Casussen 1
Loverboypraktijken
Zoꞌn tien jaar geleden kwam in het nieuws dat een georganiseerde groep twintigjarige jongens in Nederland
meerdere meisjes had verleid en hen vervolgens als hoertje liet werken in Amsterdam, Utrecht en Den Haag.
Met mooie praatjes werden de meisjes ingepalmd, waarna zij gedwongen werden tot prostitutie. Dergelijke
praktijken van loverboys vallen onder het misdrijf mensenhandel en zijn in art. 273f Sr (Wetboek van
Strafrecht) strafbaar gesteld.
- Art. 273f Sr is een algemeen verbindend voorschrift (avv) dat door de formele wetgever (regering en Staten-
Generaal) is vastgesteld. Maar valt dus niet onder de Awb! Zie art. 1:1 lid 2 sub a Awb. De regel dat
mensenhandel strafbaar is, geldt voor iedereen in Nederland.
Het Nationaal Actieplan Mensenhandel, dat de regering twee jaar daarvoor al had uitgebracht, bevat
maatregelen voor alle partijen die hierbij betrokken zijn om gezamenlijk de mensenhandel in Nederland aan te
pakken.
- Het Nationaal Actieplan Mensenhandel heeft betrekking op een onbekend aantal personen en is een bas. Het
is een indicatief plan waarin de kaders zijn neergelegd voor het verrichten van feitelijke handelingen en
rechtshandelingen door bestuursorganen die het plan uitvoeren. Het geeft richting aan het toekomstig
handelen van de overheid met betrekking tot loverboypraktijken.
Om meer inzicht te krijgen in het geheel is de regering gestart met het (laten) registreren en vroegtijdig
signaleren van (potentiële) slachtoffers van mensenhandel om zo de loverboys via hun 'prooien' in het nauw
drijven.
Verder is art. 3.4 Vreemdelingenbesluit aangepast,
- Het Vreemdelingenbesluit is een AMvB, die is vastgesteld door de regering en bevat een avv.
zodat de minister van Justitie op grond van art. 14 Vreemdelingenwet een tijdelijke verblijfsvergunning kan
verstrekken aan slachtoffers die mee willen werken aan het strafrechtelijk onderzoek tegen hun pooiers.
- Het verstrekken van een tijdelijke verblijfsvergunning aan slachtoffers van mensenhandel is een beschikking
(art. 1:3 lid 2 Awb), want in een dergelijk besluit wordt aan de persoon het recht toegekend om enige tijd in
Nederland te verblijven. Deze bevoegdheid is in art. 14 Vreemdelingenwet geattribueerd aan de minister van
Justitie, die orgaan is van het openbaar lichaam de staat en dus bestuursorgaan is in de zin van art. 1:1 sub a
Awb (a-orgaan).
Tot nu toe was dit alleen mogelijk als zij aangifte hadden gedaan. Slachtoffers doen dit echter vaak niet uit
angst voor hun pooier of voor de politie.
Van belang is ook dat men weet hoe te handelen als een signaal van mensenhandel wordt herkend. Daarom is
voor de betrokken partijen een richtlijn ontwikkeld om verslechtering van de situatie te voorkomen,
slachtoffers hulp te bieden en daders op te sporen en te berechten.
- De richtlijn is een beleidsregel (art. 1:3 lid 4 Awb) waaraan de betrokken bestuursorganen zijn gebonden.
Vragen
a. Welk soort besluiten zijn in de casus aan de orde, door wie zijn/worden deze genomen en wie zijn hieraan
gebonden?
Ga hierbij onder andere in op het begrip bestuursorgaan en het verkrijgen van bestuursbevoegdheid. Noem
ook de relevante wetsartikelen!
b. Verklaar hoe de bestuursrechtelijke middelen in dit geval het strafrecht ondersteunen.
De inzet van bestuursrechtelijke middelen (avv, bas, plan, beleidsregel en beschikking) zorgt ervoor dat
slachtoffers van mensenhandel beter geholpen kunnen worden en dat loverboys gemakkelijker opgespoord en
berecht kunnen worden.
Verrijdbaar podium
Midden in de stad, op de Grote markt, zal binnenkort een nieuw verrijdbaar podium verrijzen. De bewoners
van het nabijgelegen appartementencomplex hebben grote bezwaren. Zij vrezen parkeer- en geluidsoverlast
van de bezoekers en waardedaling van hun woning.
, Een van de aanwezigen op de gemeentelijke informatieavond beschuldigt de wethouder ervan dat hij alleen
oog heeft voor wat de exploitant wil en geen rekening houdt met het feit dat hij rustig moet kunnen wonen.
Het moet ook allemaal een beetje betaalbaar zijn en met zijn uitkering kan hij gewoon niet rondkomen. De
wethouder stelt dat wonen in de binnenstad nu eenmaal altijd minder rustig is dan in een stille buitenwijk,
maar wel gezelliger.
Een andere aanwezige vindt dat het podium in strijd is met de bestemming 'wonen' in het bestemmingsplan.
Volgens de wethouder hebben Gedeputeerde Staten een flinke subsidie toegekend voor het popprogramma en
is er in dit geval een mogelijkheid om af te wijken van het bestemmingsplan. Het college zal binnenkort
conform art. 2.1 j° 2.12 Wabo een omgevings-vergunning verlenen. Daarin zullen voorschriften worden
opgenomen om overlast te voorkomen. Met de toekomstige exploitant heeft de gemeente al afspraken
gemaakt.
In de zaal wordt gemopperd dat de wethouder wel erg snel van stapel loopt. De procedures lopen nog en
enkele bewoners hebben bezwaren ingediend tegen het bouwplan. Zij zijn vastbesloten om in beroep te gaan
bij de rechter als het nodig is. Straks zitten zij met de ellende, want wie garandeert hen dat de exploitant en de
bezoekers van het podium zich aan de voorschriften zullen houden?
Opdracht
a. Beschrijf de hoofdlijnen van het bestuursrecht aan de hand van de casus.
In de casus spelen de wethouder, het College en Gedeputeerde Staten van de provincie allemaal een rol.
Het college, GS en het college hebben bepaalde bevoegdheden, zoals het verlenen van vergunningen en
subsidies. Deze bevoegdheden ontlenen zij aan de Wabo en aan een subsidieverordening.
Wet- en regelgeving bevatten ook de normen waarmee het openbaar bestuur rekening moet houden bij het
gebruik van zijn bevoegdheden.
Daarnaast bevatten wet- en regelgeving normen waar de exploitant zich aan moet houden en die het openbaar
bestuur kan gebruiken om de naleving af te dwingen.
Ten slotte zijn er rechtsbeschermingsmogelijkheden in de vorm van bezwaar en daarna eventueel beroep bij de
rechter.
Ga hierbij ook in op
b. het legaliteitsbeginsel,
Volgens het legaliteitsbeginsel moet het optreden van het openbaar bestuur zijn grondslag hebben in de wet.
De genoemde bevoegdheden zijn in de wet en de verordening vastgelegd met daarbij de speelruimte die het
openbaar bestuur heeft om de individuele belangen van burgers af te wegen tegen het algemeen belang.
De bouw van het podium kan niet worden vergund zolang dit in strijd is met het bestemmingsplan. Door
(gemotiveerd) af te wijken van het bestemmingsplan kan de strijdigheid met de normen in het
bestemmingsplan worden opgeheven. Tijdens de procedure die het openbaar bestuur hiervoor moet voeren,
kunnen zienswijzen worden geuit.
c. het specialiteitsbeginsel en
. Het specialiteitsbeginsel beperkt de belangenafweging voor het openbaar bestuur tot het kader van de
belangen waarvoor de speciale wet is bedoeld. De Woningwet regelt de technische aspecten van het bouwen
en wonen, de Wet milieubeheer regelt de effecten op het milieu van bepaalde activiteiten. Het belang van
degene die klaagt over zijn te lage uitkering, valt hier niet onder. Het college hoeft dat belang dus niet mee te
wegen bij de beoordeling van de aanvraag om de omgevingsvergunning.
d. het verschil tussen algemeen en bijzonder bestuursrecht.
Het algemeen bestuursrecht bevat algemene regels die gelden voor bijvoorbeeld de procedures die gevolgd
moeten worden.
De diverse bijzondere wetten en regelingen bevatten de regels voor het bijzondere rechtsgebied waarop het
openbaar bestuur actief is. In dit geval zijn dat bijvoorbeeld het ruimtelijk bestuursrecht en het recht voor de
subsidieverlening.
Een voorbeeld van algemeen bestuursrecht is art. 3:2 Awb dat regels geeft voor de zorgvuldige voorbereiding
van een besluit. Overigens kan worden opgemerkt dat het niet zorgvuldig is om pas een voorlichtingsavond te
houden als de vergunningprocedure al bijna is afgerond! Daarmee worden burgers immers voor voldongen
feiten geplaatst.
Loverboypraktijken
Zoꞌn tien jaar geleden kwam in het nieuws dat een georganiseerde groep twintigjarige jongens in Nederland
meerdere meisjes had verleid en hen vervolgens als hoertje liet werken in Amsterdam, Utrecht en Den Haag.
Met mooie praatjes werden de meisjes ingepalmd, waarna zij gedwongen werden tot prostitutie. Dergelijke
praktijken van loverboys vallen onder het misdrijf mensenhandel en zijn in art. 273f Sr (Wetboek van
Strafrecht) strafbaar gesteld.
- Art. 273f Sr is een algemeen verbindend voorschrift (avv) dat door de formele wetgever (regering en Staten-
Generaal) is vastgesteld. Maar valt dus niet onder de Awb! Zie art. 1:1 lid 2 sub a Awb. De regel dat
mensenhandel strafbaar is, geldt voor iedereen in Nederland.
Het Nationaal Actieplan Mensenhandel, dat de regering twee jaar daarvoor al had uitgebracht, bevat
maatregelen voor alle partijen die hierbij betrokken zijn om gezamenlijk de mensenhandel in Nederland aan te
pakken.
- Het Nationaal Actieplan Mensenhandel heeft betrekking op een onbekend aantal personen en is een bas. Het
is een indicatief plan waarin de kaders zijn neergelegd voor het verrichten van feitelijke handelingen en
rechtshandelingen door bestuursorganen die het plan uitvoeren. Het geeft richting aan het toekomstig
handelen van de overheid met betrekking tot loverboypraktijken.
Om meer inzicht te krijgen in het geheel is de regering gestart met het (laten) registreren en vroegtijdig
signaleren van (potentiële) slachtoffers van mensenhandel om zo de loverboys via hun 'prooien' in het nauw
drijven.
Verder is art. 3.4 Vreemdelingenbesluit aangepast,
- Het Vreemdelingenbesluit is een AMvB, die is vastgesteld door de regering en bevat een avv.
zodat de minister van Justitie op grond van art. 14 Vreemdelingenwet een tijdelijke verblijfsvergunning kan
verstrekken aan slachtoffers die mee willen werken aan het strafrechtelijk onderzoek tegen hun pooiers.
- Het verstrekken van een tijdelijke verblijfsvergunning aan slachtoffers van mensenhandel is een beschikking
(art. 1:3 lid 2 Awb), want in een dergelijk besluit wordt aan de persoon het recht toegekend om enige tijd in
Nederland te verblijven. Deze bevoegdheid is in art. 14 Vreemdelingenwet geattribueerd aan de minister van
Justitie, die orgaan is van het openbaar lichaam de staat en dus bestuursorgaan is in de zin van art. 1:1 sub a
Awb (a-orgaan).
Tot nu toe was dit alleen mogelijk als zij aangifte hadden gedaan. Slachtoffers doen dit echter vaak niet uit
angst voor hun pooier of voor de politie.
Van belang is ook dat men weet hoe te handelen als een signaal van mensenhandel wordt herkend. Daarom is
voor de betrokken partijen een richtlijn ontwikkeld om verslechtering van de situatie te voorkomen,
slachtoffers hulp te bieden en daders op te sporen en te berechten.
- De richtlijn is een beleidsregel (art. 1:3 lid 4 Awb) waaraan de betrokken bestuursorganen zijn gebonden.
Vragen
a. Welk soort besluiten zijn in de casus aan de orde, door wie zijn/worden deze genomen en wie zijn hieraan
gebonden?
Ga hierbij onder andere in op het begrip bestuursorgaan en het verkrijgen van bestuursbevoegdheid. Noem
ook de relevante wetsartikelen!
b. Verklaar hoe de bestuursrechtelijke middelen in dit geval het strafrecht ondersteunen.
De inzet van bestuursrechtelijke middelen (avv, bas, plan, beleidsregel en beschikking) zorgt ervoor dat
slachtoffers van mensenhandel beter geholpen kunnen worden en dat loverboys gemakkelijker opgespoord en
berecht kunnen worden.
Verrijdbaar podium
Midden in de stad, op de Grote markt, zal binnenkort een nieuw verrijdbaar podium verrijzen. De bewoners
van het nabijgelegen appartementencomplex hebben grote bezwaren. Zij vrezen parkeer- en geluidsoverlast
van de bezoekers en waardedaling van hun woning.
, Een van de aanwezigen op de gemeentelijke informatieavond beschuldigt de wethouder ervan dat hij alleen
oog heeft voor wat de exploitant wil en geen rekening houdt met het feit dat hij rustig moet kunnen wonen.
Het moet ook allemaal een beetje betaalbaar zijn en met zijn uitkering kan hij gewoon niet rondkomen. De
wethouder stelt dat wonen in de binnenstad nu eenmaal altijd minder rustig is dan in een stille buitenwijk,
maar wel gezelliger.
Een andere aanwezige vindt dat het podium in strijd is met de bestemming 'wonen' in het bestemmingsplan.
Volgens de wethouder hebben Gedeputeerde Staten een flinke subsidie toegekend voor het popprogramma en
is er in dit geval een mogelijkheid om af te wijken van het bestemmingsplan. Het college zal binnenkort
conform art. 2.1 j° 2.12 Wabo een omgevings-vergunning verlenen. Daarin zullen voorschriften worden
opgenomen om overlast te voorkomen. Met de toekomstige exploitant heeft de gemeente al afspraken
gemaakt.
In de zaal wordt gemopperd dat de wethouder wel erg snel van stapel loopt. De procedures lopen nog en
enkele bewoners hebben bezwaren ingediend tegen het bouwplan. Zij zijn vastbesloten om in beroep te gaan
bij de rechter als het nodig is. Straks zitten zij met de ellende, want wie garandeert hen dat de exploitant en de
bezoekers van het podium zich aan de voorschriften zullen houden?
Opdracht
a. Beschrijf de hoofdlijnen van het bestuursrecht aan de hand van de casus.
In de casus spelen de wethouder, het College en Gedeputeerde Staten van de provincie allemaal een rol.
Het college, GS en het college hebben bepaalde bevoegdheden, zoals het verlenen van vergunningen en
subsidies. Deze bevoegdheden ontlenen zij aan de Wabo en aan een subsidieverordening.
Wet- en regelgeving bevatten ook de normen waarmee het openbaar bestuur rekening moet houden bij het
gebruik van zijn bevoegdheden.
Daarnaast bevatten wet- en regelgeving normen waar de exploitant zich aan moet houden en die het openbaar
bestuur kan gebruiken om de naleving af te dwingen.
Ten slotte zijn er rechtsbeschermingsmogelijkheden in de vorm van bezwaar en daarna eventueel beroep bij de
rechter.
Ga hierbij ook in op
b. het legaliteitsbeginsel,
Volgens het legaliteitsbeginsel moet het optreden van het openbaar bestuur zijn grondslag hebben in de wet.
De genoemde bevoegdheden zijn in de wet en de verordening vastgelegd met daarbij de speelruimte die het
openbaar bestuur heeft om de individuele belangen van burgers af te wegen tegen het algemeen belang.
De bouw van het podium kan niet worden vergund zolang dit in strijd is met het bestemmingsplan. Door
(gemotiveerd) af te wijken van het bestemmingsplan kan de strijdigheid met de normen in het
bestemmingsplan worden opgeheven. Tijdens de procedure die het openbaar bestuur hiervoor moet voeren,
kunnen zienswijzen worden geuit.
c. het specialiteitsbeginsel en
. Het specialiteitsbeginsel beperkt de belangenafweging voor het openbaar bestuur tot het kader van de
belangen waarvoor de speciale wet is bedoeld. De Woningwet regelt de technische aspecten van het bouwen
en wonen, de Wet milieubeheer regelt de effecten op het milieu van bepaalde activiteiten. Het belang van
degene die klaagt over zijn te lage uitkering, valt hier niet onder. Het college hoeft dat belang dus niet mee te
wegen bij de beoordeling van de aanvraag om de omgevingsvergunning.
d. het verschil tussen algemeen en bijzonder bestuursrecht.
Het algemeen bestuursrecht bevat algemene regels die gelden voor bijvoorbeeld de procedures die gevolgd
moeten worden.
De diverse bijzondere wetten en regelingen bevatten de regels voor het bijzondere rechtsgebied waarop het
openbaar bestuur actief is. In dit geval zijn dat bijvoorbeeld het ruimtelijk bestuursrecht en het recht voor de
subsidieverlening.
Een voorbeeld van algemeen bestuursrecht is art. 3:2 Awb dat regels geeft voor de zorgvuldige voorbereiding
van een besluit. Overigens kan worden opgemerkt dat het niet zorgvuldig is om pas een voorlichtingsavond te
houden als de vergunningprocedure al bijna is afgerond! Daarmee worden burgers immers voor voldongen
feiten geplaatst.