De prenatale periode
Prenatale fase: de periode waarin de ongeboren mens uitgroeit tot een mens die rijp is om geboren
te worden.
De ontogenese= de ontwikkeling van het specifieke individu, interactie met omgeving (moeder)
De fylogenese= de ontwikkeling van de soort, de erfelijkheid
Drie belangrijke factoren:
- Groei: toename van cellen, lengte en gewicht. In strekte mate erfelijk bepaald. Factoren uit
de omgeving (voeding) beperkte invloed.
- Rijping: instaat zijn nieuwe functies te vervullen, lichamelijk of fysiologisch proces. Beinvloed
door de erfelijke factoren. (schedel, gelaatstrekken, psychische factoren)
- Leren: omgeving belangrijke rol. Ook te maken met erfelijke factoren, zoals intelligentie.
Conceptie: bevruchting van de vrouwelijke eicel door een mannelijk zaadcel.
Zygote: de bevruchte eicel
Drie trimester:
Het eerste trimester: (eerste tot derde maand)
- De bevruchte eicel bevat alle componenten voor de ontwikkeling.
- De eerste twee weken: innesteling vind plaats in de baarmoeder, celdeling van zygote
(germinale fase), chromosomen versmelten, het erfelijke materiaal vormt zich.
- Volgende zes weken: het centrale zenuwstelsel, de ogen, het hart, de oren, de tanden, het
gehemelte en de externe genitaliën ontwikkelen. Brein vormt zich.
- Deze twee periodes samen noemen we embryonale fase
- Na twaalf weken is de structurele uitbouw van het organisme volledig bereikt, je spreekt nu
van een foetus.
Het tweede trimester: (derde tot zevende maand)
- Foetus gaat allerlei bewegingen maken (buigen, strekken, handen sluiten, kruip- en
klimbewegingen)
- In deze maanden ontwikkelen de meeste reflexen, geven informatie over het functioneren
van de hersenen.
- Aan het eind van de 5de maand zijn bijna alle hersencellen aangemaakt.
- Hierna neemt het bewegen weer wat af en worden ingewikkelde functies ontwikkeld
(zintuigen)
Het derde trimester: (zevende tot negende maand)
- Snelle gewichtstoename
- Door beperkte beweegruimte, vaste plek innemen. (meestal hoofd naar beneden)
- De laatste maanden kan de foetus allerlei externe prikkels onderscheiden. (harde muziek,
hoge tonen, licht en donker) Ook kan hij smaken onderscheiden.
Verschillende meningen over wanneer bewust zijn komt. Ene zegt leerervaring, ander rijping en
ander conceptie. Verschillende visies:
- Leer theoretische of behavioristische visie: na geboorte onbeschreven blad, wordt bepaald
door leerervaringen. (voor geboorte geconditioneerd door prenatale ervaringen)
- Biologische visie: interne of erfelijke factoren bepalen de mens (geen prenatale bewustzijn,
reacties onbewust)
- Omgevingspsychologie visie: mens wordt bepaald door wisselwerking tussen de sociale en
ruimtelijke/materiële omgeving. (lage vorm van besef prenatale fase)
, - Cognitivistische visie: informatie verwerking en zelfsturing bepalend. Bewustzijn gekoppeld
aan vormen geheugen. (voor geboorte geen sprake van bewuste geheugenvorming en
geheugenstrategieën)
- Psychoanalytische visie: biologische aanleg en opvoedingservaringen bepalend. (vorm van
besef in baarmoeder, maar wordt later weer vergeten en opgeslagen in het onbewuste.)
- Humanistische visie: individuele belevingen, zelfontplooiing en eigen verantwoordelijkheid
bepalend.
Gazzanigia: bewustzijn vorm van zelfbewustzijn: hoe voel ik dat ik zelf ben
Anderen: bewustzijn verbonden met geheugen
Troon: relatie tussen taal en bewustzijn
Eccles: bewustzijn iets onstoffelijks, gescheiden van biologische ik.
Teratogene: middelen die van buiten komen en een schadelijke invloed hebben op de prenatale
ontwikkeling.
- Alcohol- en/of drugsgebruik: lager geboorte gewicht, minder alert reageren, wiegendood,
Foetaal Alcohol Syndroom, lichamelijke afwijkingen, di-thylstilbestrol (DES)
- Ondervoeding: neurologische afwijkingen, hoge bloedruk, schizofrenie en depressies
- Chemicaliën en stralingsgevaar: afwijking centrale zenuwstelsel, vergiftiging
- Ongelukken: vroeggeboorte of beschadiging van foetus
- Te kleine placenta: verminderde toevoer van zuurstof en voedingstoffen, ontwikkeling
nadelig beïnvloed
- Infectieziekten: afwijkingen bij geboorte
- Psychische ziekten: erfelijke belasting, stress, angst of depressies.
- Zware stress: meer bewegen in slaap, periode diepe slaap korter.
- Leeftijd aanstaande moeder: effect op ontwikkeling, jonge leeftijd grotere kans op
vroeggeboorte en doodgeboren kind. Oudere leeftijd te vroeg geboren, psychische
problemen, grotere kans op chromosoomafwijkingen.
- Leeftijd vader: invloed psychische ontwikkeling.
Prenatale fase: de periode waarin de ongeboren mens uitgroeit tot een mens die rijp is om geboren
te worden.
De ontogenese= de ontwikkeling van het specifieke individu, interactie met omgeving (moeder)
De fylogenese= de ontwikkeling van de soort, de erfelijkheid
Drie belangrijke factoren:
- Groei: toename van cellen, lengte en gewicht. In strekte mate erfelijk bepaald. Factoren uit
de omgeving (voeding) beperkte invloed.
- Rijping: instaat zijn nieuwe functies te vervullen, lichamelijk of fysiologisch proces. Beinvloed
door de erfelijke factoren. (schedel, gelaatstrekken, psychische factoren)
- Leren: omgeving belangrijke rol. Ook te maken met erfelijke factoren, zoals intelligentie.
Conceptie: bevruchting van de vrouwelijke eicel door een mannelijk zaadcel.
Zygote: de bevruchte eicel
Drie trimester:
Het eerste trimester: (eerste tot derde maand)
- De bevruchte eicel bevat alle componenten voor de ontwikkeling.
- De eerste twee weken: innesteling vind plaats in de baarmoeder, celdeling van zygote
(germinale fase), chromosomen versmelten, het erfelijke materiaal vormt zich.
- Volgende zes weken: het centrale zenuwstelsel, de ogen, het hart, de oren, de tanden, het
gehemelte en de externe genitaliën ontwikkelen. Brein vormt zich.
- Deze twee periodes samen noemen we embryonale fase
- Na twaalf weken is de structurele uitbouw van het organisme volledig bereikt, je spreekt nu
van een foetus.
Het tweede trimester: (derde tot zevende maand)
- Foetus gaat allerlei bewegingen maken (buigen, strekken, handen sluiten, kruip- en
klimbewegingen)
- In deze maanden ontwikkelen de meeste reflexen, geven informatie over het functioneren
van de hersenen.
- Aan het eind van de 5de maand zijn bijna alle hersencellen aangemaakt.
- Hierna neemt het bewegen weer wat af en worden ingewikkelde functies ontwikkeld
(zintuigen)
Het derde trimester: (zevende tot negende maand)
- Snelle gewichtstoename
- Door beperkte beweegruimte, vaste plek innemen. (meestal hoofd naar beneden)
- De laatste maanden kan de foetus allerlei externe prikkels onderscheiden. (harde muziek,
hoge tonen, licht en donker) Ook kan hij smaken onderscheiden.
Verschillende meningen over wanneer bewust zijn komt. Ene zegt leerervaring, ander rijping en
ander conceptie. Verschillende visies:
- Leer theoretische of behavioristische visie: na geboorte onbeschreven blad, wordt bepaald
door leerervaringen. (voor geboorte geconditioneerd door prenatale ervaringen)
- Biologische visie: interne of erfelijke factoren bepalen de mens (geen prenatale bewustzijn,
reacties onbewust)
- Omgevingspsychologie visie: mens wordt bepaald door wisselwerking tussen de sociale en
ruimtelijke/materiële omgeving. (lage vorm van besef prenatale fase)
, - Cognitivistische visie: informatie verwerking en zelfsturing bepalend. Bewustzijn gekoppeld
aan vormen geheugen. (voor geboorte geen sprake van bewuste geheugenvorming en
geheugenstrategieën)
- Psychoanalytische visie: biologische aanleg en opvoedingservaringen bepalend. (vorm van
besef in baarmoeder, maar wordt later weer vergeten en opgeslagen in het onbewuste.)
- Humanistische visie: individuele belevingen, zelfontplooiing en eigen verantwoordelijkheid
bepalend.
Gazzanigia: bewustzijn vorm van zelfbewustzijn: hoe voel ik dat ik zelf ben
Anderen: bewustzijn verbonden met geheugen
Troon: relatie tussen taal en bewustzijn
Eccles: bewustzijn iets onstoffelijks, gescheiden van biologische ik.
Teratogene: middelen die van buiten komen en een schadelijke invloed hebben op de prenatale
ontwikkeling.
- Alcohol- en/of drugsgebruik: lager geboorte gewicht, minder alert reageren, wiegendood,
Foetaal Alcohol Syndroom, lichamelijke afwijkingen, di-thylstilbestrol (DES)
- Ondervoeding: neurologische afwijkingen, hoge bloedruk, schizofrenie en depressies
- Chemicaliën en stralingsgevaar: afwijking centrale zenuwstelsel, vergiftiging
- Ongelukken: vroeggeboorte of beschadiging van foetus
- Te kleine placenta: verminderde toevoer van zuurstof en voedingstoffen, ontwikkeling
nadelig beïnvloed
- Infectieziekten: afwijkingen bij geboorte
- Psychische ziekten: erfelijke belasting, stress, angst of depressies.
- Zware stress: meer bewegen in slaap, periode diepe slaap korter.
- Leeftijd aanstaande moeder: effect op ontwikkeling, jonge leeftijd grotere kans op
vroeggeboorte en doodgeboren kind. Oudere leeftijd te vroeg geboren, psychische
problemen, grotere kans op chromosoomafwijkingen.
- Leeftijd vader: invloed psychische ontwikkeling.