KOM HC1 - Bronnen, wetenschappelijk
onderzoek
Inleiding
Bronnen van informatie
Kenmerken wetenschappelijk onderzoek
Theorie data cyclus
Kwalitatieve onderzoeksvragen
Onderzoeksontwerp
SPICE
Inleiding
Overzicht cursus:
1. Kwalitatief onderzoek
2. Correlationeel onderzoek
3. Experimenteel onderzoek
4. Integriteit
Bronnen van informatie
Ervaring (p. 24-27 Part I)
Er zijn twee problemen bij het maken van conclusies op basis van ervaringen
Het dagelijks leven bevat geen vergelijkende ervaringen. Je voelt je beter door x, maar hoe zou je je
hebben gevoeld zonder x? Beter, slechter of gewoon hetzelfde?
Er gebeuren meerdere dingen tegelijk, dus je weet niet wat nou precies de oorzaak is van een bepaald
iets. De alternatieve verklaringen heten confounds (verwarringen).
Intuïtie (p. 30-36 Part I)
Er zijn vijf verschillende manieren waarop onze intuïtie is bevooroordeeld
1. Good story: Beïnvloed worden door een goed verhaal (dat niet altijd waar hoeft te zijn).
2. Availability: Recente gebeurtenissen makkelijk kunnen herinneren waardoor je deze zwaarder laat
meewegen dan andere dingen. Overtuigd worden door wat gemakkelijk in je opkomt (doordat je het bv
vaak op het nieuws hebt gezien of je het pas hebt meegemaakt).
3. Present/ present bias: We onthouden alleen de keren dat iets wél gebeurt, maar denken niet na over
de keren dat het niet gebeurde. We trekken dus een conclusie op basis van de beschikbare informatie.
a. Bv: je hebt het gevoel dat het stoplicht altijd bij jou op rood springt, maar je vergeet al die keren
dat hij al groen was toen je aankwam fietsen.
b. Bv: je denkt dat je altijd pech hebt met het weer tijdens jouw vakantie. Je kan je de keren
herinneren dat het regende, maar vergeet de vele keren dat het prachtig weer was.
4. Confirmation bias: Het (on)opzettelijk negeren van resultaten die niet overeenkomen met je eigen
verwachtingen (bevestiging van jouw mening vinden).
5. Bias blind spot: Geloven dat wij niet of minder bevooroordeeld zijn dan anderen.
a. Als je denkt dat jouw mening beter is dan die van anderen.
KOM HC1 - Bronnen, wetenschappelijk onderzoek 1
, Autoriteit (p. 36-41 Part I)
Een autoriteit kan iets beweren op basis van zijn ervaring, intuïtie of wetenschappelijk onderzoek. Alleen
in dat laatste geval kan je er vaak op vertrouwen dat het klopt.
Wetenschappelijk onderzoek
Onderzoeksresultaten zijn probabilistic (waarschijnlijk). Ze kunnen dus afwijken van jouw ervaring.
Je hebt twee soorten artikelen:
Empirical journal articles - Resultaten van nieuw empirisch onderzoek waarbij alles goed wordt
beschreven.
Review journal articles - Een samenvatting van meerdere studies over het onderwerp. Bij een meta-
analyse gaat het om heel veel studies waarbij een effect size wordt berekend. Dit zegt iets over de
relatie tussen de studies.
Onderzoek kan verzameld worden in (edited) books. Of een expert heeft een heel boek geschreven of elk
hoofdstuk bevat een ander onderzoek geschreven door verschillende experts. Ze zijn niet peer-reviewed.
Bij het lezen van artikelen moet je je altijd afvragen wat de argumenten zijn en wat het bewijs is voor het
ondersteunen van deze argumenten.
Journalisten veranderen onderzoeken in nieuwsverhalen door het samen te vatten en interessant te maken voor
een breed publiek. Deze artikelen zijn toegankelijker, maar verdraaien soms de waarheid (p.17).
Zie p. 38 Part I voor een mooi overzicht.
Kenmerken wetenschappelijk onderzoek
1. Empirisch - Gebaseerd op systematische waarnemingen.
2. Controleerbaar - Andere onderzoekers moeten het kunnen controleren (peer review).
3. Probabilistisch - Uitspraken in onzekerheid.
Ze zullen nooit zeggen “iets is bewezen”. Eerder “dit onderzoek ondersteunt de theorie”
Empiristen zullen nooit iets beweren wanneer ze dit niet zelf hebben geobserveerd.
Als de data een theorie niet support, zijn ze inconsistent met een theorie. Het betekent niet dat de theorie
dan niet kan kloppen.
Bv: elke raaf die ik heb gezien is zwart, ipv alle raven zijn zwart.
Bv: Het percentage ligt tussen de 40 en 60, niet precies 50.
Theorie data cyclus
Theorie - Een geheel van denkbeelden, hypothesen en verklaringen die in onderlinge samenhang worden
beschreven. In de wetenschap is een theorie een getoetst model ter verklaring van waarnemingen van de
werkelijkheid (Wikipedia).
- Een reeks uitspraken die, zo eenvoudig mogelijk, beschrijft hoe variabelen zich tot elkaar verhouden (definitie
uit boek).
Kenmerken goede wetenschappelijke theorie:
Ondersteund door data uit wetenschappelijk onderzoek
Falsifieerbaar - Het moet mogelijk zijn dat een theorie weerlegd kan worden aan de hand van verzamelde
gegevens.
Als deze data er niet is, is het geen goede theorie.
Omdat een theorie falsifieerbaar moet zijn, en er dus observaties of experimenten zijn die de theorie
zouden kunnen weerleggen, kan een theorie nooit bewezen worden.
KOM HC1 - Bronnen, wetenschappelijk onderzoek 2
, Spaarzaam (parsimonious) - Als een eenvoudige theorie bestaat, is het niet nodig om deze complexer te
maken.
Theorie data cyclus:
Idee→onderzoeksvragen→onderzoeksontwerp→hypothesen→dataverzameling→data-analyse
Ondersteunende data leidt tot versterking van de theorie.
Niet-ondersteunende data leidt tot herziening van de theorie of een verbeterd onderzoeksontwerp.
Iteratieve - Je wisselt continu tussen verschillende fasen.
Theorie publiceren:
Voordat een studie wordt gepubliceerd in een scientific journal, worden ze anoniem beoordeeld door peers.
Zij beoordelen het werk op hoe belangrijk het is, of het past bij de bestaande kennis, hoe bekwaam het
onderzoek is gedaan en hoe overtuigend de resultaten zijn (p. 17 Part I).
Het voordeel van publiceren is dat andere wetenschappers (peers) de theorie kunnen verifiëren en kunnen
uitdagen waardoor de wetenschap self-correcting is.
Kwalitatieve onderzoeksvragen
Verschillende soorten onderzoeksvragen:
1. Fundamenteel (basic) - Het oplossen van kennisvragen waarbij wordt gekeken naar basisinformatie. Vaak
staat er niet van tevoren vast of en hoe de resultaten worden gebruikt. De vragen zijn vaak kort, duidelijk en
juist te beantwoorden.
a. Wat is dyslexie?
b. Is er een relatie tussen eenzaamheid en gezondheid?
c. Wat is de capaciteit van het menselijk geheugen?
d. Hoe werkt het brein van een kind met ADHD?
2. Toegepast (applied) - Het oplossen van praktijkproblemen door kennis toe te passen in een onderzoek. Er is
een duidelijk doel waarvoor de resultaten voor kunnen worden gebruikt. Er zijn meerdere juiste antwoorden.
a. Hoe help ik een kind in de klas om ervoor te zorgen dat…?
b. Hoe kan je eenzaamheid bestrijden?
3. Translational research - De resultaten van fundamenteel onderzoek vertalen naar toegepaste gebieden (p. 16
Part I)
Basic Translational Applied
Kunnen meditatielessen de Werkt het nieuwe meditatieprogramma op deze school
Welke delen van het brein zijn
leerprestaties van studenten om studenten te laten focussen tijdens
actief tijdens het mediteren?
verbeteren? wiskundelessen?
KOM HC1 - Bronnen, wetenschappelijk onderzoek 3
, Onderzoeksontwerp
Kwalitatief
Voor begrijpen van sociale fenomenen uit de omgeving vanuit hun natuurlijke context.
Inductie - Vanuit specifieke observaties toewerken naar algemene patronen. Hieruit ontstaat een nieuwe
theorie.
De stap data-verzameling wordt overgeslagen.
Er is vrijwel nooit een hypothese.
Voorbeelden methoden kwalitatief onderzoek:
Enquête
Gesproken of geschreven teksten
Observaties gedrag en interactie
Beeldmateriaal
Voorbeelden onderwerpen kwalitatief onderzoek:
Culturele verschillen in de zorg voor ouderen
Motieven studenten daten
De ideeën van Amerikanen over het recht van Wapenbezit
Alleenstaande ouderen en daten
SPICE
Een onderzoeksvraag van een kwalitatief onderzoek kan je herkennen aan SPI(C)E:
Setting: Waar, in welke context?
Perspective: Voor wie?
Interest: Wat?
Comparison: Vergeleken met wat? Deze wordt niet altijd gebruikt.
Evaluation: Met welk resultaat? Wat wordt geëvalueerd? Het heeft als doel om het onderzoek meer focus te
geven.
Voorbeeld S P I C E
Hoe ervaren tieners in Azië
stoppen met roken met
Stoppen met De twee
ofwel een ‘cold turkey’ Azië Tieners Ervaren
roken aanpakken
aanpak ofwel met support
van interventie X?
Wat vindt het
Opleiding voor
reinpersoneel in Nederland
Nederland Treinpersoneel omgang met - Vinden van
van een opleiding voor
geweld
omgang met geweld?
Welk sociaal-emotioneel
Sociaal-
gedrag tegenover
emotioneel
leeftijdsgenoten vertonen Kinderen van verslaafde
Nederland gedrag - Vertonen
kinderen van verslaafde ouders bij centrum X
tegenover
ouders die cliënt zijn bij
leeftijdsgenoten
Centrum X in Nederland?
Welke redenen geven Nederland Startende Het maken van - Redenen geven
startende basisschoolleerkrachten een carrière
basisschoolleerkrachten in
KOM HC1 - Bronnen, wetenschappelijk onderzoek 4