de psychologie
Samenvatting van de hoofdstukken 1 t/m 9, 11 en 14 uit het
boek Pioneers of Psychology aangevuld met informatie uit
verwerkingsopdrachten.
Introductie
Introduction: Studying the history of psychology
Waarom is de geschiedenis van de psychologie als apart vak relevant?
1. Op de eerste plaats is het goed om met een historische benadering
even afstand te nemen van de zaken die in de beoefening van de
psychologie centraal staan, zoals data, methoden, experimenten en
theorie, en je af te vragen door welke (vaak toevallige) historische
omstandigheden die tot stand zijn gekomen.
William James probeerde psychologie als een wetenschap te definiëren
en kwam tot de conclusie dat sommige vragen buiten pure wetenschap
liggen en op een meer filosofische manier bekeken moeten worden.
Anderen waren het daar niet mee eens. Toch kan dit debat onze huidige
methodologische horizon verbreden: wat doet wetenschappelijke
psychologie wel en wat niet? Hoe zijn andere onderzoekers tot hun
eigen ideeën en ontwikkelingen gekomen?
2. Ten tweede is de geschiedenis belangrijk om psychologische ideeën uit
het verleden in de toen bestaande context te zien. Praktijken zoals
magnetiseren en hypnose (Franz Mesmer) zijn vanuit het hedendaagse
standpunt wat ridicuul, maar waren in de achttiende en negentiende
eeuw plausibele methoden. De wetenschap wordt op dit moment op
dezelfde manier beoefend: individuele, sociale, professionele en
politieke invloeden spelen een rol in overtuigingen. In de toekomst
kunnen sommige ideeën daarom misschien wel weer in een heel ander
licht gezien worden met de kennis die dan aan de orde is. Door meer te
leren over de geschiedenis ben je je bewuster van dit feit en kijk je
wellicht kritischer naar eigen handelen.
3. Als derde reden wordt reflexiviteit genoemd, de manier(en) waarop
we als mens naar onze 'menselijke natuur' kijken. Dat start als een kind
zichzelf herkent in een spiegel en betekent op een hoger niveau dat
iemand na kan denken over zijn eigen manier van denken. Op het
hoogste niveau refereert het aan de capaciteit van een psychologische
theorie om de manier waarop we onszelf begrijpen te veranderen.
Reflexiviteit kan uiteindelijk lijden tot veranderen in zelfbegrip. Die visie
op onszelf is nogal eens gewijzigd in de loop van de geschiedenis, en
de geschiedenis van zulke veranderende inzichten is op zichzelf al
leerzaam.
Naar aanleiding van een artikel van Robert Watson (student van Edwin
Boring) in de American Psychological Association werd er een soort
1
,gemeenschap opgericht voor mensen die geïnteresseerd waren in de
psychologie (rond 1960).
Historiografie: theorie, geschiedenis, methodes en aannames van het
schrijven van geschiedenis. De historiografie over Freud is bijvoorbeeld
enorm: er is veel literatuur. Toch blijft in al die literatuur de opvatting van
een schrijver belangrijk in wat er over iemand anders geschreven wordt.
Hoe kan de geschiedenis van de psychologie worden bestudeerd? In het
boek worden hiervoor drie paren van benaderingen genoemd:
- Internalisme versus externalisme
Internalisme is de benadering waarbij gekeken wordt naar de
ontwikkeling van ideeën zonder aandacht voor sociale en politieke
factoren.
Externalisme is de benadering waarbij de aandacht vooral uitgaat
naar externe factoren die de ontwikkelingen in een vakgebied
hebben beïnvloed.
- ‘Great man approach’ versus ‘Zeitgeist approach’
De 'Great Man approach' is geschiedschrijving die is gebaseerd op
grote namen. Bij de 'Zeitgeist approach' zijn de omstandigheden van
een bepaalde tijd maatgevend geweest voor een persoon om
belangrijke ideeën te ontwikkelen.
- Presentisme versus historicisme
Presentisme bekijkt het verleden door een hedendaagse bril en ziet
de huidige situatie als de beste. Kritiek leveren op slavernij is hier
een voorbeeld van. Het historicisme probeert het verleden te
begrijpen in zijn eigen context en daar niet over te oordelen. Er zou
hier geprobeerd worden de slavernij beter te begrijpen. Een
compromisbenadering heet sophisticated presentisme: we
benaderen het verleden (historicisme) sowieso vanuit het nu, maar
doen dat op een bewuste en kritische manier, zonder te oordelen.
Wat kunnen we nu leren van het verleden?
Er wordt vaak gezocht naar een balans tussen internalisme vs.
externalisme en de ‘Great man approach’ vs. ‘Zeitgeist approach (en
presentisme vs. historicisme).
New history of psychology / critical history of psychology:
ontwikkeling in de late 1980’s. Onderzoekt niet alleen wat psychologen
dachten, maar ook waarom ze dat dachten op dat moment in de
geschiedenis — en wie daarvan profiteerde of uitgesloten werd.
Origin myth process: geschiedenis is selectief geschreven om het te
laten lijken alsof de ontwikkelingen in de psychologie van triomf naar
triomf gingen.
Continuïteit-discontinuïteit debat: discussie over hoe menselijke
ontwikkeling verloopt of hoe de geschiedenis van ideeën verloopt.
- Continuïteit: ontwikkeling geleidelijk, kleine stappen (Skinner)
2
, - Discontinuïteit: ontwikkeling verloopt plotseling, grote stappen
(Piaget)
Dit debat is belangrijk, omdat het beïnvloedt hoe we naar verandering
kijken en hoe we theorieën opbouwen etc.
Wie komt er in de geschiedenisboeken terecht en wie niet? En waarom is
dat zo?
In het boek wordt gekozen voor een 'personalistisch-contextuele'
benadering waarbij aan de hand van het werk en vooral het leven van
pioniers wordt laten zien hoe de centrale thema's van de psychologie zich
hebben ontwikkeld. De historische context heeft altijd een grote rol
gespeeld, zo wordt duidelijk.
Indigenisering: kennis, theorieën en praktijken aanpassen aan de lokale
culturele context van een samenleving, zodat een psychologie wordt
ontwikkeld die relevant is binnen een bepaalde groep.
In het boek worden de keuzes gebaseerd op:
- de pionier moest door diens werk en gedachtegoed evident
belangrijk zijn geweest voor de ontwikkeling van de psychologie.
- Er moest genoeg biografische informatie voorhanden zijn over de
pionier.
- De pioniers moesten samen een representatieve afspiegeling
vormen van de geschiedenis, van de antieke tijd tot de psychologie
van nu.
Daarnaast werd ervoor gekozen om extra aandacht te besteden aan de rol
van vrouwen (en het denken over vrouwen) in de geschiedenis van de
psychologie.
Het boek volgt een persoonlijke-contextuele aanpak voor het gebruik van
positieve kenmerken van alle verschillende aanpakken die zijn beschreven.
De aandacht ligt hier op de combinatie van individuele eigenschappen van
personen en contextuele factoren die samen een rol spelen in het ontstaan
van ideeën en ontdekkingen. Met andere woorden: je moet kijken naar de
persoon als naar de context om te begrijpen waarom een theorie of
ontdekking ontstond.
3
, Thema I – Voorlopers
1 – Antieke grondslagen
Chapter 1: Foundational ideas from antiquity
Een tijdlijn in het kort:
Klassieke filosofen zoals Socrates, Plato en Aristoteles: begrip over
hoe bewustzijn mogelijk is
Middeleeuwen: mensbeeld wordt in Europa bepaald door de Bijbel,
maar er is toch doorontwikkeling door wetenschappers in het Midden-
Oosten en Noord-Afrika.
Eind van de middeleeuwen: filosofen als Descartes, Locke, Leibniz
en Kant
Het begin van de Verlichting: geloof in God wordt minder bepalend
en er komt meer aandacht voor de fysiologische grondslagen van
psychologie.
Wilhelm Wundt: aartsvader van de psychologie
Publiceerde in 1874 als eerste en startte in 1879 het eerste
psychologische lab.
Toch is er in de oudheid door grote denkers al veel vastgesteld over de
psychologie. In het werk van onderstaande filosofen (uit de tijd van de
oude Grieken) zie je de wetenschappelijke aandacht voor de menselijke
psyche ontwaken.
Naam Datering (Psychologische) ideeën
Thales ca. 624 – 546 - natuurwetenschappelijke observaties
v.C. (astronomie, meteorologie)
- water als meest belangrijke element in
kosmos
Pythagora ca. 570 – 495 - wiskundige regelmatigheden in de
s v.C. natuur (gitaar)
Heraclitus ca. 535 – 470 - ambigue relatie tussen stabiliteit en
v.C. verandering: ‘je kunt nooit tweemaal in
dezelfde rivier stappen’
- eenheid van tegengestelde zaken: ‘een
weg omhoog is ook een weg omlaag’
Zeno ca. 490 – 430 - oneindigheid: ‘een afstand kan ontelbare
v.C. keren in tweeën worden opgedeeld’
Protagora ca. 490 – 420 - geen hypothetische of verheven
s v.C. vraagstukken
- menselijke ervaringen en gedrag: ‘de
mens is de maat der dingen’
- controle en manipulatie van gedrag
Hippocrat ca. 460 – 370 - geneeskunde: ziekte als natuurlijk
es v.C. verschijnsel ipv iets supernatuurlijks
- theorie der lichaamssappen (humoral
theory): balans tussen bloed, gele en
zwarte gal en slijm als bron van
4