Hoofdstuk 1 t/m 6
H1. Stromen van producten
Globalisering: proces van toenemende verwevenheid tussen economieën van landen
Nederland staat in de top tien van invoer en uitvoer van goederen en diensten in de wereld.
Bedrijfskolom: schema dat laat zien via welke bedrijfstakken een product tot stand komt
Intraconcern diensten: diensten die binnen- en buitenlandse vestigingen van multinationals elkaar
onderling verlenen
Wederuitvoer: producten in het buitenland gemaakt, geïnporteerd in Nederland waar beperkte
waarde is toegevoegd, weer geëxporteerd. (bv. product van groot – naar kleinverpakking omgepakt)
Doorvoer: geen waarde toegevoegd in ons land (verdienen aan distributie)
Bedrijfsinterne handel: een bedrijf exporteert producten naar dochteronderneming in buitenland
EVD: Export voorlichtingsdienst (agentschap ministerie economische zaken)
Fenedex: belangenorganisatie van exporteurs
Betalingsbalans: overzicht inkomsten en uitgaven van land over bepaalde periode
(negatieve) externe effecten: kosten die niet in marktprijs zijn opgenomen zoals milieuvervuiling.
Internalisering van externe effecten: kosten die eerst niet werden meegenomen in marktprijs,
zullen wel meegerekend gaan worden
OESO: org voor economische samenwerking en ontwikkeling (adviesorgaan 34 industrielanden)
Importpenetratieratio: hoe afhankelijk de Nederlandse vraag naar eindproducten is van
buitenlandse productie.
Protectionisme: bij oneerlijke (buitenlandse) concurrentie: moet overheid de oneerlijkheid
aanpakken of eigen producenten beschermen?
Gemeenschappelijke markt = interne markt: samenwerkingsvorm waarbij producten, geld en
mensen tussen deelnemende landen ongehinderd over de grens kunnen. (EU is grootste en
succesvolste interne markt ter wereld)
GLB: gemeenschappelijk landbouwbeleid: ±helft vd europese begroting gaat hieraan op. Om boeren
redelijk inkomen te geven hanteert de EU minimumprijzen en koopt ze overschotten op. Hierdoor
alles duurder voor consument. GLB zet producten gesubsidieerd op wereldmarkt, maar schermt ook
eigen interne markt af voor landbouwproducenten van buiten.
Exportrestitutie (exportsubsidie): exporteurs krijgen verschil tussen EU-prijs en wereldmarktprijs
vergoed. ook wel ‘Dumping’
Dumping: uitvoeren van producten onder de prijs die in het binnenland geldt.
H2 stromen van geld
Handelsbalans: saldo van gesldstroom die NL binnenkomt als betaling voor goederen, tegenover
geldstroom die NL verlaat als betaling voor goederen (= saldo goederenverkeer)
Saldo inkomens: geld naar NL toe als betaling voor NL’se productiefactoren die in buitenland hebben
gepresteerd tegenover betaling naar buitenland voor productiefactoren uit buitenland die in NL
hebben gepresteerd.
Saldo lopende rekening: totaal van transacties
Saldo vermogensoverdrachtenrekening: bijv. kwijtschelden van schuld van ontwikkelingsland
(waardoor vermogen van dat land stijgt) ‘overdracht’ betekent: geldstroom zonder directe
tegenprestatie gaat over uitkeringen
saldo directe investeringen: geld dat NL verlaat omdat NL’s bedrijf in buitenland vestigt of overname
doet tegenover buitenlandse bedrijven die in NL vestigen over overname doen
Saldo effectenverkeer: geld dat NL verlaat omdat NL’er beleggen in buitenland tegenover geld dat
naar NL komt omdat buitenlanders in NL gaan beleggen
, Saldo financiële derivaten: beleggingen in NL zoals bijv. opties tegenover geld dat NL verlaat
vanwege verplichtingen door derivaten (derivaten= opties, futures etc. om risico’s te verkleinen)
Saldo overig financieel verkeer: geldstromen van banken (spaargeld, leningen), deels in opdracht van
klanten die willen sparen bij buitenlandse bank.
Saldo financiële rekening zonder officiële reserves: totaal van alle transacties die losstaan van
productie en inkomensvorming in ‘echte’ economie (‘echte economie’: productie door inzet van
productiefactoren en inkomensvorming – en verdeling te herleiden tot aankoop of verkoop van
een product)
Monetair goud: waardeverandering van vorderingen van DNB op het IMF. (-) minteken is
waardestijging, (+) plusteken is waardedaling.
Reservepositie: geld dat DNB te allen tijde op kan nemen van het Nederlandse tegoed bij IMF
Trekkingsrechten: hoeveel geld NL onvoorwaardelijk mag lenen van het IMF in tijden van nood
Deviezenvoorraad: waardeverandering van de voorraad vreemde valuta’s in het bezit van DNB. (min
is toename, plusteken is afname)
Totaal toeneming officiële reserves: veranderingen in ‘spaarpot’ DNB.
Saldo financiële rekening = saldo financiële rekening zonder officiële reservers + totaal toeneming
officiële reserves
Statistische verschillen: totaal van meetfouten bij samenstelling vd betalingsbalans
Engels ‘investments’ kan zijn beleggingen, maar ook investeringen!
Betalingsbalans van een land is overzicht van grensoverschrijdende transacties in een bepaalde
periode.
Productiefactoren onderscheidt in: beloning:
Arbeid loon
Kapitaal rente
Natuur pacht
Ondernemerschap winstinkomen
Overheersend op inkomensrekening zijn rente – en winstinkomen en niet arbeidsinkomen.
Investeringen staan niet op lopende rekening (over huidige productiemiddelen) omdat ze over
toekomstige productiemiddelen gaan, ze zitten daarom in de financiële rekening.
Positief saldo op lopende rekening komt vaak door veel export en weinig import.
Land met ‘spaarzin’: overschot op lopende rekening
Land met ‘kooplust’: tekort op lopende rekening
Directe investering: verwerven van zeggenschap voor langere tijd over productiefaciliteiten:
wanneer NL’er fabriek koopt in buitenland is het een directe buitenlandse investering. Wanneer
Amerikaans bedrijft vestiging koopt in Amsterdam is het ‘directe investering’. (investeren is meestal
voorbehouden aan bedrijven)
Indirecte buitenlandse investeringen: bv. wanneer philips bedrijf koopt in Vietnam, en dat bedrijf een
aandeel koopt in een koreaans bedrijf, investeert philips automatisch ook in het Koreaanse bedrijf.
(staat niet op NL’se betalingsbalans)
Investeringen en beleggingen: geld is niet weg, maar leidt tot toename van activa in het buitenland
Passiva: buitenlandse bedrijven die in Nederland investeren
Desinvesteren: NL’s bedrijf verkoopt dochterbedrijf in China
NFIA: Netherlands foreign investment agency – bureau van ministerie Economische zaken dat
buitenlandse bedrijven adviseert bij hun vestiging in NL
Beleggingen: kopen of aanhouden van bezittingen met als doel het rendement te krijgen (kan zijn
geld overmaken naar spaarrekening, aandeel kopen op effectenbeurs, financieren van vastgoed)
Beleggingsfonds: geld van mensen samen belegd in het doel van het fonds (bv. duurzaamheid)
Hedgefonds: voor speculatieve beleggers; kopen en verkopen van aandelen, vaak deels met
geleend geld, om snel koerswinst te maken