, as it is a modifiable factor. The
research question of this case report is: How does the degree of limitation during walking,
stair climbing, and working change in a 55-year-old man with a meniscal tear and comorbid
obesity during eight weeks of conservative treatment?
Method: This case report describes a 55-year-old man with a meniscal tear, resulting in
limitations in walking, stair climbing, and working as a construction supervisor. The patient
also had comorbid obesity. A conservative treatment program, consisting of exercise therapy
and functional training, was applied three times a week for eight weeks. For comorbid
obesity, Motivational Interviewing (MI) was used, and the patient was advised to consult a
dietitian. The patient's perceived limitations were measured using the Patient Specific
Functional Scale (PSFS) list and the Knee Injury and Osteoarthritis Outcome Score (KOOS).
To determine obesity, the Body Mass Index (BMI) was used.
Results: The results showed a clinically significant reduction in limitations during walking
(PSFS -70), stair climbing (PSFS -80), and working (PSFS -60). There was also a reduction
in functional limitations (KOOS-ADL +48) that was unlikely to be solely due to measurement
error. The patient continued working with the dietitian on weight reduction and further trained
at the gym located next to the physiotherapy practice. This allowed the trajectory focused on
muscle strength, physical function, and lifestyle modification to continue. A follow-up
appointment was scheduled in three months to evaluate progress.
Conclusion: Clinically relevant reductions in perceived limitations are observed in a 55-year-
old man with a meniscal tear during eight weeks of conservative treatment. The conservative
approach consists of a combination of exercise therapy, functional training, MI, and dietary
support. Due to the design of this study, it remains uncertain whether comorbid obesity has
no impact on rehabilitation or whether its potential influence was successfully managed.
Further research is recommended in patients with comorbid obesity to assess the potential
impact of weight reduction interventions on rehabilitation outcomes.
Keywords: Meniscal tear, physiotherapy, comorbid obesity, conservative treatment
, Inleiding
De meniscus is een halvemaanvormige structuur van vezelkraakbeen in het kniegewricht.
Het functioneert als schokdemper, verdeelt de belasting, stabiliseert het gewricht, bevordert
de proprioceptie en smeert het gewricht (Englund et al., 2009). Meniscuslaesies behoren tot
de meest voorkomende knieblessures, met een prevalentie van 12% tot 14% in de bevolking
(Blyth et al., 2015).
Meniscuslaesies kunnen traumatisch of degeneratief zijn. Traumatisch letsel komt vaker voor
bij jongere, actieve mensen na een knietrauma, terwijl degeneratief letsel meestal bij
ouderen optreedt door slijtage. Deze degeneratieve scheuren worden vaak gezien bij
patiënten met knieartrose en kunnen leiden tot verdere gewrichtsschade (Englund et al.,
2009). Overgewicht verhoogt het risico op meniscuslaesies, omdat extra lichaamsgewicht
meer druk op het kniegewricht uitoefent (American Academy of Orthopaedic Surgeons,
2015).
Meniscuslaesies kunnen pijn, zwelling en slotklachten veroorzaken, waarbij een knappend
gevoel tijdens trauma een scheur waarschijnlijker maakt (Wagemakers et al., 2008).
Symptomen zijn mediale of diffuse kniepijn, pijn bij draaibewegingen, knieklachten met
progressief begin bij degeneratieve meniscuslaesies, zwelling 12 tot 24 uur na trauma, pijn
bij palpatie van de gewrichtsspleet, verminderde Actieve Range of Motion (AROM) en pijn bij
volledige flexie en extensie (Décary et al., 2018; Wagemakers et al., 2008).
Meniscuslaesies kunnen een grote ziektelast veroorzaken, vooral als ze onbehandeld blijven
of leiden tot langdurige functionele beperkingen. Dit kan leiden tot verdere gewrichtsschade,
zoals knieartrose. Wat kan leiden tot pijn, zwelling, verminderde mobiliteit en langdurige
functionele beperkingen (Englund et al., 2003). Meniscuslaesies zijn een belangrijke
risicofactor voor knieartrose (Cavanaugh, 2014).
Conservatieve behandeling richt zich op het verbeteren van kniefunctie en pijnvermindering
door oefeningen voor kracht en mobiliteit. Het beloop varieert echter afhankelijk van de ernst
van het letsel. Patiënten ervaren vaak verbetering in de eerste weken tot maanden van de
behandeling, zonder de risico’s van postoperatieve complicaties die bij chirurgie kunnen
voorkomen (Giuffrida et al., 2020).
Een meniscectomie was lange tijd de standaardbehandeling voor meniscuslaesies. Alleen
recent onderzoek toont aan dat fysiotherapie vaak net zo effectief is als chirurgie. Patiënten
die fysiotherapie ondergaan, behalen vergelijkbare resultaten in pijnvermindering en
functioneel herstel als patiënten die een meniscectomie ondergaan (Katz et al., 2013).
Chirurgie kan nog steeds noodzakelijk zijn voor ernstige meniscuslaesies, maar de focus is
verschoven naar een meer afwachtend beleid bij milde en degeneratieve letsels. De
richtlijnen adviseren fysiotherapie als eerste behandeloptie, met chirurgie als laatste
redmiddel wanneer conservatieve therapie onvoldoende resultaat oplevert (Giuffrida et al.,
2020). Bovendien heeft conservatieve behandeling als voordeel dat het risico op het
ontwikkelen van artrose op de lange termijn lager is dan bij chirurgie (Giuffrida et al., 2020).
Het belang van het behouden van de meniscus blijkt uit literatuur die aangeeft dat
degeneratieve veranderingen recht evenredig gerelateerd zijn aan de hoeveelheid
verwijderde meniscus (Cavanaugh, 2014).
Een belangrijk aspect dat nog onvoldoende bekend is, is de invloed van co-morbide obesitas
op het herstel van meniscuslaesies tijdens een conservatieve behandeling. Andere
prognostische factoren, zoals varusstand en geavanceerde kraakbeenlaesies, zijn
geïdentificeerd als belangrijke voorspellers voor slechtere uitkomsten bij niet-chirurgische
behandelingen (Lee et al., 2022). Co-morbide obesitas is een bekende risicofactor voor
knieproblemen, inclusief meniscuslaesies, omdat het extra belasting op de knieën
veroorzaakt (American Academy of Orthopaedic Surgeons, 2015). Co-morbide obesitas