✏️
K1 - Dataverzameling
Interviews
Kwalitatief interview
Vraag-antwoord model
Onderdelen interview
Wanneer interviews?
Focusgroepen
Groepssamenstelling en grootte
Fasen van een focusgroep
Vormen van focus groepen
Wanneer focus groep
Eliciteren
Probes en promps
Eliciterende materialen
Observaties
Typen observaties
Rol van de onderzoeker
Wat te observeren
Wanneer observaties
Bestaande data
Toegankelijkheid data
Manifest en latent
Wanneer bestaande data
Triangulatie
Etnografisch onderzoek
Gatekeeper en key-informant
Rol als onderzoeker
Kwaliteit onderzoek
Toepassen op grotere context
Interviews
Kwalitatief interview
Kwalitatief interview - Ongestructureerd of semi-gestructureerd vragen stellen. Een gestructureerd interview is
eigenlijk een survey en kan gebruikt worden bij correlationeel onderzoek.
Vormen van interviews:
Face to face
Telefonisch
Online
Go-along - Het interview vind plaats terwijl je iets actiefs aan het doen bent, zoals een wandeling. Het
gesprek voelt dan natuurlijker en dynamischer. Het is wel lastig te managen.
Etnografisch
Vraag-antwoord model
Vraag-antwoord model - De respondent doorloopt vier stappen tussen het horen van de vragen en deze
beantwoorden. Als interviewer faciliteer je dit volledige proces door vragen te stellen en te motiveren.
1. Comprehension: Begrijpen van de vraag.
K1 - Dataverzameling 1
, 2. Retrieval: Ophalen van informatie.
3. Judgement: Gedachten, ideeën, meningen, ervaringen, herinneringen in het hoofd van de respondent.
4. Respons: De gedachten worden geverbaliseerd tot antwoorden.
Onderdelen interview
1. Aankomst en introductie:
Zorg dat je alles op orde hebt en je professioneel en betrouwbaar overkomt.
2. Introductie onderzoek:
Consent vragen, informatie delen met respondent over interview, onderwerp inleiden.
3. Begin van het interview:
Rustig inkomen door de respondent zichzelf voor te laten stellen en een beginvraag stellen.
4. Tijdens het interview:
Lastige onderwerpen bespreken.
5. Einde interview:
Terugbrengen naar rustig niveau (als er een lastig onderwerp is besproken), eindigen met losse onderwerpen,
normaal gesprek.
6. Na het interview:
Mogelijkheid tot laatste vragen, afsluiting, bedanken, napraatje.
Building rapport - Een goede band creëren met de respondent. Vaak door een goede eerste indruk achter te
laten.
Doorknop effect - Het interview is afgesloten en de respondent staat op het punt om te gaan, maar bedenkt dan
(bij de deurknop) ineens dat hij/zij vergeten is iets belangrijkst te melden. Dit is lastig, omdat je het interview al
hebt afgesloten, de opname is gestopt en er waarschijnlijk geen tijd meer is. Het effect ontstaat doordat er tijdens
het interview spanning was, waardoor de respondent het nu pas kan herinneren.
Oplossing: De respondent tijdens het interview de ruimte geven en spanning verlagen voordat je het interview
afsluit. Dus niet een te snel einde maken aan het interview.
Wanneer interviews?
Je gebruikt interviews als je het volgende wilt onderzoeken:
Grotere context.
Ervaringen.
Individuele visies.
Focusgroepen
Focusgroep is niet hetzelfde als een groepsinterview.
Groepsinterview - Je stelt de respondenten in de groep om de beurt dezelfde vraag. Je doet dus eigenlijk
meerdere interviews tegelijk. Respondenten krijgen niet echt de kans om op elkaar te reageren.
Focusgroep - De onderzoeker is de moderator die zorgt dat er een gesprek op gang komt tussen de
respondenten over het onderwerp. Deze interactie geeft informatie die je niet kon verkrijgen met losse
interviews. Bij een focusgroep krijgen participanten de mogelijkheid om te luisteren, reflecteren en over hun
standpunt na te denken. Ze hoeven niet direct te reageren op een vraag zoals bij een normaal interview.
Groepssamenstelling en grootte
Je kan verschillende soorten focusgroepen hebben:
Heterogeen (verschillende soort mensen) of homogeen.
K1 - Dataverzameling 2
, Vreemden, bekenden of bestaande groep.
Kleine of grote groep.
De keuze is afhankelijk van:
Onderwerp.
Sensitiviteit: Gevoelige onderwerpen zijn prettiger te bespreken in kleine focusgroepen met bekenden.
Complexiteit.
Breedte en diepte discussie: In een kleine groep ga je sneller dieper in op een onderwerp, want respondenten
krijgen vaker de kans om iets te zeggen. In een onbekende groep kunnen respondenten wat terughoudender
zijn en minder snel de diepte in gaan.
Populatie betrokken bij onderzoek: Als de focusgroep betrokken is bij het onderzoek, kunnen ze er meer over
vertellen.
Fasen van een focusgroep
Model van focusgroepsfasen:
1. Forming: Introductie onderwerp, voorstelrondje,
erachter komen hoe respondenten zich tot elkaar
gaan verhouden (wie is uitgesproken, wie is stil,
etc.).
2. Storming: Er ontstaan conflicten.
3. Norming: Normen van het gesprek vaststellen.
4. Performing: Gesprekken aangaan. Wanneer er
weer conflicten ontstaan of er neigt naar
adjourning te gaan, dan kan er teruggegaan
worden naar storming.
5. Adjourning: Gesprek loopt dood, afsluiting.
Andere focusgroepfasen:
1. Introductie en basisregels vaststellen
2. Individuele introducties
3. Openingstopic
4. Discussie
5. Afronding discussie
Vormen van focus groepen
Two-way - Focusgroep is verdeeld in twee groepen waarbij steeds één groep aan de beurt is. Andere groep kan
ondertussen nadenken en aantekeningen maken en krijgen hierdoor de tijd om over antwoorden na te denken.
Dual moderator - Er zijn twee moderatoren met ieder eigen verantwoordelijkheden. Vaak is één de leider en de
ander zorgt voor bv opnames, snacks en aantekeningen.
Dualing moderator - Er zijn twee moderatoren die met twee verschillende perspectieven met elkaar in discussie
gaan om de respondenten te laten zien hoe je een standpunt inneemt en hoe je deze verdedigd en hoe je hierop
tegenin kan gaan en met nieuwe argumenten te komen. Zo hoop je respondenten mee te nemen.
Respondent moderator - Je bent niet zelf de moderator maar zegt tegen de focus groep dat zij zelf een
respondent mogen aanwijzen. Dit doe je als je zelf te sturend zal zijn.
K1 - Dataverzameling 3
K1 - Dataverzameling
Interviews
Kwalitatief interview
Vraag-antwoord model
Onderdelen interview
Wanneer interviews?
Focusgroepen
Groepssamenstelling en grootte
Fasen van een focusgroep
Vormen van focus groepen
Wanneer focus groep
Eliciteren
Probes en promps
Eliciterende materialen
Observaties
Typen observaties
Rol van de onderzoeker
Wat te observeren
Wanneer observaties
Bestaande data
Toegankelijkheid data
Manifest en latent
Wanneer bestaande data
Triangulatie
Etnografisch onderzoek
Gatekeeper en key-informant
Rol als onderzoeker
Kwaliteit onderzoek
Toepassen op grotere context
Interviews
Kwalitatief interview
Kwalitatief interview - Ongestructureerd of semi-gestructureerd vragen stellen. Een gestructureerd interview is
eigenlijk een survey en kan gebruikt worden bij correlationeel onderzoek.
Vormen van interviews:
Face to face
Telefonisch
Online
Go-along - Het interview vind plaats terwijl je iets actiefs aan het doen bent, zoals een wandeling. Het
gesprek voelt dan natuurlijker en dynamischer. Het is wel lastig te managen.
Etnografisch
Vraag-antwoord model
Vraag-antwoord model - De respondent doorloopt vier stappen tussen het horen van de vragen en deze
beantwoorden. Als interviewer faciliteer je dit volledige proces door vragen te stellen en te motiveren.
1. Comprehension: Begrijpen van de vraag.
K1 - Dataverzameling 1
, 2. Retrieval: Ophalen van informatie.
3. Judgement: Gedachten, ideeën, meningen, ervaringen, herinneringen in het hoofd van de respondent.
4. Respons: De gedachten worden geverbaliseerd tot antwoorden.
Onderdelen interview
1. Aankomst en introductie:
Zorg dat je alles op orde hebt en je professioneel en betrouwbaar overkomt.
2. Introductie onderzoek:
Consent vragen, informatie delen met respondent over interview, onderwerp inleiden.
3. Begin van het interview:
Rustig inkomen door de respondent zichzelf voor te laten stellen en een beginvraag stellen.
4. Tijdens het interview:
Lastige onderwerpen bespreken.
5. Einde interview:
Terugbrengen naar rustig niveau (als er een lastig onderwerp is besproken), eindigen met losse onderwerpen,
normaal gesprek.
6. Na het interview:
Mogelijkheid tot laatste vragen, afsluiting, bedanken, napraatje.
Building rapport - Een goede band creëren met de respondent. Vaak door een goede eerste indruk achter te
laten.
Doorknop effect - Het interview is afgesloten en de respondent staat op het punt om te gaan, maar bedenkt dan
(bij de deurknop) ineens dat hij/zij vergeten is iets belangrijkst te melden. Dit is lastig, omdat je het interview al
hebt afgesloten, de opname is gestopt en er waarschijnlijk geen tijd meer is. Het effect ontstaat doordat er tijdens
het interview spanning was, waardoor de respondent het nu pas kan herinneren.
Oplossing: De respondent tijdens het interview de ruimte geven en spanning verlagen voordat je het interview
afsluit. Dus niet een te snel einde maken aan het interview.
Wanneer interviews?
Je gebruikt interviews als je het volgende wilt onderzoeken:
Grotere context.
Ervaringen.
Individuele visies.
Focusgroepen
Focusgroep is niet hetzelfde als een groepsinterview.
Groepsinterview - Je stelt de respondenten in de groep om de beurt dezelfde vraag. Je doet dus eigenlijk
meerdere interviews tegelijk. Respondenten krijgen niet echt de kans om op elkaar te reageren.
Focusgroep - De onderzoeker is de moderator die zorgt dat er een gesprek op gang komt tussen de
respondenten over het onderwerp. Deze interactie geeft informatie die je niet kon verkrijgen met losse
interviews. Bij een focusgroep krijgen participanten de mogelijkheid om te luisteren, reflecteren en over hun
standpunt na te denken. Ze hoeven niet direct te reageren op een vraag zoals bij een normaal interview.
Groepssamenstelling en grootte
Je kan verschillende soorten focusgroepen hebben:
Heterogeen (verschillende soort mensen) of homogeen.
K1 - Dataverzameling 2
, Vreemden, bekenden of bestaande groep.
Kleine of grote groep.
De keuze is afhankelijk van:
Onderwerp.
Sensitiviteit: Gevoelige onderwerpen zijn prettiger te bespreken in kleine focusgroepen met bekenden.
Complexiteit.
Breedte en diepte discussie: In een kleine groep ga je sneller dieper in op een onderwerp, want respondenten
krijgen vaker de kans om iets te zeggen. In een onbekende groep kunnen respondenten wat terughoudender
zijn en minder snel de diepte in gaan.
Populatie betrokken bij onderzoek: Als de focusgroep betrokken is bij het onderzoek, kunnen ze er meer over
vertellen.
Fasen van een focusgroep
Model van focusgroepsfasen:
1. Forming: Introductie onderwerp, voorstelrondje,
erachter komen hoe respondenten zich tot elkaar
gaan verhouden (wie is uitgesproken, wie is stil,
etc.).
2. Storming: Er ontstaan conflicten.
3. Norming: Normen van het gesprek vaststellen.
4. Performing: Gesprekken aangaan. Wanneer er
weer conflicten ontstaan of er neigt naar
adjourning te gaan, dan kan er teruggegaan
worden naar storming.
5. Adjourning: Gesprek loopt dood, afsluiting.
Andere focusgroepfasen:
1. Introductie en basisregels vaststellen
2. Individuele introducties
3. Openingstopic
4. Discussie
5. Afronding discussie
Vormen van focus groepen
Two-way - Focusgroep is verdeeld in twee groepen waarbij steeds één groep aan de beurt is. Andere groep kan
ondertussen nadenken en aantekeningen maken en krijgen hierdoor de tijd om over antwoorden na te denken.
Dual moderator - Er zijn twee moderatoren met ieder eigen verantwoordelijkheden. Vaak is één de leider en de
ander zorgt voor bv opnames, snacks en aantekeningen.
Dualing moderator - Er zijn twee moderatoren die met twee verschillende perspectieven met elkaar in discussie
gaan om de respondenten te laten zien hoe je een standpunt inneemt en hoe je deze verdedigd en hoe je hierop
tegenin kan gaan en met nieuwe argumenten te komen. Zo hoop je respondenten mee te nemen.
Respondent moderator - Je bent niet zelf de moderator maar zegt tegen de focus groep dat zij zelf een
respondent mogen aanwijzen. Dit doe je als je zelf te sturend zal zijn.
K1 - Dataverzameling 3