Hoorcollege 4 Diagnostiek van onderwijsleerproblemen
Agenda
• De onderwijsleersituatie en het lerende kind
• Diagnostiek van dyslexie
• Korte pauze
• Enkele punten uit de hoofdstukken 10 en 14 (Tak et al., 2014 )
• Diagnostiek van dyscalculie
Doelstelling college
Het opdoen van kennis en inzichten m.b.t.
- diagnostiek van onderwijsleerproblemen (in het bijzonder dyslexie en dyscalculie)
- relevante aspecten in de onderwijsleersituatie en de gehele ontwikkeling van het kind
- veel gebruikte testmiddelen veel testen aanwezigen voor onderkenningen en verklaringen van
stoornissen
Implicaties voor het toepassen van de diagnostische cyclus
Klachtanalyse. Brede screening: alert zijn op signalen in intakegesprek (doorvragen!) en
eventueel verkennende observatie.
Probleemanalyse en verklaringsanalyse. Indien indicaties: nader onderzoek onderwijsleersituatie
of kind-factoren (naast leren/cognitie).
Indicatieanalyse. Indien nodig: verandering bewerkstelligen in onderwijsleersituatie of in kind-
factoren (naast leren/cognitie). Sterke punten gebruiken en de zwakke punten te omzeilen of
repareren.
Onderwijsleersituatie
Uitgangspunt: Leren vindt plaats in voortdurende interactie met de omgeving
Analyse van de totale onderwijsleersituatie (Bronfenbrenner)
18% van de tijd is het kind geconcentreerd bezig.
Zwakke leerlingen hebben het meeste baat bij instructie van de leerkracht.
,1a. Leergedrag
• Leertaakgerichtheid (hoe zwakker de leerling, hoe minder tijd hij besteed aan taakgericht gedrag.
Niet eerst nadenken en oriënteren op de leertaak.)
• Taakgedrag
– Oriëntatie, doel vasthouden, controleren
• Actief vs passief (leerstrategieën)
- Zwakke leerlingen zitten passief in de klas (vinger opsteken en afwachten)
Hoe kom je hierachter:
- Observatie in de klas
- Individuele observatie tijdens leren
- Gesprek met leerling
2. Leerkrachtfactoren
• Overtuigingen (bijvoorbeeld m.b.t. intelligentie), hoe kijkt men naar de leerling
Niet goed opgeleid om om te gaan met kinderen met bv. autisme (passend onderwijs)
• Gehanteerde attributies m.b.t. succes en falen
- Ondersteunen van de leerling
- Faalervaringen te voorkomen (tafelspel met de bal)
• Mate van zelfreflectie: mogelijkheid onderwijs bij te stellen, aanpassen op de groep
Dit bewerkstelligen als orthopedagoog door:
- Gesprek met leerkracht
- Vragenlijst ‘Pedagogische stijl’ (Verstegen & Lodewijks, 2006) laten invullen door leerkracht
2a. Leerkracht-leerling-relatie
• Affectieve kwaliteit van de relatie (veilig voelen bij de LK, de LK begrijpt mij)
• Rolverdeling (autonomie-bevorderend versus beperkend)
- Autonomie-bevorderend bij sterke leerlingen
- Autonomie-beperkend vaak bij de zwakke rekenleerlingen
Om dit na te gaan:
- Leerkracht-Leerling Relatie Vragenlijst (LLRV; Koomen, Verschueren, & Pianta, 2007) laten invullen
door leerkracht
2a. Leerkracht-leerlinginteractie
Interactiepatronen (Roos van Leary):
- Afhankelijk leerlinggedrag directief/sturend leerkrachtgedrag
- Aangeleerde hulpeloosheid leerkracht als redder
Om hier zicht op te krijgen:
- Interactiewijzer (Verstegen & Lodewijks, 2006) laten invullen
door leerkracht
- Kijkwijzer voor interactie of ABC-schema bij observatie
2b. Instructiegedrag leerkracht
De belangrijkste houvast die een LK heeft om een LL te helpen (bv. om strategieën aan te leren)
• Goed klassenmanagement (structuur)
• bv. m.b.v. het directe instructiemodel (Veenman, 1993):
Voorkennis activeren > leerstof presenteren > begeleide inoefening > zelfstandige verwerking >
veelvuldige feedback.
• Zone van Naaste Ontwikkeling (Vygotksy, 1978): instructiedifferentiatie
- Wat de leerling kan met behulp van de LK in het begin en daarna zelfstandig
Als orthopedagoog:
, - - Gesprek met leerkracht
- - Observatie tijdens instructie
- - Handelingsplannen evalueren
3. Leertaak
• Aansluiting methode en instructiebehoefte
- Datgene wat aansluit in de ZvNO
• Geschiktheid van gehanteerde leerprincipes (bv. instructie van de LK)
Hierachter komen door:
- Nagaan gebruikte lesmethode
- Gesprek met leerkracht
- Handelingsplannen evalueren
4. Klasgenoten / groep
• Leerproblemen risicofactor voor lagere sociale acceptatie (als dom gezien worden)
• Invloed pesten
Om dat na te gaan:
- Sociogram van de klas maken (welke kinderen vallen buiten de klas)
- CompetentieBelevingsSchaal voor Kinderen (Veerman et al., 1997) afnemen bij de leerlingen
- Gesprek leerkracht/leerling
5. Gezin
Ouders:
• Problemen ontlokken vaak specifieke houding naar kind en school
- Ouders moeten het kind stimuleren t.o.v. negatief reageren op resultaten
- Thuissituatie moet een veilige omgeving zijn
- De leersituatie moet in principe op school zijn. Indien mogelijk enkele momenten hiervoor in
huis (applicaties, even thuis oefenen)
• Bijstellen van verwachtingen
• Herkenning problematiek, oude pijn
Gesprek met ouders en leerling : Hoe gaan ouders met leerproblemen kind om, wat roepen de
problemen bij ouders op?
6. School/beleid
• Zorgbeleid
- Wat wordt er gedaan met het lumpsum (geld van de overheid)
• Mogelijkheden Remedial Teaching / Interne Begeleiding
• Attitude t.o.v. afwijking van gemiddeld leerpatroon
- Gesprek met ouders
- Gesprek met directeur en/of leerkracht: Navragen (on)mogelijkheden en visie
Het lerende kind
• Psychosociaal functioneren/gedrag en leerprestaties zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden
- Coping stijlen
• Affectieve ontwikkeling en cognitieve ontwikkeling interacteren
- Faalangst reduceert enorm de mogelijkheid om te leren en kan dus de onderliggende
verklaring zijn van een leerstoornis.
Signalen leerproblemen
Agenda
• De onderwijsleersituatie en het lerende kind
• Diagnostiek van dyslexie
• Korte pauze
• Enkele punten uit de hoofdstukken 10 en 14 (Tak et al., 2014 )
• Diagnostiek van dyscalculie
Doelstelling college
Het opdoen van kennis en inzichten m.b.t.
- diagnostiek van onderwijsleerproblemen (in het bijzonder dyslexie en dyscalculie)
- relevante aspecten in de onderwijsleersituatie en de gehele ontwikkeling van het kind
- veel gebruikte testmiddelen veel testen aanwezigen voor onderkenningen en verklaringen van
stoornissen
Implicaties voor het toepassen van de diagnostische cyclus
Klachtanalyse. Brede screening: alert zijn op signalen in intakegesprek (doorvragen!) en
eventueel verkennende observatie.
Probleemanalyse en verklaringsanalyse. Indien indicaties: nader onderzoek onderwijsleersituatie
of kind-factoren (naast leren/cognitie).
Indicatieanalyse. Indien nodig: verandering bewerkstelligen in onderwijsleersituatie of in kind-
factoren (naast leren/cognitie). Sterke punten gebruiken en de zwakke punten te omzeilen of
repareren.
Onderwijsleersituatie
Uitgangspunt: Leren vindt plaats in voortdurende interactie met de omgeving
Analyse van de totale onderwijsleersituatie (Bronfenbrenner)
18% van de tijd is het kind geconcentreerd bezig.
Zwakke leerlingen hebben het meeste baat bij instructie van de leerkracht.
,1a. Leergedrag
• Leertaakgerichtheid (hoe zwakker de leerling, hoe minder tijd hij besteed aan taakgericht gedrag.
Niet eerst nadenken en oriënteren op de leertaak.)
• Taakgedrag
– Oriëntatie, doel vasthouden, controleren
• Actief vs passief (leerstrategieën)
- Zwakke leerlingen zitten passief in de klas (vinger opsteken en afwachten)
Hoe kom je hierachter:
- Observatie in de klas
- Individuele observatie tijdens leren
- Gesprek met leerling
2. Leerkrachtfactoren
• Overtuigingen (bijvoorbeeld m.b.t. intelligentie), hoe kijkt men naar de leerling
Niet goed opgeleid om om te gaan met kinderen met bv. autisme (passend onderwijs)
• Gehanteerde attributies m.b.t. succes en falen
- Ondersteunen van de leerling
- Faalervaringen te voorkomen (tafelspel met de bal)
• Mate van zelfreflectie: mogelijkheid onderwijs bij te stellen, aanpassen op de groep
Dit bewerkstelligen als orthopedagoog door:
- Gesprek met leerkracht
- Vragenlijst ‘Pedagogische stijl’ (Verstegen & Lodewijks, 2006) laten invullen door leerkracht
2a. Leerkracht-leerling-relatie
• Affectieve kwaliteit van de relatie (veilig voelen bij de LK, de LK begrijpt mij)
• Rolverdeling (autonomie-bevorderend versus beperkend)
- Autonomie-bevorderend bij sterke leerlingen
- Autonomie-beperkend vaak bij de zwakke rekenleerlingen
Om dit na te gaan:
- Leerkracht-Leerling Relatie Vragenlijst (LLRV; Koomen, Verschueren, & Pianta, 2007) laten invullen
door leerkracht
2a. Leerkracht-leerlinginteractie
Interactiepatronen (Roos van Leary):
- Afhankelijk leerlinggedrag directief/sturend leerkrachtgedrag
- Aangeleerde hulpeloosheid leerkracht als redder
Om hier zicht op te krijgen:
- Interactiewijzer (Verstegen & Lodewijks, 2006) laten invullen
door leerkracht
- Kijkwijzer voor interactie of ABC-schema bij observatie
2b. Instructiegedrag leerkracht
De belangrijkste houvast die een LK heeft om een LL te helpen (bv. om strategieën aan te leren)
• Goed klassenmanagement (structuur)
• bv. m.b.v. het directe instructiemodel (Veenman, 1993):
Voorkennis activeren > leerstof presenteren > begeleide inoefening > zelfstandige verwerking >
veelvuldige feedback.
• Zone van Naaste Ontwikkeling (Vygotksy, 1978): instructiedifferentiatie
- Wat de leerling kan met behulp van de LK in het begin en daarna zelfstandig
Als orthopedagoog:
, - - Gesprek met leerkracht
- - Observatie tijdens instructie
- - Handelingsplannen evalueren
3. Leertaak
• Aansluiting methode en instructiebehoefte
- Datgene wat aansluit in de ZvNO
• Geschiktheid van gehanteerde leerprincipes (bv. instructie van de LK)
Hierachter komen door:
- Nagaan gebruikte lesmethode
- Gesprek met leerkracht
- Handelingsplannen evalueren
4. Klasgenoten / groep
• Leerproblemen risicofactor voor lagere sociale acceptatie (als dom gezien worden)
• Invloed pesten
Om dat na te gaan:
- Sociogram van de klas maken (welke kinderen vallen buiten de klas)
- CompetentieBelevingsSchaal voor Kinderen (Veerman et al., 1997) afnemen bij de leerlingen
- Gesprek leerkracht/leerling
5. Gezin
Ouders:
• Problemen ontlokken vaak specifieke houding naar kind en school
- Ouders moeten het kind stimuleren t.o.v. negatief reageren op resultaten
- Thuissituatie moet een veilige omgeving zijn
- De leersituatie moet in principe op school zijn. Indien mogelijk enkele momenten hiervoor in
huis (applicaties, even thuis oefenen)
• Bijstellen van verwachtingen
• Herkenning problematiek, oude pijn
Gesprek met ouders en leerling : Hoe gaan ouders met leerproblemen kind om, wat roepen de
problemen bij ouders op?
6. School/beleid
• Zorgbeleid
- Wat wordt er gedaan met het lumpsum (geld van de overheid)
• Mogelijkheden Remedial Teaching / Interne Begeleiding
• Attitude t.o.v. afwijking van gemiddeld leerpatroon
- Gesprek met ouders
- Gesprek met directeur en/of leerkracht: Navragen (on)mogelijkheden en visie
Het lerende kind
• Psychosociaal functioneren/gedrag en leerprestaties zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden
- Coping stijlen
• Affectieve ontwikkeling en cognitieve ontwikkeling interacteren
- Faalangst reduceert enorm de mogelijkheid om te leren en kan dus de onderliggende
verklaring zijn van een leerstoornis.
Signalen leerproblemen