Pedagogiek
Pedagogiek en opvoeding
Opvoeding De omgang tussen volwassenen en kinderen, die erop is
gericht steun en richting te geven aan het proces van volwassenwording.
Opvoeding is gebaseerd op de verantwoordelijkheid die ouders hebben
over het welzijn van hun kinderen. Opvoeding speelt zich af binnen een
culturele context van de samenleving en wordt daardoor ook bepaald.
Opvoedingsrelatie veronderstelt wederzijdse betrokkenheid en
wederzijds respect. Bij jonge kinderen hebben de opvoeders het meeste
verantwoordelijkheid. Maar na mate kinderen ouder worden schuift de
verantwoordelijkheid door naar hun. Daar ontstaat vaak een probleem
omdat ouders vaak die verantwoordelijkheid niet willen afstaan.
Opvoedingselementen
Opvoedingselementen:
1. Opvoedeling jeugdigen, die opgevoed moet worden
2. Opvoeder ouders, opa of oma bv
3. Omgeving (cultuurhistorische context) bv het gezin, het huis,
kinderopvang (verschillende kenmerken die zich meebrengen in de
opvoeding)
Opvoedingsmilieus
1e opvoedingsmilieu: het gezin
2e opvoedingsmilieu: beroepsopvoeders, voor het eerst contact met de
samenleving, andere kinderen met een andere opvoedstijl opgevoed.
3e opvoedingsmilieu: de buurt, leeftijdsgenoten, groepsvorming en
identiteit ontwikkeling.
4e opvoedingsmilieu: multimedia
Maatschappelijk context in opvoeding veel instituties in de
samenleving met name de overheid bemoeit zich veel met de
opvoeding. (Denk aan leerplicht en kinderbescherming) Voeren ouders
hun taak niet goed uit wat betreft de opvoeding kan de overheid
ingrijpen ter bescherming van het kind. Dan wordt er gedwongen
ondersteuning gegeven bij de opvoeding. De overheid voelt zich
verantwoordelijk voor de opvoeding van kinderen in de samenleving.
Het primaire of eerste opvoedingsmilieu: het gezin
Gaat om de directe opvoeders. Veel variaties van gezinnen.
Pleeggezinnen, eenoudergezinnen, holebi-gezin etc. Het is belangrijk om
, de invloed van het gezin op de opvoeding, de mogelijkheden en de
problemen daarvan grondig te bestuderen. Er moet ook aandacht besteed
worden aan de veranderingen die het gezin in onze tijd ondergaat. De
structuur van het gezin verandert in een snel tempo door
maatschappelijke ontwikkelingen. (Denk bv aan het feit dat eerst alleen
mannen gingen werken maar je nu steeds meer werkende vrouwen ziet)
Zulke veranderingen hebben gevolgen tussen de verhouding tussen de
vader en moeder maar ook voor de positie van het kind.
Het secundaire of tweede opvoedingsmilieu: De school
Gaat om beroepsopvoeders. De school speelt een hele grote rol in het
leven van kinderen. Kinderen van 5 tot 18 jaar leerplicht. School is waar
kinderen andere relaties ontwikkelen buiten het gezin om, conflicten leert
oplossen en vriendschappen moet bevechten.
Wat neemt de school steeds meer over:
- Steeds meer opvoedingstaken van ouders over.
- Het aanleren van waarden en normen socialisatie
- Leerstof en leerprestaties hebben een opvoedende functie. Het kind
leert zich te verhouden tot de wereld, leert ook eigen mogelijkheden
en beperkingen kennen. Dit zorgt ervoor dat kinderen hun
zelfstandigheid vergroten.
Derde opvoedingsmilieu: De buurt, de leeftijdsgroep
Meer aandacht aan groepsvorming bij jongeren buiten gezin en school.
Judith Harris: Kinderen worden gevormd door andere kinderen en de
genen. Opvoeding zou er nauwelijks toe doen.
Pedagogen zijn het daar niet mee eens. We vinden het wel belangrijk dat
kinderen met leeftijdsgenoten omgaan.
Peergroup gaat over groepen leeftijdsgenoten die hun vrije tijd
gedeeltelijk samen doorbrengen, elkaar wederzijds beïnvloeden en ook
een milieu van bescherming en vertrouwdheid vormen. Tijdens de
pubertijd speelt dit vooral een grote rol.
Jeugdcultuur gaat over maatschappelijke stromingen van en voor
jongeren, die een indentificatiekader vormen voor bepaalde grotere
groepen jongeren. Kenmerken zich door een paalde muziekvorm of
kledingstijl. Kunnen ook afgeleid zijn uit culturele of politieke idealen.
(Zoals hooligans)
Leeftijdsgroepen en jeugdculturen spelen een grote rol bij het
losmakingsproces van het ouderlijk milieu van kinderen en het vinden van
hun eigen identiteit. Jeugdculturen hebben een functie in
maatschappelijke veranderingen. (Protesten)
Ouderen zijn bang dat bestaande verworvenheden kwijtraken.
Vierde opvoedingsmilieu: de multimediale wereld