Hoofdstuk 14: Strafrecht
In het strafrecht en het strafprocesrecht hebben we te maken met het Openbaar Ministerie. Deze
geeft leiding aan de politie die de opsporing van strafbare feiten, is belast met de vervolging van
verdachten en legt rechterlijke vonnissen ten uitvoer. Dit valt onder publiekrecht, omdat het
Ministerie van Justitie en Veiligheid onderdeel is van de rijksoverheid.
Doel van het strafrecht
- Voorkomen van eigenrichting: voorkomen dat mensen heft in eigen hand nemen
- Vergelding: gevoelens van wraak worden gehoord
- Preventie: mensen denken twee keer na voordat ze iets strafbaars doen
- Resocialiseren: ‘genezing’, terug laten keren in de maatschappij
Het strafrecht wordt onderverdeeld in het materiële strafrecht en het formele strafrecht. Het
materiële strafrecht kun je vinden in het Wetboek van Strafrecht. Hierin is te vinden welk gedrag
strafbaar is, wie er als dader wordt aangemerkt en welke straf hier op staat.
Het formele strafrecht (strafprocesrecht) kun je vinden in het Wetboek van Strafvordering. Hierin
kun je onder andere lezen hoe de strafrechtelijke procedures moeten verlopen.
Voor strafrecht zijn met name de wet en jurisprudentie als bron van belang.
Het Wetboek van Strafrecht bestaat uit drie boeken:
1. Algemene bepalingen
2. Misdrijven
3. Overtredingen
Het Wetboek van Strafvordering
1. Algemene bepalingen
2. Strafvordering in eerste aanleg
3. Rechtsmiddelen
4. Enige rechtspleging van bijzondere aard
5. Internationale en Europese Strafvordering
6. Tenuitvoerlegging en kosten
Een strafbaar feit is een handelen waarvoor een straf kan worden opgelegd. Je hebt een gedraging
laten zien die volgens de wet strafbaar is. Voorwaarden van een strafbaar feit:
- Het moet gaan om een menselijke gedraging
- De gedraging moet vallen binnen een delictsomschrijving
- De gedraging moet wederrechtelijk zijn
- De gedraging moet aan schuld te wijten zijn
14.5.1
Wanneer opzet in de delictsomschrijving voorkomt (dus als bestanddeel), noemen we dit dolus (het
Latijnse woord voor opzet). Opzet kan worden onderverdeeld in:
- Opzet als bedoeling; willens en wetens handelen, vol besef van de gevolgen van zijn daden
- Opzet met zekerheidsbewustzijn; bewust zijn van gevolgen die niet het hoofddoel zijn
- Voorwaardelijke opzet; onverschilligheid, weten dat er gevolgen zouden kunnen zijn