, Methode
Participanten
Er waren in totaal 606 participanten. Hiervan waren 308 jongens en 298 meisjes. De leeftijd
van de participanten varieerde van 7 tot 11 jaar (SD = 1.25 en een M = 9.03).
Materialen
Er is gebruik gemaakt van de SDQ-vragenlijst met betrekking tot kinderen tussen de 4 en 17
jaar oud (zonder impactbepaling), deze werd ingevuld door de ouders van de betreffende
kinderen. De totale vragenlijst bestond uit 25 vragen die zijn onder te verdelen in 5
subschalen, waaronder onder andere de prosociale schaal (item: 1, 4, 9, 17 en 20) (Goodman,
1997). Elke subschaal bestaan uit vijf vragen. Dan is er ook nog de totale probleemschaal,
deze bestaat uit de volgende subschalen: de Emotionele probleem schaal (item: 3, 8, 13, 16 en
24), de Gedragsprobleem schaal1 (item: 5, 7, 12, 18 en 22), de hyperactiviteit schaal (item: 2,
10, 15, 21 en 25) en de peer probleem schaal (item: 6, 11, 14, 19 en 23). Een hogere score op
deze subschalen betekend dus ook een hogere score op de totale probleemschaal. Er zitten ook
een aantal items tussen die moeten worden omgescoord, dat zijn items: 7, 11, 14, 21 en 25. In
de vragenlijst wordt gevraagd het betreffende kind te beoordelen op basis van de volgende
stellingen zoals: “Heeft vaak driftbuien of woede-uitbarstingen”, (een hoge score hierbij wijst
op gedragsproblemen) en “Houdt rekening met gevoelens van anderen” (een hoge score
hierbij betekend dat het kind prosociaal gedrag vertoont) (SDQ, 2020). De antwoord
mogelijkheden hierbij variëren tussen “Niet waar”, “Een beetje waar” en “Zeker waar”.
Hierbij horen de scores nul tot twee, waarbij “Niet waar” gelijk is aan nul en “Zeker waar”
gelijk is aan twee. De gegeven antwoorden worden geanalyseerd met behulp van JASP.
Procedure
De ouders vullen de vragenlijst in, vervolgens worden de gegeven antwoorden verwerkt in het
statistiekprogramma JASP voor verdere analyse.
Data analyse
De data van de participanten wordt geregistreerd in JASP. Met behulp hiervan wordt de
betrouwbaarheid (interne consistentie) onderzocht. Hierbij wordt gekeken naar de Cronbach’s
alfa van de subschalen Hyperactiviteit en Prosociaal gedraag. Ook wordt er gekeken naar de
1
Conduct problems scale