Samenvatting Sociologie colleges
College 1 Sociologie 1
Gedrag: combinatie van individuele samenleving-gerelateerde (algemeen geldende) aspecten
Verschillen, overeenkomsten en regelmatigheden
Sociologisch kijken
Sociologische kenmerken: geslacht, leeftijdscategorie, student, beroep, opleidingsniveau, sociaal
milieu, religie, hobby
Psychologische kenmerken: verlegen, assertief, empathisch, druk, vasthouden, open, gesloten
Referentiekader: beoordelen vanuit de eigen werkelijkheid
Meerdere ‘’werkelijkheden’’:
- Verschillen in regels en samenlevingsvormen
- Wiens werkelijkheid? Uniek of vaker voorkomend?
- Verbanden tussen deze regels en andere opvattingen?
Op afstand ergens naar kijken, zonder een mening; alleen luisteren. Zoeken naar overeenkomsten,
verschillen en samenhangen tussen gedrag en samenleven. Telkens:
- Hoe hangt het gedrag van een individu samen met het gedrag van andere mensen en sociale
verbanden?
- Wat is de maatschappelijke context; minisamenleving waarin iemand opgroeit (het niet-
individuele) van iemands situatie?
- Sociologie is niet hetzelfde als ‘’sociaal’’
Sociologie: letterlijk; samenlevingskunde
- Iedereen is in wezen ‘’amateur socioloog’’
- Kennis van, verklaringen voor, oordelen over
- Wat mensen waarnemen is niet altijd juist; waarnemen op basis van kennis/kennis van zaken
die mensen denken te hebben
- Waarom verschillen werkelijkheden?
; selectief waarnemen, een bevestiging zoeken
; geringe aantal contacten met andere mensen
; contacten met mensen uit hetzelfde sociaal milieu
Onbewust zien wat je wilt zien (partieel waarnemen/inzicht)
Selectief waarnemen kan uitmonden in een vooroordeel, in stereotypering en discriminatie
Partieel inzicht: iemands sociale werkelijkheid is niet meer dan de werkelijkheid van die persoon
- Mensen nemen niet passief en met distantie waar, maar nemen deel aan een bepaalde
werkelijkheid
- Mensen beoordelen een situatie vanuit die werkelijkheid, vanuit hun referentiekader
- Cliënt en klant, maar ook de social worker zelf!
Legitimiteitsvraag sociale wetenschappen: ‘’sociologie is de wetenschap die beschrijft wat iedereen al
weet, maar dan op een zodanige wijze dat niemand het meer begrijpt’’
, Een social worker doet deels hetzelfde als een socioloog;
- Relaties leggen tussen cliënt- of groepsgedrag en algemeen maatschappelijke
omstandigheden
- Eveneens legitimiteitsprobleem (‘’een kroegbaas luistert ook’’)
Wat is nu eigenlijk sociologie?
; Gereedschap om op diverse niveaus gedrag vollediger te begrijpen (analyse en verklaring, systeem)
- Individueel niveau (micro)
- Organisatieniveau (meso)
- Maatschappelijk niveau (macro)
Sociologie vereist afstand nemen (distantie) en objectiviteit
- Empirisch onderzoek (Grieks; empeiria, ondervinding)
- Systematisch en methodisch feitelijke informatie verzamelen
- Waarnemen, beschrijven, regelmatigheden ontdekken
- Analyseren en verklaren. Gevonden feiten met elkaar in verband brengen
- Natuurwetenschappen: deterministische uitspraken (in een gegeven situatie slechts één
enkele toestand gerealiseerd kan worden, afhankelijk van het tijdstip en de specifieke
omstandigheden; causaal verband)
- Sociale wetenschappen: waarschijnlijkheidsuitspraken
Sociologische verbeeldingskracht (Wright Mills)
- Eigen werkelijkheid vaak dé werkelijke (partieel inzicht)
- ‘’De vis zal de laatste zijn die ontdekt dat hij in het water zwemt’’; als je ergens deel van
uitmaakt is het heel moeilijk om te zien wat er eigenlijk speelt
- Gedrag begrijpen in de sociale context (afstand nemen, het persoonlijke loslaten)
Auguste Comte
- Ongefundeerde geloven vervangen door wetenschappelijke inzichten
- We moeten niet allerlei dingen geloven, maar we moeten ze zien; waarnemen; kijken wat er
werkelijk gebeurt
Functies van sociologie:
- Ideologiefunctie (machtsverhoudingen blootleggen); menselijk gedrag
analyseren/loskoppelen van allerlei veronderstellingen door empirisch onderzoek;
machtsverhoudingen aan de kaak stellen/vinger op de zere plek leggen
- Beheersfunctie (kunnen sturen, beïnvloeden); proberen gedrag te begrijpenals je gedrag
begrijpt kun je het sturen
- Ordende functie (overzicht); gedrag ordenen/in een context plaatsen
Kritische wetenschap;
- Balanceren tussen betrokkenheid en distantie
- Waar leg je je loyaliteit?
College 1 Sociologie 1
Gedrag: combinatie van individuele samenleving-gerelateerde (algemeen geldende) aspecten
Verschillen, overeenkomsten en regelmatigheden
Sociologisch kijken
Sociologische kenmerken: geslacht, leeftijdscategorie, student, beroep, opleidingsniveau, sociaal
milieu, religie, hobby
Psychologische kenmerken: verlegen, assertief, empathisch, druk, vasthouden, open, gesloten
Referentiekader: beoordelen vanuit de eigen werkelijkheid
Meerdere ‘’werkelijkheden’’:
- Verschillen in regels en samenlevingsvormen
- Wiens werkelijkheid? Uniek of vaker voorkomend?
- Verbanden tussen deze regels en andere opvattingen?
Op afstand ergens naar kijken, zonder een mening; alleen luisteren. Zoeken naar overeenkomsten,
verschillen en samenhangen tussen gedrag en samenleven. Telkens:
- Hoe hangt het gedrag van een individu samen met het gedrag van andere mensen en sociale
verbanden?
- Wat is de maatschappelijke context; minisamenleving waarin iemand opgroeit (het niet-
individuele) van iemands situatie?
- Sociologie is niet hetzelfde als ‘’sociaal’’
Sociologie: letterlijk; samenlevingskunde
- Iedereen is in wezen ‘’amateur socioloog’’
- Kennis van, verklaringen voor, oordelen over
- Wat mensen waarnemen is niet altijd juist; waarnemen op basis van kennis/kennis van zaken
die mensen denken te hebben
- Waarom verschillen werkelijkheden?
; selectief waarnemen, een bevestiging zoeken
; geringe aantal contacten met andere mensen
; contacten met mensen uit hetzelfde sociaal milieu
Onbewust zien wat je wilt zien (partieel waarnemen/inzicht)
Selectief waarnemen kan uitmonden in een vooroordeel, in stereotypering en discriminatie
Partieel inzicht: iemands sociale werkelijkheid is niet meer dan de werkelijkheid van die persoon
- Mensen nemen niet passief en met distantie waar, maar nemen deel aan een bepaalde
werkelijkheid
- Mensen beoordelen een situatie vanuit die werkelijkheid, vanuit hun referentiekader
- Cliënt en klant, maar ook de social worker zelf!
Legitimiteitsvraag sociale wetenschappen: ‘’sociologie is de wetenschap die beschrijft wat iedereen al
weet, maar dan op een zodanige wijze dat niemand het meer begrijpt’’
, Een social worker doet deels hetzelfde als een socioloog;
- Relaties leggen tussen cliënt- of groepsgedrag en algemeen maatschappelijke
omstandigheden
- Eveneens legitimiteitsprobleem (‘’een kroegbaas luistert ook’’)
Wat is nu eigenlijk sociologie?
; Gereedschap om op diverse niveaus gedrag vollediger te begrijpen (analyse en verklaring, systeem)
- Individueel niveau (micro)
- Organisatieniveau (meso)
- Maatschappelijk niveau (macro)
Sociologie vereist afstand nemen (distantie) en objectiviteit
- Empirisch onderzoek (Grieks; empeiria, ondervinding)
- Systematisch en methodisch feitelijke informatie verzamelen
- Waarnemen, beschrijven, regelmatigheden ontdekken
- Analyseren en verklaren. Gevonden feiten met elkaar in verband brengen
- Natuurwetenschappen: deterministische uitspraken (in een gegeven situatie slechts één
enkele toestand gerealiseerd kan worden, afhankelijk van het tijdstip en de specifieke
omstandigheden; causaal verband)
- Sociale wetenschappen: waarschijnlijkheidsuitspraken
Sociologische verbeeldingskracht (Wright Mills)
- Eigen werkelijkheid vaak dé werkelijke (partieel inzicht)
- ‘’De vis zal de laatste zijn die ontdekt dat hij in het water zwemt’’; als je ergens deel van
uitmaakt is het heel moeilijk om te zien wat er eigenlijk speelt
- Gedrag begrijpen in de sociale context (afstand nemen, het persoonlijke loslaten)
Auguste Comte
- Ongefundeerde geloven vervangen door wetenschappelijke inzichten
- We moeten niet allerlei dingen geloven, maar we moeten ze zien; waarnemen; kijken wat er
werkelijk gebeurt
Functies van sociologie:
- Ideologiefunctie (machtsverhoudingen blootleggen); menselijk gedrag
analyseren/loskoppelen van allerlei veronderstellingen door empirisch onderzoek;
machtsverhoudingen aan de kaak stellen/vinger op de zere plek leggen
- Beheersfunctie (kunnen sturen, beïnvloeden); proberen gedrag te begrijpenals je gedrag
begrijpt kun je het sturen
- Ordende functie (overzicht); gedrag ordenen/in een context plaatsen
Kritische wetenschap;
- Balanceren tussen betrokkenheid en distantie
- Waar leg je je loyaliteit?