PB2512-232714B – Thema 1 (Studietaak 1.1 en 1.2)
Ontstaan van eHealth
De opkomst van eHealth hangt samen met meerdere maatschappelijke en
technologische ontwikkelingen:
1. De voortdurende digitalisering van de samenleving.
2. Veranderingen in de organisatie en inrichting van de gezondheidszorg.
3. De snelle technologische vooruitgang.
4. Vergrijzing, waardoor de zorgvraag toeneemt.
Wat is eHealth?
Middel, geen doel op zich: eHealth wordt ingezet om gezondheid en
zorg te ondersteunen via informatie- en communicatietechnologie.
Definitie: een verzamelterm voor het gebruik van ICT om zorgprocessen
en gezondheid te verbeteren.
Digitalisering versus eHealth
Digitalisering: breed begrip; betreft de overgang naar digitale
technologie in vrijwel alle sectoren (bv. inzet van operatierobots).
eHealth: een specifiek onderdeel van digitalisering binnen de zorg, gericht
op informatie-uitwisseling, communicatie en gedragsverandering.
Bijdragen van eHealth
eHealth kan zorg verbeteren door:
1. Toegankelijkheid vergroten.
2. Meer zelfregie en empowerment van patiënt en professional.
3. Zorg minder afhankelijk te maken van tijd en plaats.
4. Kwaliteit en efficiëntie te verbeteren.
5. Innovatie in de zorg te stimuleren.
Barrières bij implementatie
Onvoldoende digitale vaardigheden.
Lage motivatie om eHealth te gebruiken.
Wantrouwen in technologie.
Onzekerheid over financiering/vergoedingen.
Extra tijdsbelasting voor gebruikers en professionals.
Holistische benadering
Bij ontwikkeling en toepassing van eHealth wordt rekening gehouden met
technologie, mens en context. Belangrijke kenmerken zijn:
, 1. Participatief ontwikkelproces: eindgebruikers vanaf het begin actief
betrekken.
2. Contextgerichtheid: aansluiting bij het ecosysteem waarin de toepassing
gebruikt wordt.
3. Iteratieve cyclus: ontwikkelen, testen en bijstellen zonder vast eindpunt.
4. Persuasieve technologie: inzet van technieken die gedragsverandering
ondersteunen.
Voorbeeld: Kerkhof et al. (2016)
Het tabletprogramma voor mensen met milde dementie en hun mantelzorgers
illustreert deze aanpak:
Intensieve betrokkenheid van gebruikers (interviews, workshops,
focusgroepen).
Ontwikkeling in meerdere fasen (theoretisch, modellerend, exploratief)
met voortdurende bijstelling.
Vanaf het begin aandacht voor implementatie en evaluatie.
Een pilotstudie met case studies in realistische setting.
Persoonlijke afstemming: apps worden gekozen op basis van individuele
voorkeuren.
Training van zowel gebruikers als mantelzorgers, aangepast aan cognitieve
beperkingen.
Veranderde kijk op gezondheid
WHO-definitie (1948): gezondheid = volledig fysiek, geestelijk en sociaal
welbevinden. Deze visie wordt tegenwoordig als te absoluut gezien.
Positieve gezondheid: gezondheid = vermogen om je aan te passen en
regie te voeren bij uitdagingen in het leven.
Verschuiving: van nadruk op ziekte en zorg naar gezondheid en
gedrag.
Rol van eHealth hierbij
Steeds meer nadruk op zelfmanagement en zelfredzaamheid van
patiënten.
eHealth ondersteunt patiënten in het nemen van eigen regie en het
bevorderen van gezondheidsgedrag.
Gedragsveranderingsinterventies
Een gedragsinterventie is een gecoördineerde set activiteiten die bedoeld is om
gedragspatronen te veranderen, met als doel:
1. Het gebruik van zorgdiensten stimuleren.
2. Gezond gedrag en leefstijl bevorderen.
,Belang van theorie
Volgens Crutzen is eHealth effectief wanneer toepassingen gebaseerd zijn op
bestaande theorieën en eerdere onderzoeksresultaten.
Gezondheidspsychologen ontwikkelen al decennialang gedragsinterventies (in
persoon en schriftelijk), en die kennis vormt een belangrijke basis voor digitale
toepassingen.
Wat wordt er precies bedoeld met gedragsveranderingsinterventies?
Gedragsveranderingsinterventies worden door Michie, van Stralen en West
(2011) gedefinieerd als een gecoördineerde set van activiteiten die ontworpen
zijn om gedragspatronen te veranderen. Deze interventies kunnen gebruikt
worden om de opname en het optimale gebruik van klinische services te
promoten (zoals vaccinaties of kankerscreening, zelfmanagementondersteuning
van chronische ziekten etc.) en om gezond gedrag en leefstijl te promoten (zoals
stoppen met roken, meer sporten etc.). Gedragsveranderingsinterventies zijn
overal te vinden als je om je heen kijkt. Van ‘verboden te roken’-labels op stations
tot uitgebreide gecombineerde leefstijlinterventies met geïntegreerde eHealth-
toepassingen.
Welke gedragsverklaringsmodellen/theorieën worden vaak ingezet?
Theorieën en modellen zoals o.a. de Theory of Planned Behaviour (Ajzen 1985),
het Health Belief Model (Janz & Becket, 1984) en het Elaboration Likelyhood
Model (Petty, 1986) geven kennis over hoe intentie van gedrag verhoogd kan
worden bij mensen. De Theory of Planned Behaviour geeft bijvoorbeeld aan dat
intentie voor gedrag bepaald wordt door het belang dat er aan het gedrag en het
effect daarvan wordt gehecht, maar ook hoe de omgeving over dat gedrag denkt
en wat iemands ingeschatte eigen vaardigheid is. Het Health Belief Model
daarnaast is een psychologisch model waarin gezondheidsgedrag verklaard wordt
aan de hand van de attitudes en overtuigingen die iemand heeft zoals ‘hoe
dreigend iemand een ziekte ervaart’. Het Elaboration Likelyhood Model geeft
weer informatie over hoe overtuigende communicatie het beste kan worden
vormgegeven.
Dit zijn slechts een paar voorbeelden van theorieën en modellen die pogen om
gezondheidsgedrag te verklaren en te voorspellen. Het gebruik van dit soort
theorieën geeft ons handvatten om gezondheidsgedrag van mensen beter te
voorspellen en te begrijpen. Als je een goede basiskennis bezit van het gedrag
dat je wilt veranderen met je eHealth-interventie, weet je beter waar deze
interventie zich op moet richten en hoe je dit het beste aanpakt.
Deze gedragsverklaringsmodellen/theorieën proberen gedrag te verklaren en
voorspellen.
Wat houdt het Behaviour Change Weel in?
, -
Een systematische aanpak voor interventieontwikkeling, die
interventieontwikkelaars handvaten geeft om stap voor stap
gedragsveranderingstechnieken toe te voegen aan hun interventie die evidence-
based zijn.
Wat houdt Intervention Mapping in?
Het is een stap voor stap aanpak die bestaat uit 6 fasen die ontwikkelaars helpt
om theorie en bewijs te integreren in het ontwerp van een interventie.
Beiden benadrukken het inzetten van theorie en evidence based
gedragsveranderingstechnieken.
Wat moet je weten over de taxoniemen?
Er is een taxonomie (uitgebreide lijst) ontwikkeld met de meest voorkomende
BCT’s in gedragsinterventies opgesteld door Michie et al. (2013). Kok et al. (2015)
heeft ook een taxonomie opgesteld, die richt zich op dat BCT’s gebaseerd zijn op
theorie en bieden interventieontwikkelaars mechanismen om theorie
onderbouwde interventies te ontwikkelen. Beide hebben ze gemeen dat ze een
gezamenlijke taal bieden voor het beschrijven van interventieonderdelen. Dit is
van belang bij het repliceren van reeds eerder ontwikkelde interventies. De
ontwikkeling van EHealth interventies dient daarom in termen van BCT’s
beschreven te worden.
Hoe draagt E-healt bij aan de kennis van gezondheidspsychologen?
Traditioneel gezien is psychologisch onderzoek afhankelijk geweest van
zelfrapportage van gezondheidsgedrag. Dit is niet altijd een compleet beeld maar
een ‘snap-shot’. EHealth en technologie over het algemeen bieden een goede
mogelijkheid om meer objectieve metingen te krijgen van gezondheidsgedrag.
Gezondheidspsychologische theorieën kunnen dus ingezet worden voor
ontwikkeling, maar kunnen tegelijk ook grootschalig getest worden door het
analyseren van gedrag in verschillende contexten. Het helpt ook bioj meer