H7 Een helende relatie
De kernervaringen van een psychisch trauma zijn onmacht en isolement. Het herstel is
erop gericht dat het slachtoffer weer macht krijgt en zich verbonden voelt met
anderen. Herstel is alleen mogelijk binnen context van relaties; herstel kan niet in
isolement plaats vinden.
Door deze hernieuwde verbondenheid met anderen kan de overlevende opnieuw psychische
vermogens (vertrouwen, autonomie, competentie, initiatief, intimiteit) eigen maken, die door
de traumatische ervaring zijn beschadigd of vervormd. De eerste stap naar herstel is dat
de overlevende weer macht krijgt, zij moet zelf de drijvende kracht zijn. Anderen
kunnen wel advies/hulp/genegenheid bieden maar kunnen niet genezen.
Kardiner → ziet de therapeut als assistent van de patiënt, waarbij het doel is om de patiënt te
helpen het karwei te voltooien waar deze zelf aan begonnen is, en het element van
hernieuwde zeggenschap kracht bij te zetten.
Symonds → behandelingsprincipes: het terug geven van macht aan het slachtoffer → het
verkleinen van isolement → het verminderen van hulpeloosheid door keuze mogelijkheid →
En het tegen gaan van de tendens tot overheersing bij de benadering van het slachtoffer.
Autonomie → een zodanig gevoel van eigenheid, flexibiliteit en zelfbewustzijn dat de
betrokkenen in staat zijn hun eigen belangen te definiëren en wezenlijke keuzes te maken.
Terwijl macht, het samengaan van wederzijdse steun met individuele autonomie is.
Therapeutische relatie → 1. De relatie heeft uitsluitend het doel het herstel van de
patiënt te bevorderen → SW wordt bondgenoot 2. Patiënt en SW sluiten een
overeenkomst over het gebruik van macht. Patiënt onderwerpt zich vrijwillig aan
ongelijke relatie (SW hoogste macht). Patiënt kan te maken krijgen met gevoelens van
overdracht (dit maakt patiënt kwetsbaar). SW moet macht alleen gebruiken om herstel
van patiënt te bevorderen. → Belangrijk omdat patiënt al geleden heeft onder
machtsmisbruik van anderen.
Belangeloos → SW gebruikt macht over de patiënt niet om eigen behoefte te bevredigen.
Neutraal → SW kiest geen partij bij de innerlijke conflicten bij de patiënt en probeert hem niet
te beïnvloeden in beslissingen.
Morele neutraliteit van de SW’er is belangrijker dan de formele neutraliteit,
Moreel houdt in dat de SW niet het idee koestert dat slachtoffer geen kwaad kan doen,
maar wel oog heeft voor het onrecht van de traumatische gebeurtenis.
SW heeft de rol die zowel inzicht als empathische verbondenheid tot stand moet
brengen bij de patiënt (wordt ook gezien als de beschermende ouder).
Therapeutisch bondgenootschap moet zorgvuldig worden opgebouwd → heeft inzet van
patiënt EN SW nodig. Aspecten die door de traumatische ervaring zijn aangetast
(wederkerigheid boven autoriteit, overtuigen boven dwang, ideeën boven geweld) moeten in
de therapeutische relatie opgebouwd worden. Trauma schaadt vermogen van patiënt om
een vertrouwens relatie aan te gaan / heeft indirect een sterkte invloed op de SW → kan
problemen veroorzaken bij samenwerken van cliënt en SW.
Traumatische overdracht
Emotionele reacties van mensen met trauma op mensen in een gezagspositie worden
vervormd door de angst die ze hebben ervaren → traumatische overdracht.