Zonder belastinginkomsten zou Nederland niet kunnen zijn wat het nu is: een moderne
verzorgingsstaat met eenhoog voorzieningenniveau.
Belastingmoraal:
De feitelijke bereidheid van burger om datgene wat zij aan belasting verschuld zijn ook
daadwerkelijk te (willen) betalen.
Conjunctuurgevoelig:
In tijden van een economische crisis zijn hieruit minder inkomsten te verwachten (voorbeeld:
dividend uit bedrijven zoals KLM en KPN).
Tariefstelsel
- Progressief tarief: de belastingplichtige moet een hoger percentage aan belasting
betalen als het bedrag waarover belasting wordt betaald hoger is.
- Proportioneel tarief: er is een gelijkblijvend percentage aan belasting, ongeacht de
hoogte van het belastbaar bedrag (vlaktax).
Belastingen zijn:
- Gedwongen betalingen aan de overheid.
- Op grond van publiekrechtelijke regelingen.
- Waar geen rechtstreekse tegenprestatie van de overheid tegenover staat en
- Die geen bestraffend karakter hebben (bijv. verkeersboete)
Overheidsinstanties die belasting heffen:
1. Rijk omzetbelasting, loon- en inkomstenbelasting, accijnzen.
2. Provincie opcenten: wordt betaald door houder van een motorrijtuig.
3. Gemeente onroerendzaakbelasting, toeristenbelasting.
4. Waterschappen waterschapsbelasting.
Belastingen kunnen direct of indirect zijn
- Directe belastingen: belasting die wordt gedragen door degene die ze betaald. Je
kunt ze niet afwentelen op iemand anders (inkomstenbelasting).
- Indirecte belastingen: belasting die wordt afgewenteld op een ander (omzetbelasting:
btw).
Wijze van de heffing
- Aanslagbelasting: belasting die wordt opgelegd dmv een aanslag door
Belastingdienst
- Aangiftebelasting: belasting die door de belastingplichtige zelf wordt berekend en
betaald.
Het belastingrecht is te verdelen in het materieel en het formeel belastingrecht.
- Materieel belastingrecht: gaat over de inhoud.
- Formeel belastingrecht: gaat over de procedure.