1. Theorie - Vastgoedrekenen ................................................................................. 3
Hoofdstuk 1 – Vastgoed en Investeringen ................................................................ 3
Hoofdstuk 2 – Waardebepaling van Vastgoed .......................................................... 4
Hoofdstuk 3 – Rendement bij vastgoed ................................................................... 4
Hoofdstuk 4 – Netto Contante Waarde (NCW) ......................................................... 8
Hoofdstuk 5 – Interne Rentabiliteit (IR).................................................................. 10
Hoofdstuk 6 – Hypotheken en rente ...................................................................... 11
Hoofdstuk 7 – Cashflow, NOI en Risico’s ............................................................... 12
Hoofdstuk 8 – Financiële gezondheid en solvabiliteit ............................................. 13
2. Oefenopgaves – Powerpoint Marco van Belle ........................................................ 14
2.1 Investeren ..................................................................................................... 14
2.2 Rendementen ............................................................................................... 15
2.3 Netto contante waarde (NCW)........................................................................ 17
2.4 Interne rentabiliteit ........................................................................................ 18
2.5 Leningen ....................................................................................................... 19
3. Antwoordblad Oefenopgaves ........................................................................... 21
3.1 Investeren ..................................................................................................... 21
3.2 Rendementen ............................................................................................... 21
3.3 Netto contante waarde (NCW)........................................................................ 22
3.4 Interne rentabiliteit ........................................................................................ 23
3.5 Leningen ....................................................................................................... 24
4. Meerkeuze oefenopgaves ................................................................................. 27
, 1. Theorie - Vastgoedrekenen
Hoofdstuk 1 – Vastgoed en Investeringen
Wat is vastgoed?
Vastgoed (onroerend goed) omvat gebouwen en grond die vastzitten aan de grond.
Voorbeelden zijn:
• Woningen (huizen, appartementen)
• Bedrijfspanden (kantoren, loodsen)
• Winkels
Vastgoed kan gekocht, verkocht of verhuurd worden. Het doel is vaak om inkomsten te
genereren (bijv. huur) of om vermogen op te bouwen door waardestijging.
Soorten investeringen in vastgoed
Er zijn twee vormen:
1. Directe investering: Beleggen van geld in een fysiek pand.
2. Indirecte investering: Beleggen via aandelen of vastgoedfondsen.
Een investering bestaat dus uit álle kosten die nodig zijn om het pand in gebruik te
nemen.
Formule Totale investering (F):
Totale investering = Aankoopprijs + Kosten koper (K.K.) + Achterstallig onderhoud
• Kosten koper (K.K.) = overdrachtsbelasting, notariskosten, taxatiekosten.
• Achterstallig onderhoud = noodzakelijke reparaties om het pand bruikbaar te
maken.
Voorbeeldopgave:
De aankoopprijs van het pand bedraagt €400.000,-, waarvan de K.K 6% van de aankoopprijs
bedraagt. Voor het pand bedraagt het achterstallig onderhoud €25.000,-. Wat is de Totale
investering om het pand in gebruik te nemen.
Berekening:
• Aankoopprijs = €400.000
• K.K. = 6% × €400.000 = €24.000
• Achterstallig onderhoud = €25.000
Totale investering = €400.000 + €24.000 + €25.000 = €449.000