C1 - Surveys: methoden en operationalisatie
Introductie
Data binnen correlationeel onderzoek
Surveys
Soorten surveys
Mixed-method
Panelonderzoek en herhaald cross-sectioneel onderzoek
Operationaliseren
Itemscores & schaalscores
Ompolen
Introductie
Het vak Toepassen van Onderzoeksmethoden en Statistiek is opgedeeld in drie hoofdonderdelen: correlationeel,
experimenteel en kwalitatief onderzoek. Elk onderdeel bestaat uit vier inhoudelijke hoorcolleges, een
responsiecollege en een formatieve toets.
In eerdere colleges is de onderzoekscyclus besproken. De komende colleges richten zich vooral op hoe het
onderzoeksontwerp eruit ziet.
Data binnen correlationeel onderzoek
Correlationele data is overal aanwezig. Denk aan:
Klanttevredenheid.
Politieke peilingen.
Overheidsstatstieken.
Data kan op twee manieren worden verzameld:
Toevallig (organic), zoals de hoeveelheid likes op een Insta-post.
Doelgericht (designed), zoals via een survey.
Doelen van data verzamelen:
De sociale werkelijkheid beschrijven.
C1 - Surveys: methoden en operationalisatie 1
, (Causale) relaties bestuderen.
Generaliseren naar de doelpopulatie.
Inferentiële doelen:
Beschrijven: Bv de economische positie van vrouwen is verbeterd.
Causaliteit: Bv vaders met een dochter als eerstgeborene hebben meer aandacht voor gendergelijkheid.
Voorspellen: Bv de zetelverdeling van de Tweede Kamer bij de verkiezingen voorspellen.
Surveys
Survey - Een onderzoeksmethode waarbij onderzoekers gegevens verzamelen door meerdere personen een
serie aan vragen te stellen.
Matrixvragen - Een reeks vragen met identieke antwoordcategorieën.
Kenmerken goede antwoordcategorieën:
1. Uitputtend: Elke respondent moet zich kunnen identificeren met één van de aangeboden
antwoordmogelijkheden. Het mag niet zo zijn dat het antwoord van een respondent er niet tussen staat.
2. Uitsluitend: De antwoordopties mogen elkaar niet overlappen. Respondenten moeten in de mogelijkheid
gesteld worden een antwoord te kunnen kiezen. Het mag niet zo zijn dat het antwoord van een respondent in
twee antwoordcategorieën valt.
Soorten surveys
Face-to-face
Post
Telefonisch
Internet
Verschillen tussen typen surveys:
Mate van betrokkenheid interviewer
Interactie met respondent
Privacyniveau
Communicatiemogelijkheden (beeld en/of geluid)
Gebruik van technologie
Eigenschap Face-to-face Post Telefonisch Internet
Kosten Hoog Laag Laag
Respons Hoog Laag Hoog
Controle van onderzoeker over interview Hoog Laag
Interviewer effecten Hoog Laag Laag
Mixed-method
Mixed-method - Een combinatie van verschillende surveyvormen binnen één onderzoek. Verschillende vormen
voor…
C1 - Surveys: methoden en operationalisatie 2
, Verschillende soorten respondenten.
Bv: Per post voor mensen zonder internet.
Werving en afname.
Bv: Uitnodiging per post, survey online.
Herinneringen.
Bv: Telefonische herinnering voor online survey.
Hoofd- en subonderwerpen.
Bv: Grootste gedeelte face-to-face, maar gevoelige onderwerpen online anoniem.
Opeenvolgende rondes van een panelonderzoek.
Bv: Eerst face-to-face, daarna online om kosten te besparen.
Panelonderzoek en herhaald cross-sectioneel onderzoek
Panelonderzoek - Onderzoek waarbij dezelfde groep respondenten over een langere periode herhaaldelijk wordt
bevraagd met dezelfde vragenlijst.
Voordelen:
Leeftijds-, periode- en cohorteffecten kunnen worden beschreven.
Binnen-persoon veranderingen kunnen gemeten worden.
Nadeel:
Attrition - Uitval van respondenten.
Panel conditionering - Leereffecten door herhaald deelnemen. Respondenten leren hoe ze antwoord
moeten geven op vragen of vullen automatisch hetzelfde antwoord in als de vorige keer.
Herhaald cross-sectioneel onderzoek - Onderzoek waarbij op verschillende meetmomenten andere groepen
respondenten worden bevraagd met dezelfde vragenlijst.
Voordelen:
Ook geschikt voor leeftijds-, periode- en cohorteffecten.
Minder uitval.
Geen leereffecten.
Lagere kosten.
Nadelen:
Binnen-persoon veranderingen kunnen niet gemeten worden.
Operationaliseren
Wanneer we fysieke kenmerken meten, is het voor iedereen meteen duidelijk wat ermee bedoeld wordt, hoe het
gemeten moet worden en welke waarden de variabele aan kan nemen.
Bij theoretische begrippen is dat vaak wat minder duidelijk. Daarom is het belangrijk dat onderzoekers het hele
proces operationalisatie doorlopen en duidelijk beschrijven.
Operationaliseren - Het meetbaar maken van een theoretisch begrip via het volgende stappenplan:
1. Theoretisch begrip - Het abstracte begrip dat onderzocht wordt.
2. Conceptuele definitie - Een heldere omschrijving van wat het begrip inhoudt.
3. Operationele definitie - Hoe het begrip wordt gemeten.
4. Variabele - De meetbare eenheid binnen het onderzoek.
C1 - Surveys: methoden en operationalisatie 3
, Itemscores & schaalscores
(Grasple PC8)
Likert-schaal - Een meetschaal waarbij respondenten hun mate van (on)eens zijn met een stelling aangeven, bv
op een schaal van ‘helemaal niet’ tot ‘helemaal wel’.
Itemscore - De numerieke waarde die aan een enkel antwoord wordt toegekend bij een Likert-schaal. Door deze
numerieke waarde is de data op intervalniveau, in plaats van ordinaal (want de verschillen tussen de
antwoordopties zijn nu gelijk gemaakt).
Schaalscore - Een samengestelde score die een variabele representeert, berekend op basis van meerdere
itemscores. Er zijn meerdere opties om de schaalscore te berekenen:
Optie 1: Optellen van itemscores.
Nadeel: Bij missende waarden (vragen die niet zijn ingevuld) is de totaalscore vertekend en moeten
respondenten misschien worden uitgesloten.
Optie 2: Gemiddelde van itemscores berekenen.
Voordeel: Respondenten met ontbrekende antwoorden kunnen alsnog worden meegenomen.
Nadeel: Gemiddelden zijn niet altijd betekenisvol bij veel ontbrekende waarden.
Ompolen
(Grasple PC6)
Omgekeerd geformuleerde items - Een surveyvraag waarbij een hoog cijfer een negatief oordeel betekent en
andersom. Ze worden gebruikt om ervoor te zorgen dat de respondenten de vragen goed lezen en niet zomaar
wat invullen.
Ompolen - Het omkeren van de scores van de omgekeerd geformuleerde items zodat alle antwoordopties in
dezelfde richting scoren. De hoogste score wordt dus bv de laagste score. De omgepoolde items worden vaak
aangeduid met een extra label, bv ‘_R’ (van reversed).
C1 - Surveys: methoden en operationalisatie 4