Filosofie blok 1 Pedagogiek
Vraag dat centraal staat: Wat is opvoeding?
Bij filosofie verwonder je dingen in alledaagse dingen. Kan je van gedachten
wisselen. Door dingen af te vragen die normaal zijn leg je heersende
perspectieven bloot etc.
Filosofie in pedagogiek: Waarom krijgen kinderen een sticker? Waarom hebben
we een plasketting? Waarom mogen volwassenen wel iets zeggen tegen kinderen
wat ze moeten doen en waar niet andersom?
Foucault: Kunnen we anders denken dan wij denk?
Als je buiten de kaders gaat dus door bestaande kaders gaat bevragen, kan het
intimiderend zijn maar kun je wel een bepaalde manier vormen. In de
pedagogische praktijk dat je weinig ruimte hebt voor verwondering en weinig
ruimte om fouten te maken. Veel protocollen en adviezen. Wat “goed opvoeden”
is, lijkt eenduidig te zijn. Maar is dat wel zo? Voor iemand kan iets juist goed zijn
maar voor iemand anders juist niet.
1 Typen vragen/professionaliteit
1. Instrumentele professionaliteit (technische vragen) Vraag dat centraal
staat: Wat is de juiste techniek of manier? Welke techniek werkt? Je hebt
als Pedagoog beschikking over verschillende methoden en instrumenten.
(Door kinderen bv een sticker te geven als die op het potje heeft geplast)
2. Normatieve professionaliteit, staat de vraag centraal: Welke opvoeding is
wenselijk? Hangt heel erg af wat je waarden en normen zijn, wat je
wereldbeeld is etc. Dat kan dus heel erg verschillen bij iedereen. Wat is
‘goed’ handelen en waarom? Wat streef ik met mijn handelen? De ene
ouder vindt bv hoge cijfers halen belangrijk en zal daar zijn opvoeding op
aanpassen maar andere ouders zouden dat misschien niet hebben. Alle
keuzes die je maakt in de opvoeding heeft een normatieve lading. Je bent
zelfverantwoordelijk voor de keuzes die je maakt. Je moet tot een oordeel
komen wat goed is. Hoe verantwoord jij je keuzes. Je oordeel is persoon en
subjectief. Op deze vragen is er geen een eenduidig antwoord.
Lyotard
: Welke verhalen vertellen wij elkaar in de samenleving en welke invloed?
Groot verhaal is dwingend. Denk aan het nazisme. Dat verhaal komt in alle
aspecten in de samenleving naar voren. Iedereen moet zich ernaar voegen. Heeft
een totalitair karakter. Opvoeding kan heel erg politiek gemaakt worden. Einde
van de grote verhalen. Grote verhalen zijn kleine verhalen geworden. Er is dus
niet 1 groot verhaal meer in de samenleving. Het is een verzameling geworden
van kleine verhalen.
Sterk verhaal proberen andere verhalen overschreeuwen en die plek proberen te
krijgen. (Denk aan ideologieën) Zelfredzaamheid (verhaal van stoof peertjes) Is
het een ideaal dat je iedereen moet opleggen? Vraag die centraal staat: Hoe
kijken we aan tegen mensen?