Betalen, sparen en beleggen
Beleggen
Beleggen is met geld iets kopen met de hoop dat het in de toekomst meer waard word.
Beleggen is een schatting van vermogensopbouw maar kan ook in waarde dalen, dus geen garantie.
Een belegging is vaak makkelijk verhandelbaar. Vaak een hoger rendement dan spaargeld maar ook
een hoger risico (kan in waarde dalen).
- Beleggen in effecten, aandelen – opties – obligaties
- Beleggen in fondsen, collectief beleggen in samengestelde beleggingsfondsen (onderneming
die voor andere bekijkt welke aandelen zij het beste kunnen kopen of verkopen)
- Beleggen in objecten, beleggen in iets tastbaars. Bv. Goud of een pand.
Met beleggen is er meestal sprake van makkelijk verhandelbare goederen.
Hoe hoger het rendement, des te hoger het resultaat( winst) op de belegging. Het rendement is
gekoppeld aan het risico, hoe hoger het risico, hoe hoger het rendement :
Bij risicovolle beleggingen met hoge rendementsverwachting is van groot belang, dat de belegger
een lange belegishorizon heeft: de periode waarin hij de belegging kan aanhouden. Bij een langere
belegginshorizon wordt de kans groter dat het rendement word gehaald.
Besloten en open beleggingsfondsen
Een beleggingsfonds is een fonds met gemeenschappelijk vermogen van individuele beleggers. Dit
noem je collectief beleggen. Beleggen in beleggingsfondsen houdt dus in dat meerdere beleggers
gezamenlijk in een fonds beleggen. De belegger koopt dus niet zelf een aandeel, maar belegt in een
fonds van verschillende aandelen.
,Een beleggingsfonds heeft een fondsbeheerder, deze bepaalt de strategie van de beleggingen en
bepaalt waarin belegd word. De bewaarder die de belegging in bewaring houd en controleert.
Fonds vermogen word onderverdelen participaties, het aantal is afhankelijk van de hoogte van de
inbreng in het fonds. Beleggen in een beleggingsfonds heeft een aantal voordelen:
- Het spreiden van risico’s
- Het verdelen van de kosten. Transactie kosten zijn vaak hoog
- Profesioneel beleggen, fondsen worden beheerd door professionele beleggingsinstellingen.
De gemiddelde mens kent de informatie niet, heeft de kennis en ervaring niet zoals hun.
,Investeren
Heeft meestal betrekking op hoge bedragen, kenmerk: met het geld kunnen kapitaalgoederen (bv.
machines, bedrijfspand) worden gekocht.
Als een bedrijf goed rendeert, dan meestal ook de investering. Gaat een bedrijf failliet, dan kan ook
de investering verloren gaan. Investeren heeft dus een risico.
Door het te beleggen vermogen goed af te stemmen op het klant profiel stelt de adviseur een
beleggingsportefeuille samen.
Er zijn meerdere beleggingscategorieën, in volgorde van een oplopend risico:
- liquide middelen. Zijn geld middelen die direct beschikbaar zijn. Bij liquide middelen is het
rendement en riscio laag.
- Obligaties. Een obligatiehouder leent geld uit aan een onderneming of instelling. Een
obligatie is een bewijsstuk waaruit blijkt dat er is geïnfesteerd in een obligatielening.
Meestal is een obligatielening veel geld. Hoe hoger de rente van het uitgeleende geld (
couponrente) hoe hoger de waarde van de obligatie. De couponrente word vooraf
vastgesteld en jaarlijks aan de obligatiehouders uitbetaald. De couponrente staat vast maar
de marktrente kan stijgen of dalen. Afhankelijk daarvan kan dit een positief of negatief effect
hebben op de obligatiekoers. Deze gevoeligheid noem je DURATION, hoe hoger de duration,
des te gevoeliger de obligatie is voor rentebewegingen.
, Vastgoed
Belegging in vastgoed is een belegging in onverplaatsbaar goed zoals huizen kantoorpanden,
percelen etc. deze belegging kan via vastgoedfondsen, zowel op de beurs ( indirecte onroerend
goed) als buiten de beurs (direct onroerend goed)
- Het rendement op een direct vast goed (buiten de beurs) is afhankelijk van bv.
Huuropbrengsten en de waarde van het vastgoed bij evt. verkoop ban belegging (
vermogensrendement)
- Het rendement op een indirecte vastgoed belegging (op de beurs) is het zelfde opgebouwd
als bij een beleggingsfonds
- Het risico bij beleggingen in het vastgoed is de stijging of de daling van de waarde. Ook kan
het inkomensrendement tegenvallen, als bv. Geen huurder word gevonden.
Beleggingsobjecten
als een belegger investeert in een beleggingsobject dan investeert hij bv. In hout, wijn, goud of een
vakantiehuis. Beleggen in een vakantiehuis is eigenlijk ook in vastgoed beleggen, valt dus onder
beleggingsobject of vastgoed.
De belangrijkste kenmerken van een beleggingsobject zijn:
- De belegger betaald voor een waarde bewijs, in ruil daarvoor krijgt hij eigendomsrecht van
een zaak of recht op een zaak.
- De belegger onderhoudt en beheert het object niet zelf
- De belegging is geen effect, zoals aandelen of obligaties
- De aanbieder van het beleggingsobject geeft voor de toekomst een rendement over de
waarde van het object.
- Het rendement is afhankelijk van het object
- Het risico is afhankelijk van het object en van de aanbieder van het object.
Aandelen
Aandelen zijn een deel van een eigendom van een onderneming, deze aandelen kunnen worden
verhandeld. Dit gebeurt meestal op een aandelenbeurs, de belangrijkste is de AEX.
Als een onderneming winst maakt kan een deel van deze winst uitgekeerd worden aan de
aandeelhouders, deze winstuitkering heet dividend.
Bij keuzedividend kiest de aandeelhouder op welke manier uitgekeerd word. Dit kan uitgekeerd
worden in geld (cash dividend) en in aandelen ( stock dividend). Als de onderneming winst maakt
dan zal ook de koers stijgen en word het aandeel dus meer waard.
- Het rendement op aandelen bestaat uit het dividendrendement en het koersendement bij
verkoop van de aandelen.
- Het risico van aandelen is, dat de koers ervan afhankelijk is van veel factoren. Meestal is de
koers ook moeilijk te voorspellen. Kan dus een hoog risico zijn.
Beleggen
Beleggen is met geld iets kopen met de hoop dat het in de toekomst meer waard word.
Beleggen is een schatting van vermogensopbouw maar kan ook in waarde dalen, dus geen garantie.
Een belegging is vaak makkelijk verhandelbaar. Vaak een hoger rendement dan spaargeld maar ook
een hoger risico (kan in waarde dalen).
- Beleggen in effecten, aandelen – opties – obligaties
- Beleggen in fondsen, collectief beleggen in samengestelde beleggingsfondsen (onderneming
die voor andere bekijkt welke aandelen zij het beste kunnen kopen of verkopen)
- Beleggen in objecten, beleggen in iets tastbaars. Bv. Goud of een pand.
Met beleggen is er meestal sprake van makkelijk verhandelbare goederen.
Hoe hoger het rendement, des te hoger het resultaat( winst) op de belegging. Het rendement is
gekoppeld aan het risico, hoe hoger het risico, hoe hoger het rendement :
Bij risicovolle beleggingen met hoge rendementsverwachting is van groot belang, dat de belegger
een lange belegishorizon heeft: de periode waarin hij de belegging kan aanhouden. Bij een langere
belegginshorizon wordt de kans groter dat het rendement word gehaald.
Besloten en open beleggingsfondsen
Een beleggingsfonds is een fonds met gemeenschappelijk vermogen van individuele beleggers. Dit
noem je collectief beleggen. Beleggen in beleggingsfondsen houdt dus in dat meerdere beleggers
gezamenlijk in een fonds beleggen. De belegger koopt dus niet zelf een aandeel, maar belegt in een
fonds van verschillende aandelen.
,Een beleggingsfonds heeft een fondsbeheerder, deze bepaalt de strategie van de beleggingen en
bepaalt waarin belegd word. De bewaarder die de belegging in bewaring houd en controleert.
Fonds vermogen word onderverdelen participaties, het aantal is afhankelijk van de hoogte van de
inbreng in het fonds. Beleggen in een beleggingsfonds heeft een aantal voordelen:
- Het spreiden van risico’s
- Het verdelen van de kosten. Transactie kosten zijn vaak hoog
- Profesioneel beleggen, fondsen worden beheerd door professionele beleggingsinstellingen.
De gemiddelde mens kent de informatie niet, heeft de kennis en ervaring niet zoals hun.
,Investeren
Heeft meestal betrekking op hoge bedragen, kenmerk: met het geld kunnen kapitaalgoederen (bv.
machines, bedrijfspand) worden gekocht.
Als een bedrijf goed rendeert, dan meestal ook de investering. Gaat een bedrijf failliet, dan kan ook
de investering verloren gaan. Investeren heeft dus een risico.
Door het te beleggen vermogen goed af te stemmen op het klant profiel stelt de adviseur een
beleggingsportefeuille samen.
Er zijn meerdere beleggingscategorieën, in volgorde van een oplopend risico:
- liquide middelen. Zijn geld middelen die direct beschikbaar zijn. Bij liquide middelen is het
rendement en riscio laag.
- Obligaties. Een obligatiehouder leent geld uit aan een onderneming of instelling. Een
obligatie is een bewijsstuk waaruit blijkt dat er is geïnfesteerd in een obligatielening.
Meestal is een obligatielening veel geld. Hoe hoger de rente van het uitgeleende geld (
couponrente) hoe hoger de waarde van de obligatie. De couponrente word vooraf
vastgesteld en jaarlijks aan de obligatiehouders uitbetaald. De couponrente staat vast maar
de marktrente kan stijgen of dalen. Afhankelijk daarvan kan dit een positief of negatief effect
hebben op de obligatiekoers. Deze gevoeligheid noem je DURATION, hoe hoger de duration,
des te gevoeliger de obligatie is voor rentebewegingen.
, Vastgoed
Belegging in vastgoed is een belegging in onverplaatsbaar goed zoals huizen kantoorpanden,
percelen etc. deze belegging kan via vastgoedfondsen, zowel op de beurs ( indirecte onroerend
goed) als buiten de beurs (direct onroerend goed)
- Het rendement op een direct vast goed (buiten de beurs) is afhankelijk van bv.
Huuropbrengsten en de waarde van het vastgoed bij evt. verkoop ban belegging (
vermogensrendement)
- Het rendement op een indirecte vastgoed belegging (op de beurs) is het zelfde opgebouwd
als bij een beleggingsfonds
- Het risico bij beleggingen in het vastgoed is de stijging of de daling van de waarde. Ook kan
het inkomensrendement tegenvallen, als bv. Geen huurder word gevonden.
Beleggingsobjecten
als een belegger investeert in een beleggingsobject dan investeert hij bv. In hout, wijn, goud of een
vakantiehuis. Beleggen in een vakantiehuis is eigenlijk ook in vastgoed beleggen, valt dus onder
beleggingsobject of vastgoed.
De belangrijkste kenmerken van een beleggingsobject zijn:
- De belegger betaald voor een waarde bewijs, in ruil daarvoor krijgt hij eigendomsrecht van
een zaak of recht op een zaak.
- De belegger onderhoudt en beheert het object niet zelf
- De belegging is geen effect, zoals aandelen of obligaties
- De aanbieder van het beleggingsobject geeft voor de toekomst een rendement over de
waarde van het object.
- Het rendement is afhankelijk van het object
- Het risico is afhankelijk van het object en van de aanbieder van het object.
Aandelen
Aandelen zijn een deel van een eigendom van een onderneming, deze aandelen kunnen worden
verhandeld. Dit gebeurt meestal op een aandelenbeurs, de belangrijkste is de AEX.
Als een onderneming winst maakt kan een deel van deze winst uitgekeerd worden aan de
aandeelhouders, deze winstuitkering heet dividend.
Bij keuzedividend kiest de aandeelhouder op welke manier uitgekeerd word. Dit kan uitgekeerd
worden in geld (cash dividend) en in aandelen ( stock dividend). Als de onderneming winst maakt
dan zal ook de koers stijgen en word het aandeel dus meer waard.
- Het rendement op aandelen bestaat uit het dividendrendement en het koersendement bij
verkoop van de aandelen.
- Het risico van aandelen is, dat de koers ervan afhankelijk is van veel factoren. Meestal is de
koers ook moeilijk te voorspellen. Kan dus een hoog risico zijn.