Motivatie is cruciaal voor gedragsverandering en bepaalt of iemand actie onderneemt. Het is geen
vast gegeven, maar iets dat kan veranderen, ontwikkelen en groeien. Coaches worstelen vaak met het
vinden van effectieve strategieën om mensen blijvend te motiveren. Dit hoofdstuk bespreekt
verschillende motivatietypes en de rol van de coach in het stimuleren van motivatie. Het is gebaseerd
op de zelfdeterminatietheorie, die stelt dat motivatie wordt beïnvloed door de basisbehoeften van
autonomie, verbondenheid en competentie. Door doelgerichte coaching kan de coach deze
behoeften adresseren om motivatie te bevorderen.
4.1 Het begrip motivatle
Motivatie is de reden waarom iemand actie onderneemt of een prestatie levert, zoals het streven
naar verandering of gewenst gedrag. Het woord motivatie komt van "motion" (beweging).
Persoonlijke behoeften spelen een belangrijke rol in motivatie, bijvoorbeeld de behoefte aan geld
voor levensonderhoud of een diploma om een baan te vinden. Het verhaal van Cor, een 69-jarige
man met reuma, toont aan dat door vragen te stellen, iemand zijn eigen motivatie kan ontdekken. De
apotheker helpt Cor zijn beweegredenen te verkennen, zoals misschien de wens om zijn gezondheid
te verbeteren door meer te bewegen bij een wandelclub.
4.2 De motiverende rol van de coach
Als coach heb je een cruciale rol in het stimuleren en motiveren van mensen met veranderwensen.
De manier waarop je je sessies inricht, een relatie opbouwt, beslissingen neemt en feedback geeft,
beïnvloedt het leereffect, plezier, inzet, volharding en gevoelens van competentie van de cliënt. Je
coachstijl kan zowel positief als negatief invloed hebben op de vooruitgang en het welzijn van de
cliënt. Het is belangrijk om te leren hoe je motivatie kunt bevorderen voor veranderprocessen en
psychologisch welzijn.
De zelfdeterminatietheorie van Deci en Ryan (2000) wordt gebruikt als basis voor motivationele
inzichten en coachingsvaardigheden. Deze theorie biedt een wetenschappelijk onderbouwd
perspectief op menselijke groei en geeft concrete aanwijzingen voor coaches om mensen effectief te
motiveren. Het biedt een stevige theoretische basis voor het ontwikkelen van motivatie in
veranderingsprocessen.
Het kennen van de bouwstenen van een motiverende aanpak is essentieel om iemand duurzaam te
motiveren. Zonder deze kennis ben je afhankelijk van intuïtie, wat minder effectief kan zijn.
4.2.1 De zelfdeterminatietheorie van Deci en Ryan
Motivatie speelt een cruciale rol in veel activiteiten, vaak zonder dat we ons hiervan bewust zijn. We
maken dagelijks keuzes, zoals het rijden naar werk, sociale activiteiten of het aannemen van extra
taken, vaak om verschillende redenen die we misschien niet altijd expliciet erkennen.
De zelfdeterminatietheorie (ZDT)
onderzoekt de onderliggende redenen
voor ons gedrag. Het kijkt niet alleen
naar de mate van motivatie, maar ook
naar het soort motivatie dat we hebben.
ZDT beschrijft motivatie als een
continuum van gecontroleerde
motivatie naar autonome motivatie,
waarbij de kwaliteit van de motivatie
toeneemt naarmate men verder naar
autonome motivatie verschuift. Het
, type motivatie beïnvloedt zowel hoe we ons voelen als hoe succesvol we zijn in het volhouden van
gezond gedrag.
Intrinsieke motivatie
Volgens de zelfdeterminatietheorie hebben individuen verschillende redenen om zich in te zetten
voor en vol te houden in bepaalde activiteiten.
Intrinsieke motivatie betekent dat iemand een activiteit uitvoert voor de activiteit zelf, uit plezier of
voldoening. Het gaat om nieuwsgierigheid, uitdaging en boeiendheid die drijfveren vormen voor
intrinsiek gemotiveerd gedrag, wat wordt gezien als het prototype van autonoom functioneren.
Extrinsieke motivatie
Bij het trainen voor een marathon kun je extrinsieke motivatie ervaren, bijvoorbeeld door
schuldgevoel of de wens de coach niet te teleurstellen, omdat de activiteit zelf niet altijd direct
voldoening geeft. Extrinsieke motivatie is gekoppeld aan een doel buiten de activiteit zelf.
Oorspronkelijk werden intrinsieke en extrinsieke motivatie als tegenpolen beschouwd, waarbij
intrinsieke motivatie als superieur werd gezien. De zelfdeterminatietheorie nuanceert dit door aan te
geven dat ook extrinsieke motivatie op vrijwillige wijze kan plaatsvinden, bijvoorbeeld als iemand de
zinvolheid van een handeling inziet.
Amotivatie - als motivatie afwezig Is
Amotivatie verwijst naar het gebrek aan motivatie, waarbij iemand geen intentie of energie heeft om
iets te doen en de inspanningen tot een minimum beperkt. Er zijn verschillende vormen van
amotivatie, zoals het denken dat iets te moeilijk is of het gebrek aan vertrouwen in eigen kunnen. Dit
leidt tot gevoelens van onzekerheid, onverschilligheid en faalangst, en kan weerstand oproepen tegen
de aanbevolen activiteit.
Amotivatie kan ook veroorzaakt worden door een gebrek aan basisbehoeften, zoals toegang tot
gezond eten of goede huisvesting, of door sociale factoren zoals een gebrek aan steun. Mensen die
zich in een staat van amotivatie bevinden, staan minder open voor gedragsverandering en willen vaak
hun huidige gedrag behouden.
Amotivatie is de moeilijkste groep om te bereiken als coach, en deze cliënten hebben veel compassie
en begrip nodig. Als coach kun je de cliënt aanmoedigen om te onderzoeken waarom ze niet
openstaan voor gedragsverandering, wat helpt bij het achterhalen van de oorzaak van hun
weerstand.
Extrinsleke motivatle
In de zelfdeterminatietheorie wordt extrinsieke motivatie onderverdeeld in vier types: externe druk,
interne druk, nutgedreven motivatie en waardegedreven motivatie.
Externe druk
Dit is de minst autonome vorm van extrinsieke motivatie, waarbij gedrag wordt uitgevoerd om
beloningen te verkrijgen of straffen te vermijden. Problemen ontstaan als de externe motivatie
wegvalt, bijvoorbeeld wanneer iemand door rood rijdt als er weinig verkeer is en de pakkans klein
lijkt.
Interne druk
Dit type motivatie komt van binnenuit en wordt gedreven door het vermijden van negatieve
gevoelens zoals schuld, schaamte of angst, of het nastreven van positieve gevoelens zoals
zelfverbetering. Deze vorm van motivatie kan leiden tot spanning en conflict, wat het moeilijker
maakt om gedragsveranderingen vol te houden op lange termijn.