Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Nectar Biologie 4 vwo Leerboek, ISBN: 9789001789374 Biologie

Rating
-
Sold
-
Pages
30
Uploaded on
22-11-2020
Written in
2016/2017

Alles wat jij moet weten voor je 4e klas biologie toetsen, samengevat in 1 document! Let op: hoofdstuk 3 hoefde ik in klas 4 niet te leren, dus die zit ook niet in de samenvatting.

Level
Course

Content preview

Biologie samenvatting H1,2, 4, 5, 6, 7, 8

H1: Gedrag
§1
Gedrag Alles wat dieren of mensen doen of laten; een aanpassing aan de
leefomstandigheden (land/water).
Gedragsonderzoekers Zij kijken naar reacties van dieren in verschillende situaties.
Inwendige prikkel Prikkels van binnenuit, zoals hormonen of honger- en dorstgevoel. De
inwendige prikkel zorgt voor invloed op het gedrag.
Uitwendige prikkel prikkels van buitenaf, zoals geur, geluid en beweging.
Motiverende factoren De combinatie van omstandigheden binnen en buiten het dier die zorgen
voor bijvoorbeeld paargedrag; de in-en uitwendige prikkels samen.
Drempelwaarde De hoogte van de motivatie die nodig is om tot bepaald gedrag over te gaan.
Bijvoorbeeld: genoeg hormonen, zicht, geluid, geur en gevoel  motivatie
verhoogt  motivatie hoog genoeg en komt boven de drempel waarde 
bereid om te paren.
Gedragseenheden Verschillende aparte handelingen; voedsel afbijten, kauwen, slikken etc.
Ethogram Beschrijvingen van gedragseenheden.
Gedragsketen Vaste volgorde van gedragseenheden; Bijvoorbeeld eerst afbijten dan
kauwen.
Gedragssysteem Een aantal samenhangende gedragsketens; Gedragssystemen vormen samen
het gedrag. Bijvoorbeeld voortplantingsgedrag: paren, werpen, voeden,
verzorgen.
Functies van gedrag Het overleven van het individu of het overleven van de soort. Bijvoorbeeld:
voedsel zoeken, drinken, beschutten tegen weer. Dit zorgt voor het overleven
van het individu.

Onderzoekers gaan ervan uit dat het welzijn van dieren in gevangenschap groter is wanneer ze hun
natuurlijke gedrag kunnen vertonen. Daarom is het het beste in dierentuinen om de normale
leefomgeving van dieren er te hebben (modder voor varkens). Ook is dit voor veehouders handig,
want dan zou de gezondheid van de dieren beter op peil blijven.
Voor de dierenwelzijn is er in Nederland een wet waarin staat de dieren in gevangenschap soorteigen
natuurlijk gedrag kunnen vertonen. Voor een groepsdier is er dus sociaal contact nodig.

§2
Objectief Zonder oordeel vooraf; zakelijke omschrijving
Input Welke prikkels een dier ontvangt
Output Welke gedrag er na een prikkel optreedt
Antropomorf Een subjectieve benadering; er wordt niet gekeken naar wat het dier
daadwerkelijk doet, maar wat men er bij denkt wat er aan de hand is (zielige
hond). Je weet niet of deze menselijke interpretaties van gedrag kloppen.
Ethologie Tak van de wetenschap die onderzoek doet naar diergedrag. Uit tellingen en
metingen proberen gedragsonderzoekers (ethologen) verbanden af te leiden
waarmee ze hun onderzoeksvraag kunnen beantwoorden. Vaak is
gedragsonderzoek beschrijvend: observeren, tellen en meten i.p.v.
omstandigheden veranderen.
Sleutelprikkel Een essentiële prikkel die steeds eenzelfde gedrag oproept. (Rode vlek 
pikken).
Experimenteel onderzoek Het veranderen van omstandigheden bij onderzoek.
Beschrijvend onderzoek Tellingen, metingen en observeren. Je verandert niet iets aan de
omstandigheden.

,Supernormale prikkel Een versterkte sleutelprikkel die zorgt voor een sterkere reactie.
(bijvoorbeeld een zwarte vlek i.p.v. een rode vlek op de snavel die in de
natuur voorkomt. De jongen gaan bij de zwarte vlek heviger pikken.
Gevoelige periode Een korte periode na het uitkomen van het ei. Hierin wordt bijvoorbeeld het
moederbeeld aangeleerd.
Inprenting Een vorm van leren die beperkt is tot een korte gevoelige periode. Er lijkt een
aangeboren voorprogrammering aanwezig te zijn die erfelijk vastligt.

§3
Signalen Een aparte taal van iedere diersoort die bestaat uit prikkels waarmee dieren
het gedrag van soortgenoten willen beïnvloeden. Het is voor niet-
soortgenoten moeilijk of onmogelijk die signalen te begrijpen.
Rituelen Een serie gedragseenheden die van tevoren vaststaan, zoals
begroetingsgewoontes: kus, knuffel etc. Ze zijn belangrijk voor dieren bij
ontmoetingen van soortgenoten. Zo komen ze er achter of de een vriend,
vijand of van een hogere/lagere rangorde is. Ritueel gedrag bij dieren berust
op het geven van signalen die als sleutelprikkels dienen.
Balts Ritueel gedrag dat leidt tot paringsgedrag. Dit is de manier om aan te tonen
dat je van het andere geslacht bent (van dezelfde soort) en een geschikte
partner bent.
Overspronggedrag Gedrag dat niet bij de situatie past. Het ontstaat bij een innerlijk conflict
tussen twee tegengestelde gedragssystemen.
Ambivalent gedrag Gedrag dat elementen van twee tegengestelde gedragssystemen afwisselt.
Om de beurt ‘wint’ een van beide gedragssystemen het.
Omgericht gedrag De emotie (bijvoorbeeld agressie) wordt gericht op iets of iemand anders. Je
klapt de deur dicht, terwijl je boos bent op een persoon. De agressie is dan
nog goed te herkennen, maar gericht op iets anders.
Conflictgedrag Treedt op bij een innerlijk conflict tussen twee gedragssystemen.
Bij een communicatie misverstand gaat er iets mis bij het verzenden en ontvangen van signalen. Er
wordt een onjuist signaal afgegeven door de zender of de ontvanger van het signaal interpreteert het
verkeerd. Redenen: niet goed werkende zintuigen, hersencentra of een ruis.

§4
Aangeboren Het gedrag is al bij de geboorte aanwezig en de baby hoeft het niet meer te
leren.
Aangeleerd Iets leren door een ontwikkeling (leerproces).
Gewenning Het leren van niet langer te reageren op een bepaalde prikkel. Het is dus
eigenlijk 'afleren’.
Imiteren Leren door het nadoen van bijvoorbeeld soortgenoten
Sociaal gedrag Het leren omgaan met groepsgenoten.
Rangorde De positie ten opzichte van elkaar in een groep; de volgorde waarin dieren
meer of minder dominant zijn.
Associatief leren Een dier leert dat een toevallige prikkel (bijvoorbeeld geluid) te koppelen aan
een andere prikkel (eten krijgen).
Klassieke conditionering Het leggen van een verband tussen twee verschillende prikkels; het
trainen van dieren met de manier van associatief leren.
Trail-and-error-gedrag Het uitproberen wat dan soms per ongeluk het gewenste resultaat oplevert.
Daarna weet je dan dus in een vergelijkbare situatie dat je het gedrag
opnieuw kan vertonen. Bijvoorbeeld: eten proberen als kind  lekker/vies
vinden  daarna wel/niet weer eten.
= proefondervindelijk leren

, Operante conditionering Dieren krijgen een beloning of straf voor hun handeling. Een dier
leert door beloning het gewenste gedrag aan en bij straffen verdwijnt
ongewenst gedrag.
Bij klassieke conditionering leert het dier twee verschillende prikkels te koppelen.
Bij operante conditionering gaat het om het combineren van twee opeenvolgende gebeurtenissen.

§5
Cultuur Het verschijnsel dat individuen binnen een groep vergelijkbaar gedrag
vertonen. Het groepsgedrag verschilt van het gedrag van andere groepen;
overdracht van regels, normen, waarden, activiteiten en gewoonten van
ouders op kinderen.
Inleven inlevingsvermogen in een andere soortgenoot. Het meevoel stelt mensen en
dieren in staat om samen te werken en sociaal gedrag te vertonen.
Inzicht Leren door het leggen van nieuwe verbanden tussen gebeurtenissen of
situaties.

Door imiteren verandert de cultuur van een hele groep. Twee voorwaarden voor het ontstaan van
cultuur:
- Goed kunnen leren door imiteren
- Leven in groepen

Voorbeeld verandering cultuur:
Er was ooit één aap die had uitgevonden dat door zaden in het water te gooien, het zand eraf gaat en
de zaden blijven drijven. Hierdoor kunnen ze de zaden gemakkelijk eten daarna. De andere apen
imiteerden dit en gingen dit dus ook doen. Die ene aap had ooit het inzicht gehad om dat te doen.

Samenvatting biologie H2

§1 soorten en populaties

Definitie van een soort
Individuen met min or meer gelijk uiterlijk behoren tot dezelfde soort als ze vruchtbare
nakomelingen kunnen krijgen. Een soort alleen beschrijven aan de hand van uiterlijke kenmerken is
niet voldoende. Individuen verschillen namelijk van elkaar binnen een populatie. Als je het
bijvoorbeeld hebt over een huismus gaat het om de gemiddelde kenmerken van zijn soort. Bij grote
verschillen in het uiterlijk geeft het wel of niet vruchtbare nakomelingen krijgen, de doorslag geven.

Soortnamen
De wetenschappelijke naam van een soort bestaat uit twee delen: de geslachtsnaam en de
soortaanduiding (de binominale naamgeving).
De taxonomie is de wetenschappelijke indeling van soorten.
De indeling van Linnaeus (invoering naamgeving) plaatst organismen bijeen in steeds grotere
groepen: Organismen – soorten – geslachten – families – orden – klassen – rijken.

DNA
Biologen gebruiken DNA-onderzoek om tot een betrouwbare indeling van soorten te komen. Als
verschillende organismen qua uiterlijke kenmerken totaal niet op elkaar lijken, kunnen ze alsnog
nauw verwant zijn (en andersom).

Als soorten zich niet aan de regels houden

Connected book

Written for

Institution
Secondary school
Level
Course
School year
4

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Hoofdstuk 1,2, 4, 5, 6, 7, 8
Uploaded on
November 22, 2020
Number of pages
30
Written in
2016/2017
Type
SUMMARY

Subjects

$5.99
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
Ais Rijksuniversiteit Groningen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
17
Member since
5 year
Number of followers
13
Documents
16
Last sold
1 year ago

4.5

4 reviews

5
2
4
2
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions